Uitgangspunten nieuw kwaliteitskader vastgesteld

Van een oerwoud aan regels en uitzonderingen naar een helder kwaliteitskader. Hoe gaat dit in zijn werk? Martin Flier, directeur kinderopvang van het ministerie van SZW, zette het op een rijtje tijdens het openingscongres van de Week van het Jonge Kind.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Er moet een glasheldere set basisregels komen waar geen onduidelijkheid meer over kan ontstaan.
Er moet een glasheldere set basisregels komen waar geen onduidelijkheid meer over kan ontstaan. - Foto: ANP

Aan een aandachtig gehoor in de zaal van Panama (Amsterdam) liet de hoogste ambtenaar kinderopvang nog eens zien hoe de huidige situatie is: de itemlijst van de GGD-inspectie is niet perfect, de regelgeving achter het toezicht is te gedetailleerd en er zijn veel uitzonderingen mogelijk. Dit alles heeft geleid tot een oerwoud aan regelgeving. Daar wil minister Asscher een einde aan maken. In 2017 moet er een nieuw kwaliteitskader voor de kinderopvang en bso liggen en een jaar later voor de gastouderopvang.

Investeren

Er zijn inmiddels zes uitgangspunten voor een nieuw pakket aan kwaliteitseisen geformuleerd. De eerste is het investeren in de kern van de kwaliteit: het personeel. De minister denkt daarbij aan het werken aan een beter taalniveau en aan een mix van mbo 3/4 en hbo’ers op de groep. Er moet een systeem van permanente scholing komen.
Tweede uitgangspunt is: kinderen beschermen tegen grote risico’s en leren omgaan met kleine risico’s. Derde punt: het concreter maken van de vier pedagogische doelen van Riksen-Walraven en deze beter in de wet verankeren. Daarmee komen er ook helderder handvatten voor het toezicht op de pedagogische kwaliteit.

Wilt u ouders informeren over de aanstaande veranderingen in (bijvoorbeeld) het toezicht? Download dan nu een tekst voor in uw nieuwsbrief of informatieblaadje >>

Leeftijd

Het vierde punt is het meer rekening houden met de leeftijd als het gaat om regels en criteria. Martin Flier noemt daarbij als voorbeeld dat de regels in de bso nog voornamelijk geënt zijn op de 0-4-opvang, terwijl je op je vingers kunt natellen dat je voor een driejarige heel andere (veiligheids)normen moet hebben dan voor een tienjarige. Er moet passende regelgeving komen die beter aansluit bij de kwetsbaarheid van de allerkleinsten en de grotere zelfstandigheid van de oudere kinderen.

Glashelder

Er moet een glasheldere set basisregels komen waar geen onduidelijkheid meer over kan ontstaan. Flier: ‘De ruimte voor flexibiliteit moet groter worden, maar basisnormen – ik denk dan aan opleiding van pm’ers, vierkante meters, BKR en dat soort zaken – staan dan buiten kijf.’ En het zesde uitgangspunt: er moet meer ruimte komen voor pedagogisch maatwerk, in overleg met de ouders. ‘Denk aan tweetalige opvang, dat nu lastig te realiseren is binnen de huidige regelgeving.’
Martin Flier vertelt dat deze zes uitgangspunten worden vertaald naar een pakket kwaliteitseisen. Voor de zomer, waarschijnlijk in juni, komt er een brief van minister Asscher aan de Tweede kamer waarbij de hoofdlijnen van de nieuwe kwaliteitseisen worden toegelicht.

Minister zette zijn ideeën al eerder uiteen in een brief aan de kamer. In de Kamerbrief Ruimte voor (pedagogische) kwaliteit in de kinderopvang legt Asscher uit hoe hij toewerkt naar een nieuw kwaliteitskader voor de kinderopvang/peuterspeelzalen, de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang. Lees meer>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.