Minister reageert op Kamervragen over tijdelijke toelatingseisen stint

‘Een zo goed mogelijke balans vinden tussen veiligheid en innovatie’, dat is de reden voor het tussentijdse toelatingskader van de stint, schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen als antwoord op Kamervragen. Volgens BK-voorzitter Felix Rottenberg houdt de minister rekening met wensen vanuit de kinderopvang.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Minister Cora van Nieuwenhuizen - ANP

Hoe kijkt de minister van Infrastructuur en Waterstaat terug op het schorsingsbesluit? Moet er niet gewacht worden met een tijdelijk toelatingskader tot de uitkomsten van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bekend zijn? Is de nieuwe stint inzetbaar vóór aanvang van het nieuwe schooljaar? Krijgt de kinderopvangbranche dat zo snel mogelijk te horen? Een greep uit de vragen die door Tweede Kamerwoordvoerders werden gesteld, als reactie op de Kamerbrief herziening toelatingskader Stint van afgelopen 26 februari. Daarin maakte Van Nieuwenhuizen de aanvullende eisen van de nieuwe stint bekend.

Veiligheid

Leden van de CDA-fractie zeggen te willen waken dat de focus op innovatie het wint van de veiligheid. Hoe voorkomt de minister dat veiligheid naar de achtergrond verdwijnt om tegemoet te komen aan innovaties? Van Nieuwenhuizen: ‘Bij de totstandkoming van het tussentijdse toelatingskader is geprobeerd een zo goed mogelijke balans te vinden tussen veiligheid en innovatie. De definitieve adviezen van de RDW en SWOV worden in april verwacht. Verder volgen ook nog de uitkomsten van het ongevalsonderzoek en naar verwachting verschijnen in het najaar de uitkomsten van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Met de uitkomsten van die onderzoeken wordt rekening gehouden bij de herijking van een definitief toelatingskader.’

Onderzoek

Van diezelfde fractie komt de vraag waarom de uitkomsten van de onderzoeken en de definitieve adviezen niet nodig zijn bij de vormgeving van het tussentijdse toelatingskader. Van Nieuwenhuizen geeft aan dat het voor de hand zou liggen om de resultaten af te wachten, maar dat er ook een nadrukkelijke wens klinkt vanuit de Kamer en onder meer de brancheorganisaties kinderopvang voortvarend te handelen. ‘Om dit dilemma op te lossen is daarom gekozen voor een tussentijdse herijking van het toelatingskader. (…) Met dit tussentijdse toelatingskader zijn randvoorwaarden gecreëerd om de balans tussen verkeersveiligheid en innovatie meer in evenwicht te brengen.’

Europese wetgeving

‘De minister schreef in haar brief dat ze voor een later in te voeren permanent toelatingskader aan wil sluiten bij Europese wetgeving. Dat is niet één-twee-drie geregeld. Dat vraagt om nieuwe wetgeving en kost tenminste anderhalf jaar tijd’, reageert Felix Rottenberg, voorzitter Brancheorganisatie Kinderopvang, in zijn column.

Acht kinderen

Onderwerp van discussie is het maximaal aantal te vervoeren kinderen in de nieuwe stint: acht in plaats van tien. ‘De ratio achter het maximum aantal van acht personen komt voort uit het Reglement rijbewijzen, waarin is bepaald dat met een rijbewijs B voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen (exclusief bestuurder) mogen worden bestuurd. (…) Het verschil in effect van acht of tien inzittenden in de Stint op de verkeersveiligheid is niet bepaald.’ Van Nieuwenhuizen is voornemens een onderzoek te laten doen naar de effecten hiervan op de veiligheid. ‘Aan de hand van de uitkomsten daarvan, en in samenhang met de uitkomsten van het OVV-onderzoek, wil ik bezien of maatregelen nodig zijn zoals aanpassing van de huidige wetgeving.’

‘Nieuw probleem’

Rottenberg: ‘Dat creëert een nieuw probleem, in de bso geldt immers de regel dat op een groep van 10 kinderen 1 pedagogisch medewerker nodig is. Dat leidt tot een forse toename van verkeersbewegingen als het om bso-vervoer gaat. Wij hebben dit uitvoerig besproken met de ambtelijk adviseurs van de minister, met wie we met grote regelmaat overleggen.’ BK, BOinK en BMK hebben contact opgenomen de Kamerleden die het stintvraagstuk behartigen en gevraagd om een Algemeen Overleg met de minister te voeren. Dat is gehonoreerd en vindt plaats op 16 april. Om een rijbewijs B te eisen voor gebruikers van bijzondere bromfietsen (waaronder de stint) is een wetswijziging nodig.

Zitplaatsen

Ook geeft Van Nieuwenhuizen aan dat zitplaatsen in de rijrichting moeten worden geplaatst (vier keer rijen van twee zitplekken). Dat zou betekenen dat de huidige stints niet meer geschikt zijn, vanwege de langwerpige banken tegen de rijrichting in. Rottenberg: ‘Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de minister mede door de aanbevelingen van ons nu voor een tussenfase kiest waarin in het tijdelijk toelatingskader de bankjes blijven zoals ze staan in combinatie met tweepuntsgordels, en dat kan in de huidige Stint gerealiseerd worden.’ Deze gordels moeten ‘intuïtief’ los te maken zijn zoals bijvoorbeeld autogordels of kinderstoeltjes, maar tegelijk moet voorkomen worden dat kleine kinderen de gordel zelf losmaken.

De weg op

Leden van de SP- en PvdA- fractie hebben gevraagd of de nieuwe stint inzetbaar is voor de aanvang van het nieuwe schooljaar. Daarbij hebben zij aangegeven dat het belangrijk is dat de kinderdagopvangbranche hier zo snel mogelijk duidelijkheid over krijgt. ‘Er is met de kinderopvangbranche een intensieve dialoog over dit proces’, reageert Van Nieuwenhuizen. ‘Zoals aan uw Kamer op 26 februari jl. is gemeld, is het streven het tussentijdse toelatingskader zo snel mogelijk in werking te laten treden. (…) Het is vervolgens eerst aan de fabrikant om een nieuwe stint aan te bieden.’

Definitief toelatingskader

Van Nieuwenhuizen schrijft dat een definitief toelatingskader niet voor 2020 gereed zal zijn. ‘Gezien de afhankelijkheid van verschillende factoren kan er geen concrete datum worden gegeven wanneer het definitieve toelatingskader in werking kan treden.’ De definitieve adviezen van de RDW en SWOV worden in april verwacht. Naar verwachting verschijnen in het najaar de uitkomsten van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Bekijk de antwoorden van minister Van Nieuwenhuizen op Kamervragen >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.