Wordt de noodopvang echt alleen gebruikt voor nood?

De reguliere kinderopvang is nu drie weken dicht. Steeds meer ouders met vitale beroepen maken gebruik van de noodopvang. Waar vaak nog ‘iets te regelen’ viel, lijkt de rek er bij veel ouders uit. Meer kinderen komen naar de noodopvang en pedagogisch professionals reageren verdeeld. ‘Hoe meer kinderen naar de opvang gaan, hoe groter het risico voor de medewerkers.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
opvoeding
iStock

Hoewel er over het algemeen onder kinderopvangprofessionals ontzettend veel begrip is voor de opvang van kinderen van wie de ouders in de vitale sector werken, is de lijst met vitale beroepen volgens sommigen te lang en wordt er hier en daar ‘te gemakkelijker gebruik gemaakt’ van de noodopvang. Schiet dat niet het doel voorbij van kleinschalige noodopvang? Wij vroegen het aan pedagogisch professionals.

Onbeschermd

‘Ik vind het prima om noodopvang te bieden aan diegenen die in vitale beroepen werken en écht géén andere oplossing zien, maar er wordt maar weinig gedacht aan het gegeven dat de pedagogisch medewerkers dus moeten werken en (bijna onbeschermd) in contact komen met steeds meer mensen!’, reageert Edith. Jaqueline is het daar mee eens: ‘Hoe meer kinderen weer naar school en de opvang komen hoe groter het risico voor de medewerkers die daar werken. En ik heb nog geen beschermende kleding gezien bij de noodopvang!’

‘Niet doen, als het niet echt nodig is’

Anika hoort van ouders die hun kinderen brengen, om ‘even hun zinnen te kunnen verzetten’. ‘Dan zien de kinderen even wat vriendjes en dan hebben ouders even de handen vrij. Die hebben het dus echt niet begrepen. Je stelt je kind dan ook weer bloot aan een eventuele besmetting en de pm’er en diens gezin ook. Als het niet echt nodig is moet je het echt niet doen.’

‘Iedereen recht op noodopvang’

Joost is het daar niet mee eens: ‘Wij kunnen niet beoordelen of iemand met een vitaal beroep wel of niet thuis het werk kan doen. Een huisarts die thuis belt met haar patiënten kan daar geen kinderen bij hebben. Dus iedereen met een vitaal beroep heeft recht op noodopvang.’

Ook Esther vindt dat álle ouders met een vitaal beroep, ook zij die thuis werken, recht moeten blijven houden op noodopvang: ‘Ik ben van mening dat we kinderen moeten opvangen van ouders met vitale beroepen, of zij nou binnen of buitenshuis aan het werk zijn. Ook al werken mensen thuis, hun beroep staat niet voor niets op de vitale beroepen lijst. Zij zorgen dat ons land door draait op bepaalde vlakken, vlakken die echt heel belangrijk zijn.’

Op onze Facebookpagina vroegen wij: Zou de noodopvang alleen gebruikt moeten worden door ouders met een vitaal beroep die buitenshuis werken?
288 mensen waren het eens met deze stelling. 44 waren het er niet mee eens. Zij vinden dat de noodopvang voor álle ouders met vitale beroepen is, ook als zij thuis werken.

Risico

Ook Dana is bang voor meer risico op besmetting van de pm’ers: ‘Ja, voor de kinderen van ouders met vitale beroepen moet er natuurlijk noodopvang zijn. Maar als het even kan, liever niet. De leidsters en andere kinderen lopen daardoor meer risico. En als je gebruik maakt van noodopvang dan wel meteen ophalen als je klaar bent, niet eerst nog even een boodschap, het huishouden en een dutje doen…’

Annelies stelt dat het moeilijker is om in een grotere groep de hygiëneregels goed te handhaven. Ze merkt ook dat kinderen hun ouders meer missen in deze tijd. ‘Dus de opvang is intensiever.’

Tips thuis werken

Stefanie geeft tips hoe ouders thuis kunnen werken én van slechts een paar uur kinderopvang gebruik kunnen maken: ‘Ik vind dat ouders daarin zelf ook een stuk verantwoordelijkheid moeten nemen! Met kinderen van 0 tot 4 is thuiswerken ook niet te doen. Wel kan je bijvoorbeeld ‘s morgens heel vroeg vast een uurtje werken. Als de kids wakker worden breng je ze een aantal uurtjes naar de opvang, je haalt ze ‘s middag op en legt ze thuis in bed… Kun je ook weer een paar uurtjes werken en dan eventueel ‘s avonds na bedtijd nog wat werken. Zo heb je minimaal gebruik gemaakt van de NOOD-opvang. Iedereen blij.’

Ouder ZZP-er

Rika vindt dat als één ouder een vitaal beroep heeft en de andere ouder ZZP-er is, zij hun kinderen best mogen brengen. ‘Sommige gezinnen kunnen niet rond komen als deze tweede ouder geen geld in het laatje brengt. Maar om je kind(eren) te brengen om je zinnen te verzetten. Nee, dan ga je te ver.’ Rika is pm’er, heeft asma en zit met een longontsteking thuis. ‘Ik zit aan de vierde kuur en ben van plan om na Pasen weer te gaan werken. Het eerste wat de longarts zei: “wees voorzichtig, je zit in de risicogroep”. En als iedereen zijn/haar kind(eren) mag brengen in deze tijd, dan weet ik niet wat er kan gebeuren… Niet voor mij alleen natuurlijk, maar voor alle pm’ers. We worden zo weer meer blootgesteld aan het virus.’

Gastouder

Gastouder Shirley begrijpt het wel dat ouders lang niet altijd thuis werken en zorg voor de kinderen kunnen combineren. ‘Ik snap dat in een kinderdagverblijf de groepen al snel groot kunnen worden, maar voor mij als gastouder zijn er nooit meer dan vijf kinderen hier. Ik heb twee ouders die in de psychische zorg zitten en nu vanuit thuis cliëntbehandelingen moeten doen, dat gaat echt niet met kleine kindjes op de achtergrond. En ook die zorg is ondanks corona nog steeds hard nodig.’

Madeleine is ook gastouder maar vangt alleen kinderen op waarvan beide ouders in vitale beroepen werken. ‘Dat is naar mijn idee zoals het hoort! Er zijn ouders met één vitaal beroep die “recht hebben” op opvang terwijl de andere met een niet vitaal beroep thuis werkt. Ik vind dat geen nood en laat mijn gezin daarvoor geen extra groot risico lopen.’

Kamerbrief over noodopvang

In de Kamerbrief van minister Arie Slob (Onderwijs) en staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) komt de noodopvang uitgebreid aan de orde. Hieronder een samenvatting.

Afspraken over de (nood)opvang
Gemeenten coördineren de noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen. Zij moeten zorgen voor voldoende aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0 tot circa 12 jaar (globaal tot het einde van hun basisschoolloopbaan, inclusief leerlingen van het speciaal (basis)onderwijs). (…) Het is belangrijk dat gemeenten, scholen en kinderopvangorganisaties afspreken waar de noodopvang is en daar duidelijk over communiceren. Het uitgangspunt is om de noodopvang op de eigen school of opvanglocatie te organiseren, maar als dat nodig is, kunnen kinderen ook op een andere school of opvanglocatie worden opgevangen. Het is toegestaan om kinderen (van verschillende leeftijden) in groepjes op te vangen. De opvang van jonge kinderen die nog niet naar school gaan, moet worden geboden door gekwalificeerde pedagogisch medewerkers en voor de oudere kinderen (tussen 4 en 12 jaar) door leerkrachten, onderwijsassistenten of pedagogisch medewerkers. Ook als de opvang op een kinderopvanglocatie plaatsvindt, blijft de eigen school nauw betrokken bij het lesprogramma (op afstand) van deze leerlingen.

Stand van zaken (nood)opvang
De VNG, AVS en de PO-Raad houden een vinger aan de pols als het gaat om de noodopvang voor kinderen met een ouder met een cruciaal beroep. Op basis van peilingen onder een groot deel van hun leden ontstaat het volgende beeld:
– De organisatie van de noodopvang is goed op gang gekomen.
– Door de kinderopvang wordt naar schatting 10% van de ‘reguliere’ kinderen opgevangen. Daarbovenop wordt noodopvang geboden aan kinderen die eerder geen gebruik maakten van de kinderopvang. De verwachting is dat het gebruik van de noodopvang in de komende weken zal oplopen.
– Bijna alle gemeenten geven dan ook aan dat een meerderheid van de ouders al een contract had voor kinderopvang. Wel neemt de helft van de ouders incidenteel nu meer uren af en één op de tien doet dat regelmatig.
– Bijna één op de vijf ouders heeft behoefte aan opvang gedurende de nacht en het weekend.
– In het primair onderwijs is de schatting dat 3,5 procent van de leerlingen wordt opgevangen, van wie circa 80 procent een ouder heeft met een vitaal beroep.6 De verwachting is dat dit nog iets zal toenemen.
– De meeste schoolbesturen organiseren de opvang op de eigen scholen. Slechts 5,5 procent van alle schoolbesturen organiseert de opvang op een andere locatie dan de school.

De noodopvang is nodig. Er zijn snel en adequaat oplossingen gevonden voor relatief kleine groepen leerlingen. Dat wordt zeer gewaardeerd. We zien ook de zorgen bij pedagogisch medewerkers, leerkrachten of ouders over mogelijke besmettingsrisico’s. Veilige opvang is mogelijk als de adviezen van het RIVM worden nageleefd. (…)

Waardering
Op de laatste pagina (p. 12) van de Kamerbrief spreekt Minister Slob zijn waardering uit aan alle onderwijsprofessionals en pedagogisch medewerkers, ouders en anderen die zich tijdens deze crisis onverminderd blijven inzetten voor goed onderwijs op afstand en de ontwikkeling van kinderen en jongeren in een veilige omgeving.

(Bron: BMK)

3 REACTIES

  1. Ben het helemaal eens met Madeleine. Ik ben ook gastouder en vind de risico’s die wij lopen bizar hoog. Wij kunnen niet tegen een baby zeggen dat we afstand moeten houden en ook geen mondkapje of bril opdoen. De kinderen zitten hier van 06.00 tot 18.00 en willen en verdienen affectie en liefde. Wij zijn het enige beroep die zich niet kan beschermen tegen Corona, omdat je simpelweg met baby’s en kleine kinderen werkt die dit niet snappen. En dan willen ze juist deze groep, te lezen basisonderwijs en kinderopvang, als eerste gaan versoepelen. Bizar!!!

    • Precies dat Happy Beezzz! Ik ben ook gastouder bij mij thuis. Mijn eigen kinderen hou ik thuis (Ook al hebben mijn man en ik beiden een vitaal beroep), ze mogen al weken niet naar buiten behalve in onze eigen tuin, niet met andere kinderen spelen enz. Ik ga zelf amper de deur uit, alleen bij uiterste nood. Maar moet wel mijn deuren wagenwijd open zetten voor noodopvang en dus stel ik op die manier direct mijn eigen veilige omgeving en gezin bloot aan gevaren. Mijn moeder is twee weken geleden overleden ten gevolge van het virus. Meerdere familieleden hebben het gehad. Ik maak corona dus van héél dichtbij mee in de meest ernstige vorm. Doodeng als je met deze ervaring dus risico’s moet nemen. Daarbij zie ik in mijn opvang, en bij gastoudercollega’s dat ouders op grote schaal misbruik maken van de situatie. Te belachelijk voor woorden!! En zij verpesten het tevens voor de ouders die het wél keihard nodig hebben. Het vertrouwen gaat zo helaas wel omlaag.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.