Hoe houd je het binnenklimaat gezond?

Binnenklimaat in veel kindercentra niet gezond

Veel kinderdagverblijven en peuterspeelzalen zijn te warm en slecht geventileerd. Dat is slecht voor de gezondheid van kinderen én groepsleiding.

Door Katja Meertens

Snotneuzen, hoestbuien en waterige oogjes: in de winter blijf je met zakdoeken in de weer om de rode neusjes van de kinderen te poetsen. Zelf voel je je in deze periode ook niet optimaal. Maar goed, dat brengt het werken met kleine kinderen nu eenmaal met zich mee. Je bent vaker ziek omdat je alle kinderverkoudheidjes en griepjes mee naar huis neemt. Het enige dat je kunt doen is wachten tot het lente wordt.
Fout! Die snottebellen zijn geen vaststaand feit waaraan niets valt te doen. Dat virussen op veel crèches in de lucht zitten, heeft alles te maken met een gezond binnenklimaat. En daar schort het bij veel kinderdagverblijven nogal eens aan. Bij de meeste is de luchtkwaliteit onder de maat, wees onderzoek in Rotterdam vorig jaar uit. Het is ‘s zomers én ‘s winters te warm en er wordt slecht geventileerd.

Slechte luchtkwaliteit binnen
Een onfrisse ruimte levert al gauw hoofdpijn, vermoeidheid en een geïrriteerde keel op. Maar het kan ook leiden tot astma-aanvallen en infecties. Groepsleidsters kunnen zich in muffe ruimtes minder goed concentreren. Uit Deens onderzoek blijkt dat kinderen vaker ziek zijn als ze in slecht geventileerde kindercentra verblijven. Ook het ziekteverzuim bij leidsters is dan groter.
Bij een slechte luchtkwaliteit is de hoeveelheid koolstofdioxide (CO2) heel hoog. CO2 komt vrij wanneer mensen uitademen. De hoeveelheid CO2 zelf is niet schadelijk, maar bij het uitademen komen ook andere stoffen vrij – zoals ziektekiemen en fijn stof – die wel kwalijk, maar slecht te meten zijn. Daarom wordt de hoeveelheid CO2 gemeten als indicator voor de luchtkwaliteit. Daarbij geldt: hoe hoger de CO2 is, hoe slechter de luchtkwaliteit. De hygiënische grenswaarde in kinderdagverblijven is ongeveer 1000 ppm (Parts Per Million, het aantal CO2-deeltjes per miljoen deeltjes lucht). Alles wat daarboven ligt wordt als onfris of muf ervaren.
In een onderzoek dat adviesbureau Boerstra Binnenmilieu Advies (BBA) vorig jaar in Rotterdam onder een flink aantal kinderdagverblijven deed, bleek dat meer dan de helft van de kindercentra in de winter een te hoge CO2-concentratie in de slaap- en speelruimtes had.
Soms werd er zelfs een concentratie van 3000 ppm gemeten. Ter vergelijking: in kantoren is het CO2-gehalte normaal gesproken tussen de 600 en 800 ppm.

Vaak te warm
Ventilatie is het toverwoord bij het voorkomen van slechte luchtkwaliteit. Bij een goede ventilatie neemt de CO2 af en daarmee vliegen ook de bacteriën en virussen de crèche uit.
Onderzoekster Lonneke Haans van BBA zegt dat de groepsleiding een grote bijdrage levert aan een slechte luchtkwaliteit. ‘Het is lastig, vooral in de winter. Je wilt frisse lucht, maar een raam open maakt het al snel te koud. Je ziet ook verschillen in leidsters. De koukleumen houden liever alles dicht. Dan loopt de CO2 snel op.’
Ongeveer gelijktijdig met BBA deed de GGD in Rotterdam onderzoek naar de luchtkwaliteit, temperatuur en luchtvochtigheid in slaapkamers van crèches. Ook daaruit kwam dat de luchtkwaliteit te wensen over liet en de temperatuur vaak te hoog was. Medisch milieukundig medewerker Tiny Habets van GGD Rotterdam merkte dat het CO2-gehalte in de slaapkamers van de babygroepen iets beter is dan bij de peuters. ‘Waarschijnlijk komt dat, doordat de peuters allemaal tegelijk van één tot drie slapen. De baby’s doen dat afwisselender, waardoor er minder kinderen tegelijk in de slaapkamer zijn. Daardoor gaat ook de deur vaker open zodat de lucht beter doorstroomt.’ Volgens Tiny Habets houden leidsters uit angst voor tocht de deuren en ramen liever gesloten. ‘Ze denken dat kinderen daar ziek van worden. Met tocht verplaatst de lucht zich wat sneller en dat kan onaangenaam voelen, maar van tocht wordt je niet ziek. Het maakt je weerstand niet lager.’

Alle ramen open
Lonneke Haans van BBA wijt het gebrek aan luchtverversing bij crèches ook aan de gebouwen en de aanwezige ventilatievoorzieningen. Veel kinderdagverblijven zitten in gebouwen die in het verleden een andere functie hadden. ‘Er zijn vaak weinig mogelijkheden om de lucht te verversen. Sommige ramen kunnen vanwege de veiligheid niet open.’ Ook zijn er in bepaalde gebouwen niet altijd ventilatieroosters in de gevel, om van een mechanisch ventilatiesysteem maar te zwijgen. ‘Meestal is het alleen goed geregeld in gebouwen die echt gebouwd zijn voor een kinderdagverblijf en waar aandacht is besteed aan het binnenmilieu’, zegt Haans.
Arbocoördinator Jolanda de Wit van de kinderopvangorganisatie Kober groep in de regio Breda merkt dat aan den lijve. ‘Eén van onze opvangcentra zit in een schoolgebouw. De verwarmingsbuizen van de school lopen door onze speel- en slaapruimtes en daardoor is het vaak te warm. Maar daar is niets aan te doen.’ De Kober groep heeft regels opgesteld om het binnenklimaat gezond te houden. ‘Voordat de kinderen binnenkomen, staan alle ramen open. En we werken eraan op alle locaties zonwering aan te brengen, om te voorkomen dat het ’s zomers te warm wordt.’

In veel crèches is de temperatuur vooral in de zomer veel te hoog. ’s Zomers moet het in de speelruimtes tussen de 23 en 27 ºC zijn. In de slaapruimtes mag het zelfs een paar graden koeler (tussen de 20 en 25 ºC). Bij zeventig procent van de crèches was het ’s zomers in de slaapruimtes warmer dan 25 ºC. ‘Een hoge temperatuur kan in principe geen kwaad’, zegt Tiny Habets van de GGD Rotterdam. ‘Maar ik kan me zo voorstellen dat kinderen dan minder fit wakker worden.’

Tips: Zo hou je het binnen gezond

– Zet het raam op een kier als dat op een veilige manier kan. Wees daarbij niet bang voor tocht. Daarvan worden kinderen niet ziek. Na het slapen kunnen de ramen in de slaapruimte helemaal open.
– Probeer minimaal één uur per dag te luchten door ramen of deuren tegen elkaar open te zetten. Dat mag in kortere periodes, bijvoorbeeld drie keer twintig minuten. Doe dat op momenten dat kinderen buiten spelen of als ze (in een andere ruimte) slapen.
– Laat de gevelroosters altijd open. Zorg ervoor dat die twee keer per jaar worden schoongemaakt, zodat ze goed blijven werken.
– ’s Zomers kunnen ook ’s nachts de roosters en ramen open blijven staan, zodat het gebouw wat afkoelt. Let wel op inbraakgevaar!
– Sluit een onderhoudscontract af met een monteur die jaarlijks het mechanisch ventilatiesysteem nakijkt. Het systeem kan ongemerkt achteruit gaan en daardoor voor minder frisse lucht zorgen.
– Hang in elke ruimte een thermometer en een CO2-meter, zodat je de temperatuur en de luchtkwaliteit echt kunt zien. Als je lang in dezelfde ruimte bent, heb je niet altijd in de gaten dat het te warm of te muf wordt.
– In de slaapkamer mag het gerust 15 tot 18 ºC zijn. Dat lijkt koud, maar het is de richtlijn voor slaapruimtes van de GGD.
– Buitenzonwering houdt de warmte beter buiten dan binnenzonwering. Gebruik je binnenzonwering zoals luxaflex, laat die dan neer vóórdat de zon op het raam schijnt. Als je de zonwering pas gebruikt als de zon al naar binnen schijnt, is er al veel warmte binnengekomen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.