Het roer gaat om: 21e eeuwse vaardigheden

Het onderwijs staat aan de vooravond van grote veranderingen, weet branche-adviseur Constance Jacobson. Het is zaak dat de kinderopvangbranche aanhaakt, omdat het belang van de eerste jaren op de verdere ontwikkeling van kinderen nog altijd wordt onderschat. Ze werkt hard om met de kinderopvangbranche proactief in te spelen op de ontwikkelingen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Het roer gaat om: 21e eeuwse vaardigheden

Is het lastig om het belang van de kinderopvang uit te leggen in Den Haag?

‘We hebben een blindevlekprobleem in Nederland. Veel mensen denken dat op de dag dat een kind 4 jaar wordt een magische knop omgaat en dat een kind zich dan opeens gaat ontwikkelen. In de kinderopvang weten we wel beter. Juist in de eerste jaren gebeurt er zoveel. Maar veel mensen op een beslissende positie in Nederland hebben zelf geen professionele kinderopvang meegemaakt. En veranderen blijkt moeilijk. Het water waarin je zwemt, zie je niet.’

Hoe wordt er dan naar de jongste kinderen gekeken?

‘In Nederland lijkt de zich ontwikkelende groep kinderen van 0-4 jaar niet te bestaan. Of het hoort achter de voordeur – ‘mum knows best’. Of het bestaat alleen in een achterstandsvariant, denk aan de VVE-geldendiscussie, óf kinderen zijn een hindernis voor een vlot functionerende arbeidsmarkt. Meer smaken hebben we beleidsmatig nog niet.’

Jij probeert het belang van die eerste jaren bij te brengen aan beleidsmakers. Hoe?

‘Ik zit namens de kinderopvangbranche in de Commissie Beroepsonderwijs Nederland van het VNO NCW. Alle sectoren in Nederland zijn daarin vertegenwoordigd. Wij zijn de partner van het Ministerie van Onderwijs aangaande de veranderingen in het mbo. Als minister van Onderwijs Jet Bussemaker iets wil, dan wordt dat in onze commissie besproken. Wij kunnen daarop reageren. In die commissie zit veel kennis en ervaring. Daar kunnen we coalities maken die onze sector kunnen helpen.’

Je zit met je neus bovenop de beoogde veranderingen voor het onderwijs. Wat zie je gebeuren?

‘Het is ongelooflijk hoeveel activiteit ik zie bij het Ministerie van Onderwijs, maar ook bij Sociale Zaken. Het roer gaat echt volledig om. De doelpalen van het onderwijs worden verzet. We zijn in Europa en de VS erachter gekomen dat we kinderen nu opleiden voor banen die er helemaal niet meer zijn. De arbeidsmarkt vraagt nu al andere vaardigheden van instromers: nieuwsgierigheid, creativiteit, veerkracht, samenwerken. Zij zoeken mensen die passen bij de vraagstukken van de 21e eeuw. Dat vraagt om ander onderwijs en biedt een reusachtige kans voor kinderopvang.’

Gaat het dan vooral om het basisonderwijs?

‘Ook, maar er wordt nu zichtbaar begonnen met het beroepsonderwijs. Het mbo en het vmbo gaan op de schop. Er komt meer ruimte voor innovatie en praktische vaardigheden. De instellingen worden weer kleinschaliger en opereren meer regionaal. Vergis je niet, dit heeft op 60 procent van de leerlingen in Nederland betrekking. In landen om ons heen, Frankrijk en Engeland, staat het onderwijs ook voor grote veranderingen.’

Maar toch is het nu zaak dat de kinderopvang hierop inhaakt?

‘Ja, voor mij is het duidelijk dat de basis voor deze vaardigheden in de leeftijd 0-6 jaar wordt gelegd. Creativiteit, nieuwsgierigheid en het stimuleren van talenten: dat is toch ons vak? Kinderen willen weten hoe iets werkt, dat zit in jonge kinderen ingebakken. Het is natuurlijk inefficiënt als je daar in de eerste jaren als overheid niets mee doet en vervolgens tegen kinderen van 4 jaar zegt “Ga eens creatief en nieuwsgierig doen.” Daar moet je eerder bij zijn. De maatschappelijke vraagstelling aan kinderopvang zal veranderen.’

De kinderopvang heeft veel klappen gekregen. Is de branche sterk genoeg om hierin een rol op te eisen?

‘Natuurlijk heeft de branche te maken met wisselvallig beleid. Maar er is reden genoeg om vooruit te kijken. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er binnen de overheid zoveel wil is om te veranderen. Er liggen kansen voor de kinderopvang: op het gebied van samenwerking, het herijken van de doelstelling en permanente educatie van medewerkers. Het is een positief verhaal, maar wel één van een lange adem. We hebben zeker tien jaar nodig voordat alles op z’n plek staat in een nieuwe structuur.’

Ik hoorde je tijdens Kinderopvang Live zeggen: ‘Kinderopvang moet een must have worden voor ouders in plaats van een nice to have…’

‘Als kinderopvang een rol van betekenis wil spelen, moet het zich ook manifesteren als een professionele partner. Eén die duidelijk de eigen toegevoegde waarde kan laten zien. Daar hebben we nog wat meters te maken. Zolang er met rode letters op de branche “arbeidsmarktinstrument” blijft staan, lukt dit niet. Maar de vraaguitval en crisis heeft de branche ook iets opgeleverd, namelijk een filter op studenten. Wie nu nog voor een beroep in de kinderopvang kiest, is wel heel bevlogen. Daar was de branche wel aan toe. Dat worden prima starters om door te ontwikkelen.’

Wordt de branche een must have met alleen mbo’ers op de groep?

‘Ik zeg niet dat hbo’ers nodig zijn om het imago van de kinderopvangbranche te veranderen. Maar ik denk wel vaak als ik pas-afgestudeerde mbo’ers op de groepen zie: wat vragen we eigenlijk aan die 18-jarigen? Het brein van startende pedagogisch medewerkers zelf is nog niet uitontwikkeld, maar we vragen wel van ze om alle kinderen te helpen ontwikkelen. Deze medewerkers hebben begeleiding nodig om te groeien naar vakvolwassenheid; structureel en meetbaar, niet met een adhoc-cursus. En dan moet de kinderopvang nog betaalbaar blijven ook.’

Permanente educatie dus.

‘Ja, want daarmee creëer je de gewenste ontwikkelcultuur op de groep. Pedagogisch medewerkers ontwikkelen zich, de kinderen ook. En kindkennis is bij uitstek aan veranderend inzicht onderhevig. Het is goed om bij te blijven. In andere sectoren is dat al heel normaal.’

Wat verwacht je nu van kinderopvangondernemers?

‘Allereerst dat ze volhouden. Het is financieel nog ontzettend moeilijk allemaal en de vraaguitval in de kinderopvang is helaas nog niet voorbij. Volg de veranderingen in het beroepsonderwijs en probeer tot goede samenwerking te komen. De docenten van het ROC weten niet vanzelf wat in het professionele werkveld gevraagd wordt. ROC’s zijn het eerste filter van onze professionals, maar het werkveld moet helpen om dit aan te sturen.’

Op het Jaarcongres Management Kinderopvang op 21 april spreekt Constance Jacobson over dit onderwerp. Zie www.kinderopvangcongressen.nl.

Korte biografie Constance Jacobson

Geboren: Voorburg, 1957
Privé: Gehuwd, 3 zoons (allemaal in Engeland geboren)
Opleiding: Theoretische natuurkunde aan de Universiteit Leiden, met groot bijvak Didactiek
Werkervaring:
– 5 jaar lesgegeven aan havo/vwo.
– 12 jaar HR- en kwaliteitsmanager bij Unilever.
– 4 jaar vrijwilligerswerk: VZ stichting Jeugd en Jongerenwerk, opzet extra-curriculair programma PO, mantelzorg.
– Sinds 2005 werkzaam in kinderopvang: opzetten post-mbo ‘nanny-opleiding’.
– Adviseur BKN en Ministerie van OCW bij diplomeringstraject voor gastouders op niveau 2.
– Sinds 2013 bezig met voorbereiden van een permanent educatietraject.
– Sinds enkele jaren voorzitter stichting Nigos.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.