Beroepskracht mag zonder VE-diploma worden ingezet

Vanaf dit jaar moeten beroepskrachten in de voorschoolse educatie een speciale VVE-scholing hebben afgerond om op de groep te mogen werken. In de praktijk leidt dit tot uitvoeringsproblemen en er ontstaan uitgeklede opleidingen om pm’ers snel om te scholen. Dit is ongewenst, vindt minister Slob van Onderwijs. Hij maakt het daarom mogelijk om, onder voorwaarden, beroepskrachten in te zetten die nog geen aanvullende VE-scholing hebben afgerond.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

Dit schrijft minister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer. De minister past hiervoor het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie aan.

Gecomprimeerde VE-opleidingen

Voor beroepskrachten die werken in de voorschoolse opvang gelden sinds dit jaar aanvullende eisen. Beroepskrachten moeten naast hun PW-diploma ook specifieke VE-scholing hebben gevolgd en afgerond. Deze aanvullende scholing kan deel uitmaken van een algemene opleiding, maar er is ook aparte scholing beschikbaar bestaande uit minimaal 12 dagdelen over voorschoolse educatie. Omdat veel beroepskrachten wel de praktijkervaring hebben, maar niet de schriftelijke, zijn er “gecomprimeerde opleidingen” ontstaan. Minister Slob noemt deze opleidingen in zijn brief ook “crash courses”.  Dit zijn versnelde trajecten zonder praktijkverplichtingen.

Leren in de praktijk

Brancheorganisatie Kinderopvang, Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang en Sociaal Werk Nederland drongen bij de minister aan op een regeling. Zij vinden dat ‘leren in de praktijk’ mogelijk moet blijven ‘omdat dit de kwaliteit van ve ten goede komt’. Minister Slob geeft aan deze wens gehoor, door het mogelijk te maken dat organisaties nu toch een tweede beroepskracht inzetten die nog bezig is met een aanvullende scholing.

Voorwaarden inzet beroepskrachten VE

Dit betekent concreet dat:

  • Het uitgangspunt blijft dat er twee volledig gekwalificeerde beroepskrachten op een VE-groep moeten staan.
  • Er een afwijking kan zijn op een VE-groep waar één van de twee beroepskrachten slechts VE-gekwalificeerd moet zijn terwijl de ander nog met dit project bezig is.
  • De houder moet in dit geval een bewijsstuk overleggen waaruit blijkt dat de tweede beroepskracht met de VE-kwalificerende opleiding is gestart met daarin de startdatum van de opleiding, de einddatum en de duur van de opleiding.
  • Daarnaast moet deze persoon wel voldoen aan de overige kwalificatie-eisen die gelden voor werken in de voorschoolse educatie.
  • De afwijking mag niet langer duren dan de duur van de VE-opleiding met een bepaalde maximumduur van waarschijnlijk één jaar.

Toezicht en handhaving gemeente

De precieze invulling van de voorwaarden wordt zo snel mogelijk verder uitgewerkt en afgestemd met het werkveld. Minister Slob roept gemeenten in ieder geval alvast op om in hun toezicht en handhaving rekening te houden met de aankomende wijziging.

Download hier de brief van minister Slob


De aangescherpte eisen voor beroepskrachten in de voorschoolse educatie bestaan uit meer dan alleen de aanvullen VVE-scholing. Ook in de taaleisen verandert er het één en ander. Lees meer in dit artikel


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.