Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Pedagoog Geertjan Overbeek: ‘Wat is er mis met anders zijn?’

We accepteren afwijkend gedrag veel minder dan vroeger, ook bij kinderen. ‘Ander' gedrag willen we zo snel mogelijk signaleren en behandelen. En dus wordt al gauw naar een diagnose gegrepen en een stempel geplakt. ‘Dat gaat veel te ver', vindt jeugdpsycholoog en pedagoog Geertjan Overbeek.
Jongen speelt met fidget spinners
tatyana_tomsickova / Getty Images / iStock

Geertjan Overbeek is gespecialiseerd in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Wat hem betreft is een goede basishouding voor professionals die met kinderen werken ‘op je handen zitten en eerst eens aankijken hoe het kind zich ontwikkelt’. ‘We weten hoe belangrijk de eerste 1000 dagen van kinderen zijn,’ zegt hij, ‘want die periode heeft voorspellende waarde voor het kind in de pubertijd en in de adolescentie. Sensitiviteit voor wat het kind nodig heeft is de kern van opvoeden. Ook in de kinderopvang.’

U zegt dat kinderen vooral gebaat zijn bij emotionele beschikbaarheid. Leg eens uit?

‘Wat een kind nodig heeft is verbinding met volwassenen die emotioneel beschikbaar voor ze zijn. De ouders natuurlijk, maar ook andere rolmodellen, zoals de pedagogisch professional, de leerkracht op de basisschool of de trainer op de sportclub. Én de professional die aandacht heeft voor de specifieke behoeften van het kind dat schuchter aan de rand van het speelveld staat, of juist te agressief gedrag vertoont. Aan de andere kant hoeft wat kinderen meemaken in de vroege kindertijd niet allesbepalend te zijn. Ja, een tekort aan liefdevolle relaties geeft een risico voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Tegelijkertijd zijn veel kinderen heel veerkrachtig en kunnen zij met aandacht en positieve ervaringen ook ver komen in hun ontwikkeling.’

Pedagoog en jeugdpsycholoog Geertjan Overbeek. Foto: Kirsten van Santen

Wat betekent dit inzicht voor de kinderopvang?

‘Dat het belangrijk is om te kijken hoe je stabiliteit op de groep kunt inbouwen in de dag. Je moet bijvoorbeeld niet te veel wisselingen van pp’ers hebben op een groep. Zorg dat je je personeel traint op sensitief werken met het kind. En leer oog te hebben voor de individuele ontwikkeling van elk kind op de groep. Inderdaad, dat is niet altijd gemakkelijk, want er gebeurt altijd heel veel op de groep in een dag. Maar het is goed om de pedagogische vaardigheden te ondersteunen van pp’ers. En ze op te leiden in de mogelijkheden van sensitief te werken. Dan kunnen de professionals het kind beter als individu zien en horen en die focus niet in de hectiek van de dag verliezen.’

U doet onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. U vindt dat we teveel focussen op preventief handelen?

‘Als je het goed doet niet. Maar in onze samenleving heeft preventie vaak het karakter van opsporen van problemen. Vervolgens is er dan ook direct een zorgtraject nodig. Opvallend is dat wij steeds meer preventief zijn gaan werken in de kinder- en jeugdzorg. Maar parallel daaraan zien we dat er steeds méér in plaats van minder kinderen in zorg zijn. Dat heeft, denk ik, te maken met dat we steeds meer en vaker kinderen screenen bij vermoedens van afwijkend gedrag. Je vraagt je meteen af: zit het wel goed met dit kind? In onze maatschappij is de acceptatie van het afwijkende echt minder geworden. En ik geef toe: wij spelen daar als pedagogen ook een rol in met de focus die wij leggen op de diverse problematieken die zich voor kunnen doen bij een kind. Wij zouden meer moeten uitdragen dat de ontwikkeling van een kind soms anders kan zijn, dat een kind anders kan zijn, zonder dat er gelijk een screening en jeugdzorg nodig is. Natuurlijk: je moet daar wel voorzichtig mee zijn, er kunnen natuurlijk wezenlijke problemen zijn met een kind die professionele aandacht nodig hebben. Hoe meer je zoekt naar problemen, hoe meer je er vindt. Misschien is het mogelijk om tijdig bij te sturen, zonder dat je afwijkend gedrag van een kind gelijk problematiseert. Dat geldt voor pp’ers, maar ook voor leerkrachten op school en voor ouders. Het is goed, denk ik, om de pedagogische basis te versterken van professionals en van ouders in plaats van steeds meer kinderen te screenen.’

Geertjan Overbeek is, naast onder meer baby- en kinderosteopaat Anja Caers en specialist Jonge Kind Nicole Verdonk, een van de sprekers op het KinderopvangTotaal congres Emoties & Opvallend Gedrag op vrijdag 27 november. Meer info of aanmelden >>

Wordt te vaak onnodig professionele hulp voor kinderen ingeroepen?

‘Ja, dat zien we eigenlijk over de hele linie wel bij kinderen en jeugd. We zien dat bijvoorbeeld de diagnose ADHD of autisme flink vaker voorkomt, al op jonge leeftijd. Maar is het reëel te denken dat zoveel meer kinderen ADHD of autisme hebben dan 10 jaar geleden? Ik denk het niet. We zijn veel aan het zoeken, accepteren minder afwijkend gedrag en er is ook nog eens veel aandacht voor deze thema’s. Dan ga je als ouder of als professional veel eerder denken dat er bij afwijkend gedrag iets aan de hand is en laat je dat toetsen. Maar: wat is er mis met anders zijn? Niet alles is per definitie een probleem. Je kunt er wel speciale aandacht aan schenken. Dat kunnen pedagogisch professionals en leerkrachten doen, zeker als ze sensitief werken en kijken naar wat een kind in zijn of haar specifieke situatie nodig heeft.’

Hoe kun je die trend van screenen, diagnoses en zorgtrajecten ombuigen?

‘Dat heeft een cultuurverandering nodig, denk ik. We kunnen als uitgangspunt voor preventie niet het screenen, maar de veerkracht van kinderen nemen. Door de veerkracht te versterken kunnen kinderen zelf weerbaar zijn. Dus minder aandacht voor de vraag: welke stoornis zou achter het gedrag kunnen zitten? En meer aandacht voor positief opvoeden en positieve bekrachtiging van kinderen als het goed gaat. Toon als volwassene goed voorbeeldgedrag, door bijvoorbeeld op extreme emoties bij kinderen rustig te reageren en de situatie proberen te normaliseren. In Nederland geven kinderen in onderzoeken aan erg gelukkig te zijn, goede sociale relaties te onderhouden en tevreden te zijn in het gezin en met hun omgeving. Er gaat dus ook veel goed. Daar moeten we ook naar kijken.’

Positief bekrachtigen, goed gedrag voordoen dus. Is sensitief werken niet te pamperend?

‘Nee, dat denk ik niet. Hoe meer regels je stelt, hoe moeilijker het wordt om alle kinderen zich aan alle regels te laten houden. Dan ben je voortdurend bezig om kinderen te corrigeren en te wijzen op de regels. Dat geldt voor professionals, maar ook voor ouders thuis. Natuurlijk is het belangrijk om strikt noodzakelijke regels te hebben op de groep, op school en ook thuis. Dan kun je daar ook consequent aan vasthouden. Zoals: niet slaan en schoppen of wachten op je beurt. Belangrijker nog dan het vasthouden aan regels is: hoe verhoud je je tot het kind? Hoe ga je om met afwijkend gedrag? Wat doe je als kinderen erg boos of heel verdrietig zijn? Vaak hebben we de neiging om tegen kinderen te zeggen: “Het is niet zo erg, het valt allemaal wel mee”. Maar wees niet bang om emoties van kinderen te verwoorden, te benoemen. En kijk wat er onder het gedrag zit wat het gedrag verklaart. Dat is sensitief werken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.