Een gebouw dat uitnodigt

Een 'pedagogisch' gebouw daagt kinderen uit en stimuleert kinderen in hun verschillende ontwikkelingsfasen. Bestaande schoolgebouwen kunnen prima worden aangepast om kinderen van 0-12 jaar te huisvesten én pedagogische principes goed uit te dragen. Gerike Ritsema onderzocht bestaande onderwijshuisvesting in relatie tot integrale kindcentra. 'Een investering in pedagogische gebouwen betaalt zichzelf terug.'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Een gebouw dat uitnodigt

De gebruikseisen van schoolgebouwen zijn de afgelopen decennia sterk veranderd, met name door het ontstaan van brede scholen en integrale kindcentra (IKC). Kinderopvang, buitenschoolse opvang en dagarrangementen deden hun intrede naast het onderwijs en de doelgroep werd uitgebreid met jongere kinderen en buitenschoolse activiteiten. Daardoor zijn kinderen dagelijks meer uren op school dan vroeger.

Prikkelen

Tijdens die lange dagen heeft een kind relatief weinig ruimte. Een werknemer in een sober kantoor heeft 18 m2 tot zijn beschikking, maar volgens de huidige bekostigingsnormen heeft elk kind slechts circa 5,8 m2 ter beschikking. En dat terwijl kinderen juist veel bewegingsvrijheid moeten hebben. De hersenen van kinderen tussen 0-6 jaar ontwikkelen zich het snelst en maken in deze periode de meeste verbindingen. Het is van belang om ze daarin te stimuleren door ze zoveel mogelijk te prikkelen en activiteiten te ontlokken.

Onderzoeken

Een gebouw dat kinderen uitdaagt en prikkelt heet een ‘pedagogisch’ gebouw. Het nodigt uit om te onderzoeken en te ervaren, en er is voldoende (buiten)ruimte om de verschillende levens- en ontwikkelingsfasen van kinderen te stimuleren. Daarom is het belangrijk goed na te denken over de architectuur en de inrichting, over hoe met het gebouw wordt omgegaan en hoe tegenstellingen kunnen worden gehuisvest: ontspanning versus leren, computerwerk versus techniek & handenarbeid, individueel versus groepswerk. Gerike Ritsema: ‘Kinderen hebben een natuurlijke drang tot onderzoeken. Ze willen ervaringen opdoen: een zo hoog mogelijke toren bouwen, verven, knutselen, klimmen. Dat gedrag kun je stimuleren door middel van architectuur en inrichting. De architect Herman Herzberger deed dat al, gewoon met een kuil in de vloer vol met blokken. Die blokken kun je ernaast zetten zodat ze dienen als podium, je kunt je in de kuil verstoppen, je kunt er voorlezen. Zulke plekken vinden kinderen heel aantrekkelijk.’

Perspectief

Over de manier waarop bestaande gebouwen kunnen worden ingezet moeten de gebruikers vooraf goed nadenken. De uitstraling van de architectuur kan bijvoorbeeld een rol spelen, net als het interieurdesign. Met een herkenbare visuele identiteit geef je jezelf als organisatie een uitstraling en laat je zien waar je als IKC voor staat. Ook het bedrijfsconcept speelt een rol bij de keuze en transformatie van een bestaand gebouw. Het toetsen van het onderwijsconcept aan de verschillende leefstijlen van mensen in de wijk geeft een goede indicatie of het schoolconcept past bij de kinderen in die wijk. Als dat niet zo is, dan kan een profiel worden ontwikkeld op het gebied van opvang, ontwikkeling, zorg, sport of cultuur, dat specifiek in die wijk wordt aangeboden of waar je je als organisatie dorps- of stadsbreed op wilt richten. Zo’n onderzoek in de wijk is dus een goede indicatie voor het succesvol opzetten van een nieuw integraal kindcentrum.

Toegevoegde waarde

Gebouwen zijn dus van toegevoegde waarde voor het onderwijsconcept. In bestaande scholen is het beschikbare aantal vierkante meters ruimer dan bij nieuwbouw. Ook bij bestaande gebouwen zijn een programma van eisen en een vlekkenplan van essentieel belang. Ritsema adviseert partners van een IKC om het onderwijsconcept helemaal blanco vorm te geven. ‘Benoem pas daarna welke plekken daarvoor nodig zijn. Alleen dan kun je beoordelen of het gebouw daarbij past, of dat er heftige bouwkundige ingrepen gedaan moeten worden.’ Door het gebouw te voorzien van flexibel indeelbare ruimtes en flexibel meubilair kunnen naar behoefte grotere (groepsinstructie) én kleinere ruimtes (individuele theorie- en praktijkopdrachten) worden gecreëerd. Ook moet er een groene, afwisselende en uitdagende buitenruimte zijn.

Investeren in kinderen

Door transformaties van bestaande schoolgebouwen in de afgelopen jaren te bekijken, ontdekte Ritsema een aantal do’s en don’ts voor de verschillende schooltypen (zie kader). Zo zijn een goede akoestiek en een leesbaar smartbord essentieel, evenals effectief kleur- en materiaalgebruik. Wanneer specifiek wordt gekeken naar passend onderwijs, is de drempelloze toegang van scholen en lokalen belangrijk, en goede verlichting. Daarnaast is in de praktijk veel behoefte aan specifieke time-out ruimten. Het is belangrijk dat schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeenten samen de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting op zich nemen, besluit Ritsema. ‘Adequate pedagogische gebouwen kunnen onderwijsachterstanden voorkomen en kinderen kunnen zich er beter ontwikkelen. Een investering in pedagogisch goede gebouwen, is een investering in kinderen die zich absoluut terugbetaalt.’

Ervaringen van elders

Een gangschool kan worden uitgebreid in de lengte, breedte en hoogte. Speciale aandacht verdienen daglichttoetreding, verkeersintensiteit, de compartimentering en capaciteit van klimaatinstallaties. Soms kan de gang worden gebruikt voor een grotere diversiteit aan werkplekken, mits de gang minimaal 3 tot 5 meter breed is en de werkplekken kunnen worden afgeschermd van de ‘verkeersruimte’.Bij een halschool kan een uitbreiding worden gedaan door een extra verdieping te plaatsen, één of meer vleugels te vergroten of door een nieuwe vleugel toe te voegen. De centrale hal kan worden ingericht als leerplein. Vanwege weinig daglicht en slechte akoestiek is dat niet ideaal. Doordat de hal ook fungeert als verkeersruimte kunnen overlast en onoverzichtelijke situaties ontstaan.In een paviljoenschool kunnen in de paviljoens functies worden gegroepeerd en activiteiten worden geconcentreerd. Een duidelijke verkeersstructuur moet de verschillende delen en activiteiten met elkaar blijven verbinden.

Bouwstenen

Voor haar Master of Science in Real Estate (MRSE) deed Gerike Ritsema onderzoek naar bestaande onderwijshuisvesting in relatie tot integrale kindcentra. Dit artikel is gebaseerd op de presentatie van haar scriptie ‘Kind centra(al) in onderwijshuisvesting’ voor de werkgroep Onderwijs & Opvang. Deze groep draait binnen Bouwstenen voor Sociaal: een sectorverbindend platform van en voor bestuurders, managers en professionals in maatschappelijk vastgoed. Gezamenlijk worden nieuwe oplossingen ontwikkeld, en bestaande kennis en informatie ontsloten. Bekijk voor meer informatie de Bouwstenen-publicaties en de volledige scriptie van Gerike Ritsema op www.bouwstenen.nl.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.