Blog Romy de Moor – Wanneer grijp je in?

De interactievaardigheid 'grenzen stellen' vind ik vaak een lastig dingetje. Welke grenzen stel je? Hoever mag en kan een kind gaan? Wanneer wordt het gevaarlijk en moet je écht ingrijpen? Het blijft een lastig dingetje...

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Het zonnetje schijnt, we hebben geplast, iedereen is ingesmeerd en dus kunnen we lekker naar buiten toe. Ik open de deur en de kinderen stormen op de zandbak af.

‘Jaaaa ik heb een grote schep!’

Allereerst worden er diepe kuilen in de zandbak gegraven. Na een aantal minuten zie ik Mik en Stijn met hun schep door de lucht zwaaien. Ze proberen het net boven hun hoofd aan te raken met hun schep. Ik observeer de blije jongens, zit wiebelend op het puntje van mijn stoel en twijfel of ik moet ingrijpen. Voordat ik er verder over na kan denken is Mik in tranen. Hij heeft de schep tegen zijn hoofd gekregen. Had ik nu toch maar eerder ingegrepen…

Achter het speelhuisje, waar een klein stukje zand ligt en de afgelopen weken al een diepe kuil gegraven is, staan Emma en Lina zand vanuit de kuil tegen de zijkant van het huisje te gooien. Er is niemand in het huisje aan het spelen dus andere kinderen raken zal niet gebeuren. Het zand blijft aan het huisje plakken en dwarrelt langzaamaan naar beneden terug in de kuil. Het geeft een leuk effect. Ik observeer de blije gezichten, zie hoe de meiden elkaar vol vreugde aankijken en laat het gaan.

Een stukje verderop staat Saar met haar blote voetjes in de modder. Ik heb zojuist, samen met de kinderen, een modderbakje gemaakt als voorbereiding op Modderdag. Een aantal kinderen voelen hier voorzichtig met hun handjes aan. Saar heeft zelf haar sandalen uitgedaan en is gaan ‘ontdekken’ met haar voeten. Eigenlijk is de regel dat, buiten de zandbak, de schoenen aan moeten blijven. Dit in verband met fietsjes die over de tenen kunnen rijden maar ook scherpe dingen die wel eens op de speelplaats liggen. Ik spreek met mezelf af dat het goed is, zolang ze in de modder blijft spelen.

Wanneer ik Saar richting het speelhuisje zie lopen roep ik haar naar mij toe. ‘Lieverd, we gaan even je sandalen aantrekken. Ik snap dat het heel fijn was om even de modder aan je blote voetjes te voelen, maar op de stenen doen we de schoentjes weer aan.’ Saar knikt bevestigend, gaat naast mij op het bankje zitten en pakt haar sandalen.

‘Ik kan dat zelf’

Oké Saar, hartstikke goed van je!

Wanneer kinderen plezier in hun spel hebben is het lastig te beslissen wanneer je ingrijpt. Is de situatie veilig? Zijn er geen kinderen bij betrokken die het misschien níét leuk vinden? De afweging die je moet maken kan ingewikkeld zijn.

Buiten dat veiligheid altijd voorop staat vind ik plezier tussen kinderen onderling zo mooi om te zien. Ik geniet van de blije gezichten, de mooie gesprekken onderling en het plezier dat ze samen hebben. Soms gun ik ze dat misschien net even teveel…


In haar vorige blog had Romy de Moor het over stimuleren. Hoe stimuleer je een kind om iets uit te proberen bijvoorbeeld? Lees hier het vorige blog van Romy>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.