Serie Harmonisatie: Eindhoven

Nog even en peuterspeelzaalwerk en kinderopvang moeten geharmoniseerd zijn. In een serie in tijdschrift Management Kinderopvang en op de website Kinderopvangtotaal vertellen kinderopvang- en peuterspeelzaalmanagers hoe hun gemeente de harmonisatie heeft aangepakt en welke lessen hieruit te trekken zijn voor andere gemeenten. Deel 5: Eindhoven

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Harmonisatie-Eindhoven.jpg
Al in 2003 werden in Eindhoven kinderopvang

In de laatste twee delen van de serie over harmonisatie komen de gemeenten Eindhoven en Arnhem aan bod. In beide gemeenten is de harmonisatie grotendeels aan het veld zelf overgelaten. In Eindhoven is het peuterwerk geïntegreerd binnen de kinderopvang onder de regie van het onderwijs. Dat betekent dat bij elke schoollocatie peuterwerk en peuteropvang (VVE) bij dezelfde kinderopvangaanbieder terecht zijn gekomen. In Eindhoven kiezen ouders de aanbieder. De gemeente subsidieert per peuter de aanbieder die door de ouders is ingeschakeld.

SPILcentra

Eindhoven loopt wat harmoniseren betreft al jaren voorop. Al in 2003 werd de wens uitgesproken om definitief een einde te maken aan segregatie in de stad. Kinderopvang, peuterwerk en scholen werden gebundeld tot SPILcentra. Peter Notten, bestuursvoorzitter van de Korein Groep (o.a. Korein Kinderplein en Kinderopvang SKAR), is er vanaf het begin bij betrokken geweest. ‘Met alleen VVE-geld investeer je wel in de methodiek om achterstanden te bestrijden, maar je haalt kinderen niet uit hun achterstandssituatie. Je houdt daarmee zogenoemde zwarte scholen en zwarte VVE-speelzalen in stand. Dat terwijl kinderen misschien nog wel meer leren van andere kinderen dan van een goede VVE-methodiek. Wij wilden daarom gezamenlijk, en los van de harmonisatie, een stap maken en segregatie voorkomen.’

Partijen om tafel

Voor het vormen van SPILcentra moesten onderwijsorganisaties, kinderopvang en peuterwerk met elkaar om tafel. Korein Kinderplein heeft ongeveer 70 procent van Eindhovense  kinderopvang in handen, voor de rest zijn er kleine aanbieders. Ze werken samen in het Platform Samenwerkende Kinderopvangorganisaties Eindhoven (PSKE).  De peuterspeelzalen waren ondergebracht bij één welzijnsorganisatie. Notten: ’Omdat we merkten dat het niet handig was om met veel partijen om tafel te zitten, hebben we in 2012 vergevorderde plannen gemaakt. Korein Kinderplein zou het peuterspeelzaalwerk overnemen. In elk SPILcentrum had de school een vaste kinderopvangpartner die nu ook het peuterwerk aanbiedt. Het onderwijs kreeg de regie over VVE. Wij droegen als kinderopvang het exploitatierisico.’ Dat klinkt eenvoudig, maar Notten noemt het ook ‘geluk’. ‘We hebben in Eindhoven het geluk gehad dat de kinderopvang, het onderwijs en het welzijnswerk er allemaal tegelijkertijd klaar voor waren om deze megaoperatie uit te voeren en kinderopvang via PSKE één spreekbuis heeft’

Reorganisatie

Voor de pedagogisch medewerkers van de peuterspeelzalen veranderde er na de overname niet echt iets, behalve dat er een andere werkgever op het loonstrookje stond. De locaties bleven open en het bereik van peuters met een achterstand werd groter. De enige kink in de kabel was dat kort na de overname van het peuterwerk Korein Kinderplein door een reorganisatie moest. Notten: ‘We moesten afscheid nemen van 300 collega’s omdat de vraag naar kinderopvang door de landelijke bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag ook in zuidoost-Brabant terugliep. Hoewel het één niks met het ander te maken had, ervoeren medewerkers dat wel zo..’

Tarieven VVE

De gemeente Eindhoven maakte in overleg met alle partijen de keuze om VVE voor alle kinderen, ongeacht of zij een taalachterstand hadden of niet, mogelijk te maken.  Eerst kregen alle peuters van 2,5 – 4 jaar recht op 5,5 uur VVE per week. Omdat Korein Kinderplein en de andere kinderopvangorganisaties VVE goedkoper konden aanbieden dan voorheen de welzijnsstichting, verlaagde de gemeente dit in 2014 naar alle kinderen vanaf 2 jaar en drie maanden. Kinderen met een VVE-indicatie kregen 5,5 uur geheel vergoed, voor de overige 5,5 uur opvang betaalden ouders een inkomensafhankelijke bijdrage. Kinderen zonder achterstand die al naar de kinderopvang gingen, kregen ook een financiële vergoeding voor 5,5 uur VVE per week. Dit kostte de ouders niks extra’s. De gemeente betaalde de kinderopvang per peuter circa 2 euro extra per uur. 

Groter bereik

Notten: ‘We hebben niet alleen het bereik zien groeien van 85 procent in 2012 naar 93 procent van de peuters nu. Ook de Onderwijsinspectie ziet dat onze kinderen sinds de volledige integratie van voorschoolse voorzieningen er enorm op vooruit gegaan zijn. Zij zijn laaiend enthousiast over onze aanpak. Ik denk echt dat dit komt omdat kinderen veel beter met elkaar integreren dan voorheen.’

In deel 1 en 2 komen vertegenwoordigers van voorschoolse organisaties aan het woord. Zij vertellen hoe hun gemeente de twee verschillende voorzieningen kinderopvang en peuterwerk in stand hielden, maar toch voldeden aan de harmonisatie-eisen. Lees hier het verhaal van de gemeente Dordrecht en van de gemeente Velsen.

In deel 3 en 4 komen twee gemeenten aan bod die ervoor kozen om het peuterwerk onder de reie van kinderopvang te schuiven. Welke argumenten lagen hieraan ten grondslag en voor welke uitdagingen stonden kinderopvang- en peuterspeelzaaleigenaren daar? Lees het verhaal van de gemeente Zwartewaterland en van de gemeente Enschede.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.