Onderwijsinspectie tevreden over toezicht kinderopvang

Het toezicht op de kinderopvang gaat beter en er worden meer opvanglocaties geïnspecteerd. In een kwart van de gevallen adviseert de GGD de gemeente om tot handhaving over te gaan. Dit wordt echter niet altijd door de gemeente gehonoreerd. Dit blijkt uit een landelijk rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
75939334

In totaal werden er in 2017 nog zeven gemeenten nader onderzocht omdat ze hun toezicht niet voldoende op orde hadden. Dit waren er in 2015 nog 16 en in 2016 nog 10. Dit komt ook door een proactieve instelling van de inspectie. Naar aanleiding van jaarverslagen over 2016 heeft de inspectie bij 61 gemeenten om opheldering gevraagd. Dit directe contact blijkt constructief en effectief. Onduidelijkheden werden gelijk opgehelderd en eventuele risico’s voor de kwaliteit van de opvang werden direct besproken. Gemeenten hadden soms al voorafgaand aan het gesprek verbeteringen doorgevoerd of zetten die snel in gang.

Bereik inspecties

Het percentage uitgevoerde jaarlijkse onderzoeken in de kinderopvang is bijna 100 procent. Een heel klein percentage wordt dus niet gecontroleerd terwijl dit wel zou moeten. In 2016 werd 10 procent van de voorzieningen voor opvang bij gastouders onderzocht. Daarmee voldoen gemeenten aan de norm om minimaal 5 procent van de gastouders te onderzoeken.

Handhaving

Het aantal handhavingsadviezen loopt ook dit jaar weer terug. Na onderzoek bij kinderdagverblijven, bso’s en gastouderbureaus gaf de GGD in 25 procent van de gevallen een advies tot handhaving. Dit was in 2014 nog tussen de 35-40 procent. Bij peuterspeelzalen was dit in 2016 minder dan 20 procent en bij gastouders 8 procent, al moet gezegd worden dat de laatste groep veel minder vaak geïnspecteerd wordt.

Overleg en overreding

De Onderwijsinspectie is tevreden over de daling. Volgens hen komt dit onder andere door beter uitgevoerde gemeentelijke handhaving en de inzet van het instrument ‘overleg en overreding’’ door de GGD. In 2016 besloot de gemeente in 18 procent toch niet tot handhaving over te gaan terwijl de GGD dit wel adviseerde. Dit percentage was in 2014 hoger (26 procent) en hieruit blijkt volgens de Inspectie dat gemeenten bewuster omgaan met dit besluit en de acties beter registreren. Wat verder nog opvalt is dat gemeenten na een nader onderzoek bij 15 procent van de overtredingen besluit om ’beredeneerd niet te handhaven’. Dat betekent dat hoewel een overtreding nog niet is opgelost op een locatie, er toch niet wordt gehandhaafd. De inspectie zou graag meer onderzoek willen doen naar de afwegingen die gemeenten hierin maken.

Signalen

Naast het toezicht door de GGD, zijn signalen van betrokkenen ook belangrijk om eventuele overtredingen aan het licht te brengen. Een signaal kan voor een gemeente een reden zijn om incidenteel onderzoek te laten uitvoeren. Dergelijke signalen en de aanleiding daartoe worden nu nog niet in het GIR-systeem geregistreerd. Daardoor heeft de Onderwijsinspectie geen goed beeld van de inhoud en aantallen van binnengekomen signalen in de kinderopvang. Ook is niet duidelijk wat gemeenten met signalen doen en wat het resultaat ervan is. De inspectie zou dan ook graag zien dat ook deze signalen goed geregistreerd worden.

Verdieping

De komende maanden volgen er nog twee verdiepende analyses van het toezicht op de kinderopvang met daarin onder andere aandacht voor de handhaving door gemeenten en het toezicht op de voorschoolse educatie.

Download hier het landelijk rapport kinderopvang 2016.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.