BOinK en BMK: ‘Stel vast tarief in per leeftijdsgroep’

Gebruik 40 miljoen euro voor een verhoging van het maximum uurtarief naar 7 procent en stop oneerlijke concurrentie door een vast tarief per leeftijdsgroep in te stellen, stellen BMK en BOinK. Geert de Wit: ‘Tamara van Ark, wees better safe than sorry.’ Ofwel: voorkomen is beter dan genezen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: iStock

Nu het vrijwel zeker is dat het maximum-uurtarief niet verder zal stijgen, ondanks de zorgen vanuit de sector over de nieuwe beroepskracht-kindratio voor baby’s (naar één pm’er op drie baby’s), kijken Gjalt Jellesma (BOinK) en Geert de Wit (BMK) terug op ruim twee jaar onderhandelen, meedenken over berekeningen, het uitwerken van tabellen en gesprekken met de overheid, de sector en ouders.

Verrassing

Dat staatssecretaris Tamara van Ark besloot vast te houden aan een verhoging van het maximum-uurtarief van 4,9 procent kwam niet als een verrassing. ‘Dit is wat er in het vat zit en waarmee we het moeten doen’, vertelt Jellesma. ‘We moeten even terug gaan naar begin 2017, waarin het ministerie 26 miljoen euro wilde toezeggen, om alle maatregelen die gepaard gaan met de invoering van de Wet IKK, waaronder de baby-bkr, te bekostigen. De verruiming van de bkr in de bso en groepen met 2-jarigen, zou volgens het ministerie voldoende zijn om overige maatregelen te bekostigen.’ Maar het was de sector meteen al duidelijk dat voor alle IKK-maatregelen de prijs minimaal 4,9 procent moest stijgen en dat daar 60 miljoen euro extra voor nodig was. Uiteindelijk gaat Asscher ermee akkoord om die 60 miljoen uit de extra 200 miljoen euro, bedoeld voor de verhoging van de ouderbijdrage, te halen.

Uitwerking

Jellesma: ‘Al tijdens de uitwerking van de IKK-maatregelen, hadden we een theoretische berekening gemaakt waaruit bleek dat het maximum-uurtarief met 4,9 procent moest stijgen. Toen ondernemers gingen berekenen wat de maatregelen in de dagelijkse praktijk zouden gaan kosten, rekening houdend met  groepsgrootte, twee gezichten, drie-urenregeling et cetera, werd duidelijk dat de 4,9 procent niet voldoende was. Voor met name kleine ondernemers zou het meer gaan kosten.’

SEO-onderzoek

Na aandringen van de BK, BMK en BOinK (convenantpartijen) laat het ministerie onderzoek uitvoeren door SEO naar de gemiddelde kostenstijging en komt uit op 4,6 procent. Vervolgens geven de convenantpartijen bureau Buitenhek de opdracht om een praktijkonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek laat zien dat de gemiddelde kostenstijging veel hoger is, namelijk 7,3 procent. Het verschil tussen de beide onderzoeken zit met name in het percentage 0-jarigen dat wordt opgevangen. Het CBS wordt daarom als onafhankelijke partij gevraagd om op basis van gegevens van de Belastingdienst het percentage 0-jarigen in de kinderopvang vast te stellen, en komt uit op 4,5 procent. Voor Van Ark reden om bij de geraamde kostenstijging van 4,9 procent te blijven.

Speling

Toch hoopt Geert de Wit dat er nog wat speling in dit besluit zit. Voor een verhoging van de kinderopvangtoeslag wordt 248 miljoen euro uitgetrokken. Hij en Jellesma stellen voor om 40 miljoen daarvan te gebruiken voor een kleine 2,5 procent éxtra verhoging, zodat de som op 7 procent uitkomt. De Wit: ‘Waarom niet better safe than sorry? We weten niet hoe hoog de uiteindelijke kosten precies zullen uitvallen, maar die 40 miljoen euro kost de overheid geen extra geld, het zit immers al in het budget. Ouders merken een lichte daling van de opvangtoeslag, maar zullen niet extra eigen geld moeten inleggen om de kinderopvang te betalen. Juist voor de laagste inkomens zou dat een harde klap zijn. Zij gaan er procentueel harder op achteruit bij een kostenstijging boven het maximum uurtarief, dan ouders die meer verdienen.’

Lage inkomens

Jellesma: ‘Zo had BOinK als neutrale partij eerder Asscher overtuigd om 60 miljoen uit een eerdere verhoging van de kinderopvangtoeslag te halen. Vooral ouders met lage inkomens hebben er immers baat bij dat de tarieven niet boven de maximaal te vergoeden uurprijs uitkomen. Van Ark heeft de lijn van haar voorganger in deze niet willen volgen en is niet bereid om 40 miljoen van de 248 miljoen voor ouders te gebruiken om de maximaal te vergoeden prijs te verhogen. Een extra complicerende factor is dat de onderzoeken marge blijven houden. Niemand weet nu al hoeveel baby’s er daadwerkelijk zijn in 2019.’

Oneerlijke concurrentie

Een laatste punt waar beiden over struikelen is het generieke uurtarief in de kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen. Een vast tarief per leeftijdscategorie zou de straks groeiende oneerlijke concurrentie tegengaan. Jellesma: ‘De opvang van 0- en 1-jarigen kost echter veel meer. Met een uurtarief van €8,02 is het voor scholen uiterst lucratief om alleen 2- en 3-jarigen op te vangen. De veel bejubelde IKC’s zouden verplicht moeten worden om niet alleen 2- en 3-jarigen op te vangen maar ook 0- en 1-jarigen. Anders ontstaat er een nieuwe breuk bij 2 jaar en de kinderopvang van 0- en 1-jarigen wordt onbetaalbaar.’

Toeslagsysteem

De Wit: ‘Van Ark heeft 248 miljoen euro in het regeerakkoord meegekregen. Besteed dat verstandig, is mijn advies. En ontwikkel een toeslagsysteem, gebaseerd op leeftijd voor 0- tot 4-jarigen. Dat zou een oplossing kunnen zijn voor de oneerlijke concurrentie en het verdringingseffect dat nu ontstaat. De eenheid in uurtarieven werkt marktverstorend.’ Jellesma pleit dan ook om snel te starten met een kostprijsonderzoek, waarbij gekeken wordt naar hoe de prijs van de verschillende vormen van kinderopvang opgebouwd is en hoe deze eventueel aangepast kan worden.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.