Blog Marion Duisterhof – Cao: Hoe gaat dit aflopen?

We zitten met z’n allen al tegen de bkr aan te hikken en alsof dat nog niet genoeg is, komen onderhandelingspartijen met een cao-akkoord met een zeer forse salarisverhoging (maar liefst 2x!) met daarbij nog een bedrag van 185 euro voor ja... Waarvoor eigenlijk? Daarbij komt nog 37,5 uur voor taken, waarvan de onderhandelaars nog niet bekend maken hoe dat vorm moet gaan krijgen. Dat kan weer flinke onrust en onzekerheid in de Kinderopvangbranche veroorzaken.

Iedereen vraagt zich nu af, wie gaat dat betalen? Waar gaan we dat van betalen? Hebben de onderhandelaars eigenlijk rekening gehouden met wat de bkr gaat kosten? Begrijpen deze onderhandelaars niet dat er m.i.v. 01-01-2019 al een behoorlijke forse tariefsverhoging doorgevoerd moet gaan worden? Zo hoog, dat het de vraag is of ouders bereidt zijn om dat te gaan betalen.

Hebben onderhandelaars rekening gehouden wat dat met de tarieven gaat doen i.v.m. de bkr? Veel ondernemers doen sindsdien geen oog meer dicht, omdat het bestaan van hun bedrijf wederom in gevaar dreigt te komen.

De reacties van blije pedagogisch medewerkers bij Kinderopvangtotaal.nl vallen mij op. Blijkbaar zijn deze mensen vergeten wat ongecontroleerde tariefstijgingen met de werkgelegenheid in de sector kunnen doen. Dertigduizend leidsters verloren in 2012-2014 hun baan. Want als de kinderopvang te duur wordt voor ouders, dan stoppen zij met werken. Dit was immers de conclusie van de Algemene Rekenkamer in 2016. Hebben wij dan echt niets geleerd van het verleden?

Toen de kinderopvang in 2012-2014 te duur werd, heb ik zelf zeventien van mijn 35 werknemers moeten ontslaan. Wij hebben op de valreep kunnen overleven. De geschiedenis dreigt zich te herhalen. In die crisisjaren (van 2011 tot ongeveer 2016) kregen de werknemers elk jaar een salarisverhoging, terwijl de ambtenaren van de rijksoverheid een pas op de plaats maakten. Ondernemers waren ten einde raad. Velen konden het hoofd niet boven water houden. Maar daar stonden de grote organisaties nu net op te wachten! Zij namen de kleinere organisaties over. Want, wat velen zich niet realiseerden, grote organisaties met een groeistrategie profiteren van de malaise bij de kleinere spelers. Dat was destijds ook de bedoeling, heb ik gehoord in de wandelgangen.

‘Een gezonde economische basis is voorwaarde voor een goed kwaliteitsbeleid’

Er was binnen de kinderopvangsector in de periode 2011-2015 geen loonruimte. Er was sprake van krimp en verlies aan productiviteit vanwege de bkr. Een loonruimteberekening bleek echter geen onderdeel van de cao-onderhandelingen voor de arbeidsvoorwaarden voor onze sector. Overheid, brancheorganisaties en vakbonden hebben hun mond vol over kwaliteit. Echter, een gezonde economische basis is voorwaarde voor een goed kwaliteitsbeleid. Bedrijven die nauwelijks in staat zijn om de salarissen te betalen zijn over het algemeen helemaal niet meer bezig met kwaliteitsverbetering. Kwaliteit kost immers geld.

De BVOK (Branche Vereniging Ondernemers Kinderopvang), zal in de toekomst ook gaan aanschuiven bij deze cao-onderhandelingen. Echter, deze brancheorganisatie zal wél rekening gaan houden met de economische realiteit van onze sector, met name de betaalbaarheid van de belangrijkste productiefactor ‘arbeid’. Hoe ontwikkelen zich de arbeidskosten op basis van het salarishuis en de bkr. Deze organisatie zal dat vakkundig laten berekenen en u hierover informeren. Vele kinderopvangorganisaties zitten inmiddels gelukkig weer in de lift, maar hebben nog geen reserves kunnen opbouwen. Daar hoort een brancheorganisatie rekening mee te houden. Maar ook een werknemersorganisaties dient de belangen van haar leden niet uit het oog te verliezen.

‘Het jojobeleid van de overheid zet zich voort’

Daarom vind ik dat het van groot belang is, dat men zorgvuldig omgaat met beleidswijzigingen die grote financiële consequenties hebben, zoals in dit geval de bkr. Zelf hoop ik nog steeds dat staatssecretaris Van Ark inziet dat hier eerst goed naar gekeken moet gaan worden. Zij heeft het rapport van Buitenhek inmiddels ontvangen. Het zou goed zijn dat de staatssecretaris zich realiseert dat niet alle aanbieders de kostenverhoging bij de kinderopvang kunnen compenseren met de kostenverlaging bij de naschoolse opvang, omdat niet iedereen naschoolse opvang aanbiedt. En dat het opeens veranderen van de bkr bij de naschoolse opvang helemaal niet tot een kostenverlaging leidt omdat de groepsruimten hierop helemaal niet kunnen worden aangepast.

Het jojobeleid van de overheid zet zich voort. Ik hoop dat staatssecretaris Van Ark dat op tijd in zal zien. Ik verwacht dat ondernemers tegen deze cao zullen stemmen. Niet omdat er geen salarisverhoging zou moeten zijn, maar omdat dit in combinatie met de komende regelgeving niet haalbaar is. Vanaf het moment dat de BVOK aan tafel komt te zitten bij de cao-onderhandelingen, willen wij leden in de gelegenheid stellen om digitaal te stemmen, zodat iedereen kan stemmen: aanwezig of niet, zodat er een eerlijke uitslag uit kan komen.


De vorige keer besteedde Marion in haar blog aandacht aan de officiële oprichting van de branchevereniging waar zij lid van is. Lees haar blog hier


Marion Duisterhof is voorzitter BVOK (Branche Vereniging Ondernemers Kinderopvang) en directeur/eigenaar Kinderopvang Snoopy/ BSO Woodstock in Apeldoorn

1 REACTIE

  1. De overheid zorgt er vrijwel ieder jaar voor dat de kinderopvangtoeslag voor ouders stijgt met de som van de inflatiecorrectie en gestegen loonkosten. Vrijwel altijd stijgt ook het uurtarief van opvanginstellingen met een ongeveer even hoog bedrag. Dus om nu te verzuchten dat we in 2019 een loonkosten verhoging krijgen en hoe dat moet gaan? Ook nu weer, voor 2019, zorgt de overheid voor een toename van het maximale uurtarief kinderopvangtoeslag. Dit keer is dit bedrag opgebouwd uit een drietal elementen: inflatie correctie, loonsom verhoging en een verhoging veroorzaakt door meerkosten veroorzaakt door de invoering van de wet IKK, Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang.

    Een goede cao met een goed salaris niveau is belangrijk voor elke bedrijfstak, maar zeker in de Kinderopvang. De medewerkers zijn feitelijk het “kapitaal” van kinderopvang organisaties. Zo’n 70% van alle kosten van kinderopvang zijn lonen of daarbij behorende kosten. Ik heb liever goed gemotiveerde medewerkers die tevreden zijn met hun salaris. Die lopen niet weg, zoeken geen andere beter betaalde banen, zijn loyaal aan hun werkgever.
    Dus stellen dat een loonsverhoging (of twee, maar dat in twee jaar), een eenmalige uitkering én 37,5 uur per jaar per FTE voor niet groep gebonden arbeid kwalijk zijn voor de branche is ietwat kortzichtig. Komend jaar gaat het maximum uurtarief (althans: volgens voorgenomen besluit) voor de kinderdagopvang van € 7,45 naar € 8,02, een verhoging van € 0,57. Dat is fors. Helaas denken veel ouders dat daarmee hun beurs gevulder wordt gezien de persberichten als “forse verhoging kinderopvangtoeslag”. Maar uiteindelijk zullen de opvangorganisaties dit bedrag gaan verwerken in hun uurtarief.

    Wel is het zo dat de kosten voor de invoering van de wet IKK niet geheel, niet goed genoeg en zelfs onvoldoende worden gecompenseerd volgens velen. Het ligt er wel aan wie onderzoek hiernaar doet want, zoals altijd, diegene die voor het onderzoek betaald krijgt meestal gelijk van de onderzoekers. En er schort nogal wat aan de wet IKK. Oorspronkelijk werd dit project gestart door de overheid onder de naam “Het nieuwe Toezicht”. Het beoogde twee doelen: een afname van de regelplicht en het opzetten van een dialoog tussen opvang aanbieders en opvang controlerende instanties. Wat is het uiteindelijk geworden? Monstrueus gedoe met vele regeltjes, beleidsplannen per organisatie, bijvoorbeeld het minutieus bijhouden van de “3 uurs regeling” (welhaast per seconde met hoge boetes in het vooruitzicht).

    Het zou de nieuwe BV OK sieren als ze niet zouden ageren tegen zaken die ze niet aanstaan, maar juist open en eerlijk overleg zouden aangaan opdat de kinderopvang branche er echt beter van wordt. Bijvoorbeeld op het gebied van de regeltjes. Of bijvoorbeeld met dialoog: praat eens met de GGD (landelijk, regionaal, plaatselijk, met de inspecteurs zelf) om wederzijds begrip te ontwikkelen, om fijn te slijpen waar mogelijk, om gezamenlijk projecten tot verbetering aan te pakken. Of om bijvoorbeeld de I van Innovatie eens uit te werken samen met de overheid: wat kunnen wij als opvang branche door innovatie beter maken voor de kinderen die wij opvangen, voor hun ouders, voor de gemeenschap en zelfs voor ons zelf.

    Tenslotte: de baby opvang moet / moest beter: van 4 baby’s op 1 medewerker naar 3 baby’s op 1 medewerker. Als dit al een verbetering is voor de baby’s, prima. Mijn medewerkers wijzen mij echter op het bestaan van 1-jarigen: die lijken op grote schaal de dupe hiervan te worden. Toch hoor ik daar verder vrijwel niemand over. Wij denken ons suf hoe we dat moeten aanpakken….

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.