‘Zie kinderopvang primair als plek waar kinderen zich ontwikkelen’

Zie de kinderopvang niet als oplossing voor problemen op de arbeidsmarkt, maar primair als ontwikkelingsinstrument voor kinderen. Daar waren panel en publiek het grondig over eens tijdens de vijfde themadiscussie, die de PO-Raad en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang in juni van dit jaar organiseerden.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Op 5 juni organiseerden Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang samen met de PO-Raad een branche-overstijgende dialoog. Gekeken werd wat Nederland kan leren van het Deense model en van andere landen. Ook kwamen de behoefte aan innovatie, de samenwerking tussen scholen en kinderopvang en de toenemende segregatie aan bod.

Deense model

Uit een voordracht van Stina Vrang, ceo van DEA, een Deense non-profit denktank, blijkt dat Denemarken en Nederland worstelen met vergelijkbare problemen. Ook in Denemarken wordt kinderopvang gezien als een ‘arbeidsmarkt-oplossing’, vertelt zij tijdens de bijeenkomst. Kinderopvang wordt niet gezien als een plaats waar kinderen zich ontwikkelen, dat gebeurt op school is de gedachte, en dat zou anders moeten zijn. Het Deense model worstelt ook met de vraag hoe een goede overgang tussen kinderopvang en onderwijs gerealiseerd kan worden. Verschillen tussen de beroepsgroepen spelen een rol, maar ook ‘institutionele zaken’. Ook verschilt wetgeving voor kinderopvang en school, net als in Nederland. Het Finse model, waarin wordt uitgegaan van de behoeften en rechten van het kind, is ook in Denemarken nog niet in zicht.

Innoveren

‘Nederland laat kansen liggen tot innovatie, waarin perspectief en belang van het kind voorop staan.’ Zo luidt de eerste stelling waar panel en publiek vervolgens over discussiëren. Panellid Ton Leergangers (bestuursvoorzitter van WijZijnJong) ziet een groeiende kloof ontstaan tussen arm en rijk en een scheiding tussen allochtoon en autochtoon. Indicatoren die er volgens hem op wijzen dat men op zoek moet naar een fundamenteel andere manier van ondersteunen van kinderen in hun ontwikkeling.

De Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman wijst op het belang van investeren in de voorschool. Maar Tjerk Deuzeman (directeur/bestuurder Protestants Christelijke Organisatie voor Opvang & Onderwijs, Gelderse Vallei) vraagt zich juist weer af of het goed is om alle kinderen vanaf twee jaar naar de voorschool te laten gaan. De zaal ziet vooral de voordelen.

Samenwerken

De tweede stelling ziet op samenwerking binnen IKC’s: ‘Een volledig geïntegreerd IKC geeft het vak van pedagogisch medewerker enerzijds en leerkracht anderzijds gewicht en medewerkers betere toekomstperspectieven.’

Zowel panel als publiek is positief gestemd over dit onderwerp. IJsbrand Jepma (senior onderzoeker Sardes) beaamt dat integratie bijdraagt aan meer multidisciplinariteit in organisaties waar verschillende professionals samenwerken. Rudmer Heerema (Kamerlid VVD) ziet mogelijkheden om de samenwerking te verbeteren. Hij juicht een flexibele instroom aan de onderkant toe. Het samen vormgeven aan een IKC verkleint volgens Rinda den Besten (voorzitter PO-Raad) wel de hiërarchische verschillen tussen pedagogisch medewerker en leerkracht, maar ze wijst erop dat het niet een kwestie is van ‘opklimmen’ van pedagogisch medewerker naar leerkracht, naar universitair docent.

Segregatie

De derde stelling luidt ten slotte: ‘Zolang ouders de vrijheid hebben om zelf te kiezen, lost een basisvoorziening segregatie niet op.’ Pauline Slot, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, neemt die tweedeling ook waar. Ze wijst erop dat verschillen in ontwikkeling al in het eerste levensjaar ontstaan en benadrukt hoe belangrijk het is om hier heel vroeg mee bezig te zijn. Een aantal panelleden is van mening dat een basisvoorziening alleen segregatie voorkomt als keuzevrijheid voor ouders aan banden wordt gelegd. Lobke Vlaming (directeur Ouders en Onderwijs) is het hier niet mee eens. Ze meent dat ouders helemaal niet zo vrij zijn in hun keuze en primair onderwijs kiezen op locatie. ‘Ze wonen op een plek waar de school gesegregeerd is omdat de wijk is gesegregeerd.’ Maar Slot wijst erop dat uit onderzoek blijkt dat overtuigingen van ouders ook meespelen.

De zaal vindt verder dat eerst de verschillende financieringsstromen als gevolg van de harmonisatie van peuterspeelzalen opgelost moeten worden. Het geld moet op één grote hoop, want ouders zien door de bomen het bos niet meer. De zaal is het ten slotte eens dat kinderopvang niet primair de arbeidsmarkt moet dienen. Het moet juist gezien worden als een ontwikkelingsinstrument voor kinderen.

Lees hier het volledige verslag van de thema-discussie>>

Bron: Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, PO-Raad

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.