Blog GGD – Meldcode kindermishandeling

Pedagogisch medewerkers (pm’ers) brengen heel wat uren per week door met de kinderen in hun groep; ze kennen ze door en door. Soms zijn er kinderen waarover pm’ers zich zorgen maken: voelen ze zich wel goed, past hun ontwikkeling bij hun leeftijd, hoe gaat het thuis? Als toezichthouder kinderopvang spreken wij met veel pm’ers en onderzoeken wij hoe dit soort zorgen worden opgepakt.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
De drie inspecteurs die het onderzoek hebben uitgevoerd: Eva Leyen (voor)
De drie inspecteurs die het onderzoek hebben uitgevoerd: Eva Leyen (voor)

Zorgelijk gedrag van kinderen

Als er zorgen zijn, dan zijn er een heleboel manieren om te onderzoeken wat er aan de hand is. Soms is het voor pm’ers vrij makkelijk om te achterhalen wat er speelt en wat er aan gedaan kan worden. Dit wordt met ouders besproken, er wordt een plan van aanpak opgesteld, en hopelijk helpt dit om het kind zich weer prettig te laten voelen in de groep.

Voor het geval het wat lastiger blijkt, zijn er verschillende observatie-instrumenten en protocollen ontwikkeld om pm’ers handvatten te geven over wat zij moeten doen. Daarnaast heeft iedere kinderopvangorganisatie een ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ingesteld’; de verplichte meldcode bij mogelijke signalen van kindermishandeling. Het probleem is: wanneer raadpleeg je deze, en wanneer kies je voor de ‘reguliere’ observatielijsten? Hoe weet je of het zorgelijke gedrag van kinderen te maken heeft met kindermishandeling, of dat er een heel andere oorzaak is?

Meldcode kindermishandeling

Als toezichthouder kinderopvang in de regio Amsterdam merken wij dat de meldcode niet vaak door pm’ers wordt geraadpleegd, omdat zij zeggen zelden een vermoeden van kindermishandeling te hebben gehad. Dit is opmerkelijk, omdat uit onderzoek is gebleken dat, kindermishandeling in Amsterdam naar schatting bij 5,6%* van de kinderen voorkomt. Het is dan ook aannemelijk dat ten minste een deel van deze kinderen naar de kinderopvang of de peuterspeelzaal gaat. Als pm’ers nauwelijks vermoedens van kindermishandeling hebben, is de meldcode dan wel effectief om kindermishandeling te signaleren?

Onderzoek

GGD Amsterdam, toezicht kwaliteit kinderopvang heeft hier een onderzoek over opgezet in zes gemeenten in de regio Amsterdam. Hiervoor hebben alle inspecteurs uit ons team gesprekken met pm’ers over de meldcode gevoerd, en gevraagd wat zij van de meldcode vinden. Veelgehoorde reacties van pm’ers zijn dat zij de meldcode ‘heel belangrijk’ vinden, maar dat het ‘zo veel’ is waardoor het niet leesbaar is. Ook wordt er gezegd dat de meldcode niet is geraadpleegd, omdat deze ‘zo zwaar’ is. Of dat zij nooit een vermoeden van mogelijke kindermishandeling hebben gehad, dus de meldcode nog nooit gebruikt hebben.

Ook blijkt uit het onderzoek dat pm’ers slechts in één derde van de gevallen waarbij zij zorgen over kinderen hebben (die mogelijke signalen van kindermishandeling zijn) ook daadwerkelijk de meldcode raadplegen.

Waarom wordt de meldcode zo weinig geraadpleegd bij zorgen over kinderen?

Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk. Zoals vaker uit onderzoek is gebleken, worden signalen wel herkend, maar worden ze niet altijd gekoppeld aan mogelijke kindermishandeling. In de meldcode staat dat wanneer pm’ers een vermoeden van mogelijke kindermishandeling hebben, zij de meldcode erbij moeten pakken om te onderzoeken of hun zorgen terecht zijn. Dit betekent dat de pm’ers al vóór zij zicht hebben op de aard van de problematiek, moeten kiezen voor een observatie-instrument: de meldcode of het ‘reguliere’ observatie-instrument. In die afweging blijkt vooral voor het reguliere observatie-instrument te worden gekozen, maar daarin is de mogelijkheid van kindermishandeling niet opgenomen. Hierdoor wordt in het duiden van de signalen de mogelijkheid van kindermishandeling niet meegenomen en bestaat het risico dat kindermishandeling onvoldoende wordt herkend.

Het doel voorbij

Natuurlijk duiden niet alle zorgen die pm’ers over kinderen hebben op kindermishandeling. Maar als deze zorgen te vaak niet in verband worden gebracht met de mogelijkheid van kindermishandeling, schiet de meldcode zijn doel voorbij. De meldcode is juist ingesteld om te onderzoeken wat de oorzaak van de signalen is en óf de signalen mogelijk wijzen op kindermishandeling. In de praktijk wordt de meldcode alleen gebruikt wanneer iemand een heel sterk vermoeden heeft dat de oorzaak van de signalen kindermishandeling kan zijn. Maar ook wanneer pm’ers niet in eerste instantie denken aan kindermishandeling, zouden de signalen die zij zien kunnen duiden op mogelijke kindermishandeling.

Hoe dan wel?

De gemeente Amsterdam heeft besloten om de komende maanden de nodige stappen te zetten om het belang van gebruik van de meldcode onder de aandacht te brengen. Ze gaan in gesprek met kinderopvangorganisaties over het gebruik van de meldcode en andere observatie-instrumenten. Ze zullen een informatiebijeenkomst organiseren en bij andere sectoren (onderwijs, jeugd en zorg) nagaan of zij zicht hebben op het gebruik en de effectiviteit van de meldcode.

Naast meer informatie over en aandacht voor de meldcode, wil de gemeente Amsterdam ook onderzoeken of de meldcode effectiever is, als deze wordt ingevoegd in een breder observatie-instrument. Op die manier hoeft een pm’er niet al van tevoren te beslissen of de signalen mogelijk te maken hebben met kindermishandeling. Eén algemeen observatie-instrument maakt dat een pm’er onbevangen alle mogelijke oorzaken van de zorgen kan onderzoeken, waaronder de mogelijkheid van kindermishandeling. Hopelijk leidt dit tot een effectievere signalering van kindermishandeling.

En hoe is dat bij u?

Nu is mijn vraag aan u: hoe is dat bij jullie? Wat doet u met zorgen over kinderen? En koppelt u deze zorgen aan mogelijke signalen van kindermishandeling? Hoe vaak wordt de meldcode daarbij geraadpleegd? En hoe vaak wordt deze besproken? Misschien zijn dit interessante onderwerpen om binnen uw organisatie te bespreken. Als toezichthouder kinderopvang zou ik het op een bezoek hier graag met u over hebben.

Weblogs van de GGD worden steeds door een andere professional geschreven. Lees hier de weblog van Monique van de Laar – De toezichthouder: welkom? en die van Hugo Backx – Zicht op toezicht

Meer weten? Het gehele onderzoeksrapport is te downloaden op de website van de GGD Amsterdam via deze link.

*Bron: Huiselijk geweld en kindermishandeling in kaart. F. Hazeleger, M.C.A. Buster; GGD Amsterdam. Epidemiologie & Gezondheidsbevordering, 2014  (E&G reeks; 2014/2). – ISBN 978-90-5348-223-0

Eva Leyen (inspecteur kinderopvang), 11 september 2015

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.