‘Curlingouders’: wat moet je ermee?

Iedere pm’er zal het herkennen: ouders die hun kinderen willen beschermen tegen alle pijn en verdriet. Maar juist in uitdagende, nieuwe ervaringen zitten waardevolle levenslessen. Kinderen leren en ontwikkelen zich door vallen en opstaan. Door ze tegen alles in bescherming te willen nemen, schaad je de ontwikkeling van kinderen. Maar hoe leg je dat uit aan overbeschermende ouders?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Adobestock

‘Curlingouders’: de term werd landelijk bekend door de serie De Luizenmoeder. In een van de afleveringen sprak juf Ank een overbeschermende moeder aan, zo’n moeder die alle obstakels voor de voeten van haar kind wilde wegvegen. Dochterlief was net terug van zes weken vakantie in de VS. Ze waren dit weekend pas thuisgekomen, dus het arme kind moest vandaag maar wat ontzien worden op school. De opgetrokken wenkbrauwen van juf Ank spraken boekdelen.

Bezorgder dan ooit

Het lijkt wel alsof ouders tegenwoordig bezorgder dan ooit zijn om hun kinderen. Dat komt deels doordat ouders minder kinderen hebben dan vroeger en er dus meer aandacht is voor elk kind apart. Daarbij zijn ouders van nu assertiever en geloven ze meer in de maakbaarheid van het leven: elk kind moet vooral leuk, slim en geslaagd zijn. En alles moet daartoe aangereikt worden. De opvoedstijl is ook veranderd: ouders willen vooral graag leuk gevonden worden door hun kinderen. En ze voelen bovendien de sociale druk van de mensen om zich heen om het goed te doen. De technologie van tegenwoordig zorgt ook nog eens dat kinderen minder worden losgelaten: via mobieltjes met GPS kunnen ouders hun kroost altijd en overal in de gaten houden.

Negatieve effecten

Een overbeschermende opvoedstijl kan flinke negatieve effecten op kinderen hebben. Ze leren minder goed omgaan met ongemak en hebben een laag probleemoplossend vermogen. Door het wegnemen van obstakels kan het kind namelijk niet genoeg oefenen met fouten maken of omgaan met frustraties, teleurstellingen en faalmomenten. Een kind leert zo niet om zelf oplossingen te verzinnen voor problemen, maar vraagt daarvoor aandacht van een ander. En als het die aandacht niet direct krijgt, wordt zo’n kind boos, angstig of emotioneel. Zulke kinderen kunnen zich ook minder goed inleven in anderen: ze beschouwen zichzelf vaak als het middelpunt van de wereld. Als iets niet lukt geven ze anderen de schuld of leggen de verantwoordelijkheid bij de ander. Al met al zorgt het wegnemen van gevaren voor onze kinderen zo voor een generatie die juist overal gevaren ziet en angst ervaart.

Hersenontwikkeling

De hersenen van kinderen moeten zich nog ontwikkelen. Ze veranderen door invloeden van binnenuit en van buitenaf. Door alles wat een kind meemaakt ontstaan nieuwe verbindingen tussen hersencellen. Al die verbindingen vormen een netwerk waarin leerervaringen liggen opgeslagen. Wanneer de ouder alle problemen voorkomt of voor het kind oplost, leert het kind niet om de situatie zelf op te lossen. De oplossing voor het probleem wordt niet zelf bedacht en de hersenen krijgen dan niet die leerervaring, die nieuwe verbindingen. Het kind kan zich de oplossing voor dit probleem daardoor op een later moment ook niet (goed) herinneren. Door een kind alles uit handen te nemen, uitdagingen of risico’s te mijden, geven ouders bovendien (onbewust) de boodschap aan het kind dat het niet zelf in staat is zijn eigen problemen op te lossen. Negatieve ervaringen opdoen is daarom nodig: het zorgt voor zelfinzicht, zelfregulatie en voor empathie met anderen.

TIPS VOOR PROFESSIONALS

  • Heb als professional een signalerende functie en ga het gesprek aan met ouders. Deel je kennis en ervaring en bied alternatieve opvoedmogelijkheden aan.
  • Geef woorden aan de situaties die het kind meemaakt en benoem daarbij altijd de positieve kant.
  • Stel niet te veel grenzen aan het kind; anders wordt het volledig beperkt in zijn handelen.
  • Neem een tegenslag of teleurstelling niet weg voor een kind, maar leer hoe het ermee om kan gaan en hoe je jezelf daarna weer herpakt.
  • Geef het kind de kans om te oefenen en fouten te kunnen maken.
  • Bied een veilige, voorspelbare en stimulerende omgeving waarin veel betrokkenheid en interactie is.
  • Wees iets terughoudender en laat het kind zelf ervaringen opdoen.
  • Bied als professional de zone van de naaste ontwikkeling voor het kunnen kweken van (zelf)vertrouwen en veiligheid.

Het leven is risicovol

Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont maakt zich al langer zorgen over de huidige ontwikkeling van overbeschermen: ‘Het merendeel van de omgeving van het kind moet betrouwbaar, veilig en voorspelbaar zijn. Van daaruit kan een kind zich gaan ontwikkelen en vertrouwen opbouwen. Pedagogiek is gericht op het klaarstomen van een kind voor het bestaan, het leven. Het leven is risicovol en dat moet je ook ervaren om er mee om te kunnen gaan. Om een praktisch voorbeeld te geven: in een voetbalwedstrijd gebeurt het dat je een sliding moet maken. Als je dit niet oefent op de training, kun je dit in een wedstrijd ook nooit uitvoeren. Wanneer je hiermee pas in aanraking komt tijdens de wedstrijd, heb je er geen ervaring mee.’

Liefde voor het kind

Volgens Steven Pont komt curlingouderschap voort uit liefde voor het kind, zonder dat daar een slechte bedoeling achter zit. ‘De intentie is altijd goed, maar de uitwerking is niet wat je zou willen. Misschien wel op de korte termijn, maar niet op langere termijn. Op korte termijn bescherm je het kind, maar op langere termijn kan je je afvragen of het kind genoeg op het leven is voorbereid wanneer je steeds alle frustraties, teleurstellingen en obstakels weghaalt of het voor ze oplost. Je ziet bij kinderen van curlingouders dat wanneer zij in een moeilijke situatie komen, ze om zich heen gaan kijken met het idee: wie lost dit voor mij op? Waarom heeft niemand mij hiervoor gewaarschuwd? Hier zie je dat het kind niet weet hoe het de situatie op moet lossen. Het is belangrijk om als professional het ‘terug te duwen’ naar het kind: wat ga je zelf doen om het op te lossen?’

Gesprek met ouders

Wat moet je hiermee als pedagogisch professional? Als eerste zou je de ouders hierop aan moeten spreken, maar dat kan best lastig zijn. Pedagogisch medewerker Suzanne Oosterheerd: ‘Zeg nooit dat een ouder het niet goed doet; dit kan zorgen voor onzekerheid en teleurstelling. Je kunt wel aangeven wat je ziet bij het kind en welke mogelijkheden er zijn voor een opvoedingsstijl die het kind wat meer ruimte geeft om te oefenen met problemen. Stel het kind centraal en kom alleen met feitelijke informatie over wat je ziet bij het kind.’

Zelfvertrouwen opbouwen

Naast het gesprek met de ouders kun je ook de kinderen ondersteunen. Suzanne Oosterheerd: ‘De angst die ouders ervaren geven zij vaak door aan het kind. Het is daarom belangrijk om het kind zelfvertrouwen te laten opbouwen.

Als professional kun je dit doen door woorden te geven aan alles wat er om een kind heen gebeurt en aan situaties die het aangaat. Zelfs als het kind nog geen taal begrijpt of spreekt, is dit ontzettend belangrijk.

Als een kind een situatie (nog) niet zelf kan oplossen, benoem dan ook de spanning die dat bij het kind oproept. Geef woorden aan de situatie, dat geeft houvast. Vervolgens kun je vragen: ‘Wat zou je zelf kunnen doen om het op te lossen? Wat zou er gebeuren als je de situatie aangaat in plaats van ervan weg te lopen?’. Je kunt ook een klein beetje helpen, zodat het kind net een stapje verder kan zetten en zo toch een taak kan uitvoeren wat zonder hulp niet was gelukt. Zo kweekt het kind zelfvertrouwen en kan het, in zijn eigen tempo, stap voor stap leren. Uiteindelijk leert het zo om de taak zelf en zonder hulp uit te voeren.

Op je handen zitten

Een andere aanpak is om meer op je handen te gaan zitten. Je kunt een kind helpen door als professional of ouder terughoudender te zijn’, zegt Steven Pont. ‘Wij willen vaak al te veel oplossen voor het kind. Als ouder of professional moet je juist blij zijn met momenten dat het mis gaat, want dat zijn de momenten en mogelijkheden om kinderen iets bij te brengen. Wees daarom niet bang voor dingen die misgaan. Dit biedt mogelijkheid om interventies toe te passen.’

Samenwerken

Als pedagogisch professional ben je de aangewezen persoon om curlingouderschap te kunnen doorbreken. Door te signaleren, het gesprek met ouders aan te gaan en verschillende opvoedmogelijkheden inzichtelijk te maken. Door kennis te delen én begrip te hebben. Opvoeden is geen gemakkelijke klus. Door samen te werken en ouders verschillende manieren van opvoeden te laten zien, kun je er samen voor zorgen dat een kind zich kan ontwikkelen tot een volwaardig individu.

DIT ARTIKEL IS GEBASEERD OP HET AFSTUDEERARTIKEL VAN HANNAH EIJKMAN, IN HET KADER VAN DE STUDIE SOCIAAL PEDAGOGISCHE HULPVERLENING. HET COMPLETE ARTIKEL MET BRONVERMELDING EN LITERATUURLIJST IS IN BEZIT VAN DE REDACTIE KINDEROPVANG.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.