Afbreken van onderhandelingen: wat zijn de gevolgen?

We zien en horen het vaak de laatste tijd: kinderopvangorganisaties die vanwege de crisis hun voorgenomen plannen niet kunnen uitvoeren. En die zich daardoor uit reeds gestarte onderhandelingen over bijvoorbeeld de bouw van kinderopvangvoorzieningen moeten terugtrekken. Wat zijn hiervan de juridische en financiële gevolgen? En is er een mogelijkheid om problemen te voorkomen?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Afbreken van onderhandelingen: wat zijn de gevolgen?

Ze droomde van een strak, modern kindercentrum. Kleurig, mooie buitenruimte, veel extra vierkante meters om kwaliteit te kunnen bieden. De grond was aangekocht en de bouw zou binnenkort starten. Tot opeens de vraag met dertig procent terugliep en de financiële problemen zich opstapelden. Wat nu? Veel kinderopvangorganisaties hebben afgelopen jaren hun groeiplannen spaak zien lopen. Hoe moet dat als je juridische stappen gezet hebt? Juriste Patricia Bossema de Greeft legt uit.

‘Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod van een partij en de aanvaarding daarvan door een andere partij.’ Dit staat in het burgerlijk wetboek. Om een overeenkomst te sluiten, moeten beide partijen het willen (de zogeheten ‘(wils)overeenstemming’) en moeten ze met elkaar onderhandelen om voor beiden tot een zo optimaal mogelijk resultaat te komen. Een dergelijke onderhandelingsfase wordt ook wel de precontractuele fase genoemd. Voor deze onderhandelingsfase gelden géén wettelijke bepalingen.

Afbreken onderhandelingen en aansprakelijkheid

Soms moet of wil een partij lopende onderhandelingen in de precontractuele fase afbreken. Het is denkbaar dat de andere partij het daarmee niet eens is. Soms ook wil de andere partij een vergoeding voor eventuele kosten die al gemaakt zijn. Als er immers sprake is van onderhandelingen die lange tijd lopen, kunnen partijen kosten hebben gemaakt of zelfs investeringen hebben gedaan met het oog op een te sluiten overeenkomst. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een projectontwikkelaar bij het ontwerp (indeling) van een gebouw rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van kinderopvang. Kan de afbrekende partij – lees: de kinderopvangorganisatie – dan worden verplicht door te onderhandelen? En kan de afbrekende partij aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die de wederpartij lijdt als gevolg van het afbreken van de onderhandelingen?

Drie fasen

Rechters buigen zich al jaren over deze vraag. Er is dan ook veel ‘jurisprudentie’: uitspraken en ‘arresten’ van rechters waarin we kunnen lezen wat de rechter in vergelijkbare situaties heeft beslist. Een van de meest baanbrekende arresten met betrekking tot afgebroken onderhandelingen dateert uit 1982: toen formuleerde de Hoge Raad de zogenaamde ‘driefasenleer’. In gewoon Nederlands: de Hoge Raad deelde de onderhandelingsfase in drie fasen in. Afbreken van onderhandelen heeft per fase andere gevolgen. In de eerste fase tasten partijen elkaar als het ware af en mogen ze de onderhandelingen afbreken zonder juridische of financiële gevolgen. In de daarop volgende tweede fase is afbreken toegestaan, maar moet de afbrekende partij eventuele gemaakte kosten van de wederpartij vergoeden (het zogenaamde ‘negatieve contractsbelang’). In de derde en laatste fase is afbreken niet meer toegestaan. Dan moet de afbrekende partij zowel de kosten als de eventueel gederfde winst (het zogenaamde ‘positieve contractsbelang’) vergoeden of soms zelfs doorgaan met onderhandelen totdat een overeenkomst tot stand komt.

Onvoldoende houvast

Het is de vraag of deze zogenaamde ‘driefasenleer’ wel zo toepasselijk is (geweest) in de praktijk. Verschillende juridische auteurs vinden namelijk dat een ander arrest van de Hoge Raad uit 2005 veel meer bepalend is. In dat arrest is bepaald: óf de afbrekende partij moet de schade van de wederpartij vergoeden, óf niet. Een ‘alles of niets-benadering’ dus.

Los van deze discussie is er in de rechtspraak wel een juridische maatstaf geformuleerd: als de afbrekende partij bij de andere partij het ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ heeft gewekt dat de overeenkomst tot stand zou komen, moet de afbrekende partij aan de andere partij een schadevergoeding betalen. Deze maatstaf biedt echter onvoldoende houvast. Want wanneer precies is er sprake van ‘gerechtvaardigd vertrouwen’? Anders gezegd: wanneer mogen partijen zonder gevolgen de onderhandelingen afbreken en wanneer niet? De rechtspraak wijst uit dat ‘de omstandigheden’ daarbij de doorslag moeten geven. Ook blijft onduidelijk wat de gevolgen zijn voor een onderhandelingspartij als deze de onderhandelingen (onrechtmatig) afbreekt. Vanwege deze onduidelijkheden zijn partijen terughoudend om met elkaar in onderhandeling te gaan.

Intentieovereenkomst

Om aansprakelijkheid te voorkomen, is het aan te raden om goede en duidelijke afspraken te maken over de te voeren onderhandelingen. Daardoor weten partijen waar ze aan toe zijn en op welke (vrijblijvende) wijze onderhandelingen worden ingestoken. Bovendien werken ze daardoor efficiënt toe naar de uiteindelijk te sluiten overeenkomst (van welke aard dan ook). Een voor onderhandelingspartijen heel geschikt instrument is het sluiten van een zogenaamde intentieovereenkomst: een overeenkomst waarin twee of meer partijen de intentie uitspreken om samen een bepaald doel te bereiken. Dit doel is in de meeste situaties het sluiten van een definitieve overeenkomst, maar dat is niet vereist. Partijen kunnen in een dergelijke intentieovereenkomst ook afspraken maken over de ‘voorbehouden’. Denk hierbij aan een voorbehoud van schriftelijke vastlegging, goedkeuring door de Raad van Commissarissen en financiering. Ze spreken dan met elkaar af dat ze op grond van dergelijke voorbehouden de onderhandelingen zonder gevolgen mogen afbreken. Die voorbehouden moeten uiteraard tijdig worden gemaakt en consequent worden nageleefd. Ook kunnen partijen afspraken maken over de eventuele gevolgen van het afbreken van de onderhandelingen, zoals het al dan niet betalen van een (schade)vergoeding voor de reeds gemaakte kosten.

Duidelijkheid en zekerheid

De praktijk wijst uit dat partijen al regelmatig gebruikmaken van een intentieovereenkomst. Er wordt echter nog onvoldoende vastgelegd wat de (financiële) gevolgen zijn als een van de partijen de onderhandelingen voortijdig afbreekt. Door het sluiten van een goede intentieovereenkomst kun je als partij voor jezelf én anderen meer duidelijkheid en zekerheid creëren. Een heldere intentieovereenkomst helpt ook om samen te durven investeren in het bouwen van een relatie om tot bijvoorbeeld een vruchtbare samenwerking in de toekomst te komen. Juist in deze onzekere tijden! Een dergelijke, meer constructieve, opstelling van onderhandelingspartijen kan de kinderopvangbranche én de economie in het algemeen een juiste impuls geven.

Foto: ANP/Rick Nederstigt

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.