Blog Ruben Fukkink – Ontwrichting

De huidige situatie in de voorschoolse voorzieningen voor het jonge kind is nu 'ontwricht', volgens de G4. De G4 wil daarom graag de regierol naar zich toetrekken om dit probleem op te lossen. Dit woord 'ontwrichting' gebruik ik graag ook, maar dan om vijf risico's van het huidige beleid van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te geven.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Blog Ruben Fukkink - Ontwrichting

1. Bij VVE-beleid gaat het geld vooral naar de G4, en binnen deze vier gemeenten weer vooral naar de wijken met kinderen met een taalachterstand. Werken aan een brede en sterke sector voor alle jonge kinderen in Nederland heeft geen prioriteit en de G4 kan de afbraak van het kinderopvangstelsel niet oplossen. Ook zien we kinderen uit andere achterstandssituaties over het hoofd bij de concentratie op delen van vier grote steden. VVE-beleid ontwricht zo, misschien per ongeluk, een land dat eigenlijk alle kinderen wel iets zou willen geven voor een goede start.

2. Bij het VVE-beleid wordt er vanuit een deficiëntie-benadering ingezoomd op een probleemgebied: taal. Er moet snel meer en betere taalstimulering komen. Immers, zo is het argument, een eenmaal opgelopen taalachterstand is maar moeilijk in te halen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dit, uiteraard, voor alle ontwikkelingsterreinen geldt, taal is hierin bepaald niet uniek. Naast lezen en taal is er ook rekenen bijvoorbeeld, een blinde vlek in beleid en praktijk. Maar er is inmiddels ook hard bewijs voor ‘softe’ vaardigheden van kinderen op sociaal-emotioneel vlak. VVE-beleid met dit eenzijdige accent op ‘taal’ ontwricht zo een evenwichtig programma voor het jonge kind.

3. In het verlangen naar taal worden keuzes gemaakt. Doorgaans kiezen we ervoor om kinderen uit de thuissituatie te halen en in een kindcentrum te plaatsen. In dit kindcentrum wordt ingezet op een programmatische aanpak met leidster-gestuurde activiteiten. Is bekend dat kinderen meer betrokken zijn bij open activiteiten zonder duidelijke leiding van de staf? En dat kinderen meer praten met elkaar bij vrij spel dan in een groepsactiviteit? En wie, denkt u, is veruit het meeste aan het woord bij het zogenaamde ‘interactief voorlezen’? VVE-beleid zorgt er zo voor dat kinderen meer passief moeten luisteren, minder zelf mogen ontdekken en minder met elkaar spelen. VVE-beleid kan zo, vanaf de tweede verjaardag, een gebalanceerd programma ontwrichten voor het kind in de grote stad.


‘Kijkjes in de VVE-praktijk werken soms wel eens ontnuchterend voor beleidsmakers. De ambities zijn te groot, de Nederlandse aanpak te middelmatig, de effecten te klein’

4. Beleidsmakers willen een effectieve VVE-aanpak. De resultaten van effectonderzoek laten ondertussen zien dat de effecten van vroege interventie-programma’s tamelijk bescheiden zijn. Verschillen zijn niet ingelopen bij aanvang van de basisschool, gerealiseerde winsten doven soms al uit in de kleutergroepen. Ook opvallend is dat internationaal effectief gebleken ingrediënten schitteren door afwezigheid in de Nederlandse uitvoering van VVE. Kijkjes in de VVE-praktijk werken daardoor soms wel eens ontnuchterend voor beleidsmakers. De ambities zijn te groot, de Nederlandse aanpak te middelmatig, de effecten te klein. VVE-beleid ontwricht tot nu toe wensen en feiten met betrekking tot het jonge kind.

5. VVE-beleid is en blijft een sociaal experiment en we weten niet van tevoren wat het precies oplevert. Maar goed, laten we dat dan in kaart brengen. De rol van wetenschappelijk onderzoek bij het huidige VVE-beleid is echter marginaal. Gerard van de Burgwal rekende voor dat er van de begrote 46,5 miljoen maar liefst 150.000 euro is begroot om resultaten te meten, slechts 3 promille van het totale budget … Los van de verhoudingen: het is werkelijk niet mogelijk serieus onderzoek te doen naar de effecten van VVE-beleid voor dit bedrag. Implementatie, overhead en stedelijke coördinatie mogen meer kosten in de plannen, namelijk 11 miljoen, bijna een kwart van het budget. Deze wanverhoudingen wil ik dan ook een ontwrichting noemen van de besteding van publieke gelden voor het jonge kind.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.