Waarom handhaven gemeenten vaak niet?

Gemeenten handhaven niet altijd in de kinderopvang ondanks dat de toezichthouder ze daartoe heeft geadviseerd. In 2014 leverde het percentage ‘in 28 procent van de gevallen’ gefronste wenkbrauwen op. Het ministerie vroeg de Inspectie van het Onderwijs dit nader te onderzoeken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Niet handhaven.jpg
De Inspectie van het Onderwijs vindt dat er meer eenduidigheid nodig is wanneer gemeenten besluiten om beredeneerd niet te handhaven. - Foto: Fotolia

De Inspectie van het Onderwijs onderzocht 33 gemeenten, nam daar interviews over waarom zij in sommige gevallen toch niet handhaven en bekeek per gemeente drie casussen. Officieel luidt de verklaring voor niet handhaven: ‘beredeneerd niet handhaven’. Dit betekent volgens de Inspectie dat een gemeente besluit om bewust niet over te gaan tot handhaving van een kinderopvangondernemer en dus geen enkele actie onderneemt om de tekortkomingen die de GGD-toezichthouder constateert, te herstellen.

Redenen om wel/niet te handhaven

Als eerste valt op dat lang niet alle gemeenten (een derde) een omschrijving heeft voor wanneer ze besluiten over te gaan op het beredeneerd niet handhaven. Alle gemeenten hebben wel beleid geformuleerd voor handhaving in de kinderopvang, maar meer dan de helft heeft niets opgenomen over hoe om te gaan met tekortkomingen waarop de gemeente uiteindelijk besluit niet te gaan handhaven. Vaak speelt maatwerk een rol in de beslissing van de gemeente. Zij kijkt ook naar de beschouwing van de toezichthouder en de zienswijze van de houder, een aanvullende toelichting van de houder, de ernst van de tekortkoming, de context van de situatie, de houding en bereidheid van de houder tot aanpassing en de kleur van het risicoprofiel dat een locatie heeft.

Er worden minder overtredingen geconstateerd in de kinderopvang. In 2013 gaf de GGD nog in de helft van de gevallen het advies om handhavend op te treden. In 2015 was dat in een kwart van de gevallen nodig. Maar er zijn ook nog steeds zorgen over een groep kinderopvangondernemers die steevast niet aan de eisen voldoet. Lees meer

GIR-systeem

De Inspectie van het Onderwijs vindt dat er meer eenduidigheid nodig is wanneer gemeenten besluiten om beredeneerd niet te handhaven. Gemeenten leggen hun handhavingsacties volgens het onderzoek niet altijd vast in het systeem Gemeenschappelijke Inspectie Ruimte (GIR-systeem). Dat komt o.a. vanwege onvoldoende kennis van het GIR-systeem en soms beschouwen ze overleg en overreding of een schriftelijke waarschuwing niet als handhaving en besluiten daarom niks in het GIR-systeem in te vullen.

Overleg met de GGD

De redenen om niet te gaan handhaven verschillen per gemeente. Bijvoorbeeld omdat een voorziening inmiddels failliet is. En soms speelt de subsidierelatie met houders, in het geval van tekortkomingen op voorschoolse educatie, een rol. Maar uit het onderzoek blijkt wel dat gemeenten niet lichtvaardig besluiten om ‘beredeneerd niet te handhaven’. Meestal stemmen gemeenten hun beslissing actief af met de GGD-toezichthouder en de houder van een locatie.

Nuance

De Inspectie van het Onderwijs vindt dat het onderzoek aantoont dat het belangrijk is om genuanceerd te kijken naar het percentage van 28 procent dat ‘beredeneerd niet handhaaft’. Volgens de Inspectie ‘nemen gemeenten geen lichtvaardig besluit en hebben vaak een plausibele onderbouwing.’

Download het rapport NIET HANDHAVEN, VERKLAARBAAR?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.