Blog Piet van den Reijen – Kinderopvang goed voor arbeidsparticipatie?

Regelmatig duikt de discussie op of kinderopvang goed is voor de arbeidsparticipatie. Zo ook onlangs in een artikel in BBPM van de hand van Emre Akgündüz en Janneke Plantenga, waarnaar wordt verwezen op Kinderopvangtotaal. Zij sluiten het artikel af met de conclusie dat recent onderzoek niet kan bevestigen dat investeren in kinderopvang een positieve bijdrage levert aan de arbeidsparticipatie van moeders. Een vreemde conclusie die ingaat tegen gezond verstand én wetenschappelijk onderzoek.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
'Na 2005 gaat er fors meer budget naar de kinderopvang. Het gezonde verstand dicteert dat dit effect op het (arbeidsmarkt)gedrag van ouders moet hebben.'
'Na 2005 gaat er fors meer budget naar de kinderopvang. Het gezonde verstand dicteert dat dit effect op het (arbeidsmarkt)gedrag van ouders moet hebben.'

De vraag of kinderopvang goed is voor de arbeidsparticipatie van moeders is eigenlijk een hele vreemde vraag. Sterker nog, ondersteuning van jonge ouders die betaald werk en de zorg voor kinderen willen combineren, is de raison d’être van kinderopvang. Zonder kinderopvang geen arbeidsdeelname van moeders.

Zonder kinderopvang geen vooruitgang

Begin jaren negentig komt er een nieuwe generatie jonge ouders op de arbeidsmarkt die werk combineren met de zorg voor kinderen. Kinderopvangbeleid vanuit de overheid komt aarzelend op gang en er ontstaat een lappendeken van regelingen. Ondertussen worstelen ouders met opvang. Mede dankzij de politieke en maatschappelijke aandacht voor werkende ouders en emancipatie van vrouwen, wordt ‘de lappendeken’ in 2005 vervangen door één samenhangend systeem. Met de kinderopvangtoeslag als centrale spil in de financiering. Kinderopvang is duidelijk één van de instrumenten ten dienste van arbeidsparticipatie en emancipatie. Zonder kinderopvang op deze terreinen geen vooruitgang.


‘De arbeidsparticipatie van moeders groeit harder dan die van vrouwen in het algemeen’

De meerwaarde van kinderopvang wordt door veel buitenstaanders uitgedrukt in ‘kinderopvang als arbeidsmarktinstrument’. Cijfers uit Nederland en andere Europese landen tonen die meerwaarde echter niet aan. ‘Het wordt tijd om de discussie te verschuiven naar de betekenis die kinderopvang heeft voor de ontwikkeling van kinderen.’ Lees meer over de conclusie van Janneke Plantinga en Emre Akgündüz >>

Na 2005 gaat er fors meer budget naar de kinderopvang; een verdrievoudiging. Het gezonde verstand dicteert dat dit effect op het (arbeidsmarkt)gedrag van ouders moet hebben. En dat is ook zo. De arbeidsparticipatie van moeders groeit harder dan die van vrouwen in het algemeen, zo blijkt uit de statistieken. Verschillende onderzoeken concluderen dat extra budgetten voor kinderopvang goed zijn voor de arbeidsdeelname van vrouwen. Ook Akgündüz en Plantenga verwijzen in hun artikel in BBMP naar deze onderzoeken. Er bestaat dus consensus over het positieve effect over de jaren 2005-2010.

Tegengestelde conclusies

Daarna slaat het beleid om. In de jaren 2011-2014 wordt er meer dan anderhalf miljard op het kinderopvangbudget bezuinigd. Dat is minder dan de twee miljard stijging in de jaren daarvoor, maar toch wel redelijk vergelijkbaar. Als twee miljard extra budget een positief effect heeft, moet ruim anderhalf miljard minder budget een negatief effect hebben.


‘Een direct en causaal verband tussen kinderopvangbudget en arbeidsdeelname van jonge moeders lijkt daarmee toch echt onomstreden’

Opvallend is dat er nu tegengestelde conclusies worden getrokken over het effect van de bezuinigingen op de arbeidsparticipatie. Het kabinet stelt een tijd lang dat er geen negatief effect is. Het CBS sluit zich daar bij aan. Inmiddels erkent het kabinet de relatie kinderopvang – arbeidsparticipatie wel door in het pakket belastingmaatregelen die de werkgelegenheid moeten stimuleren, 250 mln extra budget voor kinderopvang op te nemen. Het CPB concludeert dat de bezuinigingen uit 2012 en 2013 op het kinderopvangbudget de arbeidsdeelname van jonge moeders hebben verlaagd. En onlangs stelde het CPB ook dat extra budget voor kinderopvang één van de meest effectieve manieren is om de arbeidsdeelname te stimuleren, veel effectiever dan bijvoorbeeld algemene lastenverlichting. Een direct en causaal verband tussen kinderopvangbudget en arbeidsdeelname van jonge moeders lijkt daarmee toch echt onomstreden.

Moet kinderopvang zich wel of niet profileren als arbeidsmarktinstrument. Wat vind jij? Reageer >>

Meer dan een arbeidsmarktinstrument

Dat neemt niet weg dat kinderopvang meer is dan alleen een arbeidsmarktinstrument. Voor vrouwen levert het meer inkomen op, zowel tijdens het werkzame leven als in de pensioenperiode. Kinderopvang is bovendien belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en draagt bij aan het beperken van achterstanden. Kinderen gaan beter voorbereid naar school. Onderzoek geeft aan dat zij daar hun hele leven baat bij hebben, op het vlak van onderwijs, werk en relaties. Voor de overheid levert de arbeidsdeelname van ouders en de opvang van kinderen meer belasting- en premie-inkomsten op en minder uitkeringsafhankelijken. Kortom, kinderopvang is een win-win voor alle betrokkenen.

Piet van den Reijen is senior beleidsadviseur Brancheorganisatie Kinderopvang

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.