BK: ‘Dit zijn de feiten over private equity’

Private equity in de kinderopvang: is de kinderopvang beter af zonder of zijn deze investeerders juist onmisbaar? In aanloop naar het rondetafelgesprek op 16 mei geeft BK haar visie in een position paper: 'De diverse kinderopvangsector is gebaat bij investeerders die zich voor lange termijn committeren aan de sector.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

Donderdag 16 mei vindt het rondetafelgesprek plaats met de Vaste Commissie van Sociale Zaken over private equity in de kinderopvang. Privaat vermogen dat soms van grote, buitenlandse investeerders komt. De brancheorganisaties en BOinK zullen bij dit debat, dat live te volgen is van 15.00 tot 17.10 uur, aanwezig zijn en zich uitlaten over privaat vermogen in de kinderopvang.

BMK

BMK reageerde onlangs in een uitgebreid opiniestuk op het feit dat grote investeerders kinderopvangorganisaties opkopen, zoals het geval is bij de fusie tussen Partou en KidsFoundation: ‘Wij moeten ons afvragen of we de zeggenschap over een publiek goed als onze kinderopvang, uit handen willen geven aan buitenlande investeerders die andere motieven hebben dan de wens om de best mogelijke Nederlandse kinderopvang te realiseren.’

Onex

Onex, eigenaar van KidsFoundation, neemt de aandelen Partou over van de Nederlandse investeringsmaatschappij Navitas Capital en wordt samen met de Nederlandse participatiemaatschappij Waterland eigenaar van de nieuwe combinatie. De nieuwe partij krijgt daarmee een aandeel van zo’n 8 procent in de markt voor kinderdagverblijven, peuteropvang en buitenschoolse opvang en gaat opvang verzorgen voor 60.000 kinderen.

BK

In een met onderzoek onderlegde position paper geeft Brancheorganisatie Kinderopvang haar visie op private equity in de kinderopvang. BK-woordvoerder René Loman: ‘We hebben de feiten op een rij gezet over private equity in de kinderopvang. Kinderopvang is geen geldmachine met grote marges (zie rapportages Waarborgfonds Kinderopvang) en veel kinderopvangaanbieders hebben de afgelopen jaren geen winst gemaakt maar grote verliezen geleden. Die verliezen en de investeringen zijn gedekt uit eigen middelen of door aanbieders en investeerders die bereid waren het risico te nemen en te investeren in een verlieslatende kinderopvangorganisatie.’

Kinderopvangcapaciteit

Tussen 1996 en 2003 investeerde het Rijk bijna €600 miljoen in de uitbreiding van de kinderopvangcapaciteit. In die periode kwamen er 113.000 kindplaatsen bij. Sinds 2004 is de sector voor investeringen in uitbreiding aangewezen op reguliere financieringsbronnen, waaronder financiering uit eigen vermogen en externe kapitaalverschaffers. Zonder Rijksregeling wist de sector vanaf 2004 in totaal 385.000 extra kindplaatsen in dagopvang en BSO te realiseren.

Financiering

BK: ‘De enorme investeringen in de uitbreiding van kinderopvang in de afgelopen vijftien jaar konden niet gefinancierd worden met de winsten van kinderopvangaanbieders. Er is (door de overheid aangescherpte) wetgeving voor private equity partijen, daar moeten alle in Nederland gevestigde of opererende partijen aan voldoen. Om kapitaal aan te trekken voor nieuwe investeringen moeten kinderopvangondernemers voldoen aan financiële criteria die door de kapitaalverschaffers worden getoetst. De betrekkelijk jonge sector heeft daardoor in de jaren geleerd welke financiële risico’s en kansen zich voordoen. Bovendien verklaart dit waarom banken en externe financiers slechts op minimale schaal interesse hebben in deze sector en kinderopvangorganisaties soms aangewezen zijn op privaat kapitaal.’

Kwaliteit kinderopvang

Er zijn zorgen of grote investeerders van buiten de kinderopvang wel voldoende willen investeren in de kwaliteit van de kinderopvang. BMK reageerde eerder: ‘Private equityfondsen verwachten niet alleen stevige rendementen in ruil voor een forse kapitaalinjectie; zij willen – in tegenstelling tot een bank – vaak zeggenschap over hoe het geld besteed wordt in de organisatie, omdat daarbij altijd een winstoverweging meespeelt.’

Winstoogmerk

Volgens BK is er geen enkele correlatie tussen aanbieders met winstoogmerk en de kwaliteit van de kinderopvang die deze houders bieden: ‘Op basis van meerdere analyses van de inspectieresultaten is nooit vastgesteld dat kinderopvangaanbieders met winstoogmerk meer overtredingen laten zien op de wettelijke kwaliteitseisen rond personele inzet (Buitenhek, 2016). Ook is niet vastgesteld dat deze aanbieders lager scoren op klanttevredenheid. Ook in het rapport Kinderopvang in Kaart (CPB, 2011) wordt geen verband aangetoond tussen kwaliteit en winstoogmerk van de houder.’ Daarnaast benadrukt de BK dat met de voorgenomen overname van Partou door Onex er alleen van private equityfonds wordt gewisseld; er vindt geen uitbreiding van het belang van private equity in de sector plaats. ‘Overigens valt onder de ruimere definitie van private equity ook het vermogen dat private aanbieders in de eigen onderneming investeren. Bijna de helft (45%) van de ruim 3.500 kinderopvangaanbieders heeft als rechtsvorm eenmanszaak, VOF of maatschap en valt dus onder deze ruimere definitie.’

Publiek geld

Toch zijn er ‘hardnekkige beelden’ over de financiering van de kinderopvang. ‘Zo wordt vaak gedacht dat de kinderopvangbranche een zwaar publiek gefinancierde sector is. Echter, ouders betalen de rekening voor kinderopvang en ontvangen van de Belastingdienst de kinderopvangtoeslag (KOT) als tegemoetkoming in de kosten. Het Rijk bekostigt in 2019 met belastinggeld 41% (€ 1,7 mld.) van de totale kinderopvangkosten, werkgevers bekostigen 29% (€ 1,2 mld.) en ouders bekostigen 30% (€ 1,3 mld.)’

Monopolisten

Wel zegt de BK te strijden tegen monopolisten en voor een gelijk speelveld voor alle aanbieders. Zodat een faillissement als Estro voorkomen moet worden. ‘Het faillissement van Estro (2013), toen het grootste kinderopvangbedrijf in Nederland, is zeer schadelijk geweest voor de sector. Dit was een combinatie van mismanagement, gebrek aan kennis van de kinderopvangsector, waardoor het bedrijf in grote problemen kwam, wat tot massale en pijnlijke ontslagen heeft geleid. Dit heeft de sector grote imagoschade toegebracht en geleid tot begrijpelijk wantrouwen ten opzichte van verschillende vormen van private equity.’

Ouders

BK benoemt het belang van de ouders. ‘Er zijn 3.500 kinderopvangaanbieders met verschillende achtergronden die ieder een eigen klantenkring aanspreken. Ouders willen hoogwaardige opvang, diversiteit in het aanbod en liefst dichtbij huis. BK wil dat alle aanbieders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang – dat is het criterium – de ruimte krijgen om te investeren in een opvangaanbod dat aansluit op de behoeften van ouders en kinderen.’

Tot slot

‘De Brancheorganisatie Kinderopvang is van mening dat voor kwaliteit en continuïteit van de sector sterk leiderschap (directeuren/bestuurders) en good governance (raden van toezicht/commissarissen) nodig is. De sector is gebaat bij goed en sterk overheidsbeleid gericht op stabiliteit, continuïteit en duurzaamheid en de inzet van investeerders die zich voor langere termijn committeren aan de sector.’

BK-voorzitter Felix Rottenberg en BK-directeur Magda Heijtel hebben de position paper als input voor het debat op 16 mei aangeboden aan de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Lees hier de position paper >>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.