Een nieuwe governancecode

Van honderd naar zes pagina’s: de nieuwe governancecode voor de kinderopvang is volkomen anders dan zijn voorganger. Waar zit ‘m dat in?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

‘Toen we begonnen met het opstellen van een nieuwe governancecode voor de kinderopvang, hebben we nog even overwogen om de vorige versie aan te passen. Maar dat bleek geen haalbare kaart. Er stond simpelweg te veel in, vaak zelfs zaken die voor organisaties volstrekt niet relevant waren. We besloten daarom al snel het roer om te gooien.’ Dat zegt Leon Broere, toezichthouder bij diverse maatschappelijke organisaties en lid van de commissie die de nieuwe governancecode opstelde. De code werd gepresenteerd door de opstellende organisaties VTOI-NVTK (toezichthouders in de kinderopvang) en bdKO (bestuurders).

Deugdelijk bestuur

Net als Broere zijn de meeste betrokkenen van mening dat de nieuwe code volkomen anders van karakter is dan zijn voorganger. De vorige versie was ruim honderd pagina’s lang en ‘rule based’. De nieuwe code telt goedbeschouwd maar zes pagina’s, waarop evenzoveel beginselen van deugdelijk bestuur en toezicht kort en helder worden uitgewerkt, plus een uitgebreide inleiding.

Breed van opzet

De nieuwe code is geïnspireerd op vergelijkbare documenten in andere sectoren, waar de strikte omschrijving van wat er allemaal wel en niet mag, al langer is losgelaten. De nieuwe code voor de kinderopvang is nadrukkelijk bedoeld om te inspireren en bevat geen juridisch afdwingbare normen. Dit vanuit de gedachte dat er al voldoende wet- en regelgeving is op dit vlak. De waarden die aan deze wet- en regelgeving ten grondslag liggen, worden in de code expliciet gemaakt.

Niet vrijblijvend

Desondanks is de code niet vrijblijvend. Van kinderopvangorganisaties wordt verwacht dat zij ‘al het nodige’ doen om aan de bepalingen te voldoen, aldus de inleiding. ‘Daarmee dragen zij bij aan de eigen legitimiteit.’ Bovendien dienen de kinderopvangorganisaties in hun jaarverslag aan te geven hoe zij de uitgangspunten van de code toepassen.

Professionalisering

Johan Vriesema, voorzitter van de bdKO, is al met al ‘heel blij’ met de nieuwe governancecode. ‘Deze sluit aan bij de verdere professionalisering van onze branche’, zegt hij. Niettemin benadrukt Vriesema dat de vorige code ook veel goeds heeft gebracht. ‘Hij was inderdaad anders van karakter. Meer betuttelend, zou je kunnen zeggen. Maar desondanks was-ie destijds zinvol. De sector had het nog nodig dat tamelijk precies werd voorgeschreven wat er wel en niet gedaan moest worden. Het was een toetssteen voor het handelen. Hoe stel je een toezichtsplan op, bijvoorbeeld. Vooral in de grotere organisaties is de code vrijwel dekkend toegepast, bleek uit een enquête.’ Maar inmiddels zijn we tien jaar verder en is er ruimte voor een nieuwe aanpak, aldus Vriesema. ‘Dat betekent een code op hoofdlijnen, waardegedreven. Een visiedocument dat uitnodigt om met elkaar aan de slag te gaan.’

Kleine organisaties

Het bereiken van kleine organisaties vormt een uitdaging, voegt Johan Vriesema toe. ‘We moeten nadenken hoe we de code zodanig onder de aandacht brengen dat we ook bij hen de juiste snaar raken. Casussen uitwerken en best practises opstellen bijvoorbeeld.’ VTOI-NVTK en bdKO organiseren daarom voor hun leden enkele bijeenkomsten over de vraag hoe de modernisering van governance het beste kan worden vormgegeven. Dit gebeurt in samenwerking met Stefan Peij, de voorzitter van de commissie die de nieuwe code opstelde. Daarnaast is bdKO met de brancheorganisaties BK en BMK in gesprek hoe de kleinere kinderopvangorganisaties (tot drie vestigingen) beter te bereiken en te inspireren om tot implementatie over te gaan.

Het complete artikel over de nieuwe governancecode is te vinden in het februarinummer 2020 van Management Kinderopvang.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.