Versterken kwaliteit kinderopvang heeft zin’

Investeren in de kwaliteit van kinderopvang heeft zin omdat het de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen kan bevorderen. Dit ontdekte Martine Broekhuizen van de Universiteit Utrecht. Zij ging in haar promotieonderzoek na voor welke kinderen en onder welke omstandigheden een hoge kwaliteit van kinderopvang een positieve invloed heeft. Broekhuizen zet de belangrijkste conclusies uiteen.
Martine Broekhuizen is in 2015 gepromoveerd op haar proefschrift Differentiële effecten van kwaliteit van kinderopvang op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
Martine Broekhuizen is in 2015 gepromoveerd op haar proefschrift Differentiële effecten van kwaliteit van kinderopvang op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. - Foto: Universiteit van Utrecht

Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat een hoge kwaliteit van kinderopvang een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Dat is het meest duidelijk zichtbaar aan de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden (bijvoorbeeld vroege taal- en rekenvaardigheden). De effecten op de sociale en emotionele ontwikkeling zijn vaak kleiner of zelfs afwezig. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat effecten van kwaliteit van kinderopvang op de sociale en emotionele ontwikkeling niet voor alle kinderen hetzelfde zijn. Maar klopt die verklaring wel? Om deze vraag te beantwoorden maakte ik in samenwerking met Marcel van Aken, Judith Dubas en Paul Leseman gebruik van gegevens uit het landelijke pre-COOL onderzoek* en een hieraan gekoppelde video-observatiestudie.

Kwaliteit van kinderopvang

De kwaliteit van kinderopvang kan op verschillende manieren worden gemeten. Met name de kwaliteit van de interacties tussen pedagogisch medewerkers en kinderen en tussen kinderen onderling lijkt voorspellend te zijn voor de sociale en emotionele ontwikkeling. Bij hogere interactiekwaliteit ontwikkelen kinderen betere sociale vaardigheden en vertonen zij minder opstandig, druk en boos gedrag. We keken voor het onderzoek vooral naar de emotionele kwaliteit. Hoe is bijvoorbeeld de sensitiviteit en responsiviteit van pedagogisch medewerkers? Worden kinderen op de groep ondersteund om gewenst gedrag te vertonen? En is er aandacht voor het perspectief van het kind?

Zelfregulatie

Allereerst is in het onderzoek gekeken of effecten van de emotionele kwaliteit van kinderopvang verschilden tussen kinderen met een hoge en een lage mate van zelfregulatie. Zelfregulatie is het vermogen om de eigen emoties en het eigen gedrag te reguleren. Dit werd bijvoorbeeld gemeten met zogenaamde wachttaken: lukt het een kind om na een korte instructie één minuut te wachten met het aanraken van een cadeautje of doosje rozijntjes?**. Kinderen kunnen daarin sterk verschillen. We vonden in twee onderzoeken met verschillende groepen kinderen dat de relatie tussen kwaliteit van kinderopvang en het sociale gedrag van kinderen sterker was voor kinderen met een lagere zelfregulatie. Uit vervolganalyses bleek verder dat kinderen met een lagere zelfregulatie bij lage opvangkwaliteit minder sociaal vaardig waren en bij hoge opvang kwaliteit juist betere sociale vaardigheden lieten zien. Een aannemelijke verklaring voor de sterkere verbanden tussen kwaliteit en sociaal gedrag bij kinderen met een lagere zelfregulatie, is dat deze kinderen in het algemeen gevoeliger zijn voor verschillen in opvangkwaliteit, omdat zij sterker afhankelijk zijn van externe regulatie van hun gedrag en emoties dan kinderen die hoger scoren op zelfregulatie.

Opvoeding thuis

Naast de invloed van kenmerken van het kind op de relatie tussen kwaliteit en de sociale en emotionele ontwikkeling is in het onderzoek ook gekeken naar de invloed van de opvoeding thuis. Het idee hierachter is dat kwaliteit van kinderopvang en kwaliteit van de opvoeding thuis misschien op elkaar in kunnen werken. We vonden een versterkend effect van de kwaliteit van de opvoeding thuis en de kwaliteit van de kinderopvang. Als ouders aangaven relatief consequent op te voeden én hun kinderen een kinderdagverblijf van hoge kwaliteit bezochten, dan vertoonden de kinderen het minste angstig, somber en teruggetrokken gedrag (ook wel internaliserend gedrag genoemd) volgens hun ouders. Een andere verwachting, namelijk dat hoge opvangkwaliteit mogelijk negatieve effecten van een minder ondersteunende opvoeding kan compenseren, konden we niet bevestigen. Dit komt waarschijnlijk doordat de meeste ouders rapporteerden dat er al sprake was van relatief hoge niveaus van ouderlijke warmte en consequentheid in de opvoeding. Er viel, met andere woorden, niet veel te compenseren.

Hoeveelheid opvang

In het onderzoek is ook gekeken of de relatie tussen kwaliteit van kinderopvang en de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen afhing van het aantal dagen dat kinderen naar de opvang gingen. Uit de resultaten bleek dat ouders minder boos, opstandig en druk gedrag (ook wel externaliserend gedrag genoemd) bij kinderen zagen wanneer de kinderen drie of meer dagen naar een opvang van hoge in plaats van lage kwaliteit gingen. Pedagogisch medewerkers rapporteerden iets hogere niveaus van externaliserend gedrag wanneer kinderen relatief veel dagen in de opvang doorbrachten. Dit effect was onafhankelijk van de kwaliteit van de opvang. Bij dit laatste gegeven is het echter de vraag of het hier om zorgwekkend gedrag gaat, of dat deze kinderen bijvoorbeeld meer eigenwijs, opstandig en druk gedrag laten zien omdat zij zich meer op hun gemak voelen in de opvang.

Hoge kwaliteit van de kleuterklas

Een laatste bevinding uit het onderzoek is dat een hoge kwaliteit van de kleuterklas de positieve invloed van de eerdere ervaren hoge kwaliteit kinderopvang kan versterken. De resultaten van een studie met Amerikaanse data lieten zien dat kinderen die in een groep van hoge kwaliteit zaten in zowel het jaar voor als tijdens het kleuterjaar, meer sociale vaardigheden en minder gedragsproblemen vertoonden dan kinderen die maar één of geen jaar hadden doorgebracht in een groep van hoge kwaliteit.
Een hoge kwaliteit van kinderopvang kan, kortom, de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen bevorderen. Maar de effecten van hoge kwaliteit zijn niet voor alle kinderen hetzelfde. Kinderen met een lage zelfregulatie zijn gevoeliger voor kwaliteitsverschillen dan kinderen met een hoge zelfregulatie. Als er geen onderscheid wordt gemaakt tussen kinderen naar zelfregulatie en vergelijkbare persoonlijkheidskenmerken, kan het belang van een hoge kwaliteit van kinderopvang voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Het belang van het versterken van de kwaliteit van kinderopvang wordt hiermee dus nogmaals onderstreept.

* Het pre-COOL onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van de Universiteit Utrecht, het Kohnstamm Instituut en ITS, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en NRO-PROO.
** De wachttaken zijn voor pre-COOL aangepast en doorontwikkeld door Hanna Mulder, post-doc onderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

Uitkomsten in het kort

–    Met name de kwaliteit van de interacties tussen pedagogisch medewerkers en kinderen en tussen kinderen onderling lijkt voorspellend te zijn voor de sociale en emotionele ontwikkeling.
–    Bij hogere interactiekwaliteit ontwikkelen kinderen betere sociale vaardigheden en vertonen zij minder opstandig, druk en boos gedrag.
–    Kinderen met een lagere zelfregulatie zijn bij lage opvangkwaliteit minder sociaal vaardig en hoge opvangkwaliteit laten ze juist betere sociale vaardigheden zien.
–    Als ouders aangaven relatief consequent op te voeden én hun kinderen een kinderdagverblijf van hoge kwaliteit bezochten, dan vertoonden de kinderen minder angstig, somber en teruggetrokken gedrag volgens hun ouders.
–    Er is geen bevestiging gevonden van de aanname dat hoge opvangkwaliteit mogelijk negatieve effecten van een minder ondersteunende opvoeding kan compenseren.
–    Ouders zagen minder boos, opstandig en druk gedrag (externaliserend gedrag) bij kinderen wanneer de kinderen drie of meer dagen naar een opvang van hoge in plaats van lage kwaliteit gingen.
–    Pedagogisch medewerkers rapporteerden iets hogere niveaus van externaliserend gedrag wanneer kinderen relatief veel dagen in de opvang doorbrachten.
–    Een hoge kwaliteit van de kleuterklas kan de positieve invloed van de eerdere ervaren hoge kwaliteit kinderopvang versterken.

 

Over Martine Broekhuizen

Martine Broekhuizen is op 13 februari 2015 gepromoveerd op haar proefschrift Differentiële effecten van kwaliteit van kinderopvang op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen bij de afdeling Ontwikkelingspsychologie van de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt Broekhuizen als postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling Pedagogiek van dezelfde universiteit bij de onderzoeksgroep van Paul Leseman. Hier zet zij haar onderzoekslijn voort en werkt ze daarnaast als onderzoeker binnen het Europese CARE project (www.ecec-care.org). Het doel van CARE is om een cultureel sensitief Europees kwaliteitskader te ontwikkelen voor opvang en onderwijs voor peuters en kleuters (kinderen van 0-6 jaar).

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.