Het verlichten van personeelstekorten en verminderen van de werkdruk. Dat was het doel van de BIO-maatregel waarbij de helft van de medewerkers op een kinderopvanglocatie mag bestaan uit beroepskrachten in opleiding. Uit onderzoek van PPINK, FNV, CVN en BOinK blijkt nu dat de maatregel juist averechts werkt. ‘Het zorgt ervoor dat de werkdruk stijgt en medewerkers massaal vertrekken.’ De partijen schreven een brandbrief aan minister Van Aartsen om te voorkomen dat de inzet van BIO's per 1 juli structureel verruimd wordt.
De


In dit artikel wordt gesproken over ruim 1000 ingevulde enquêtes over de BIO‑maatregel . Dat is waardevolle input, maar in een sector met tienduizenden medewerkers en duizenden organisaties geeft dit geen volledig landelijk beeld. In mijn eigen kleinschalige organisatie zouden we alleen al met ons team en ouders richting de 30 reacties komen. Dat laat zien hoe snel cijfers kunnen vertekenen.
De conclusie dat de BIO‑maatregel leidt tot meer werkdruk, minder kwaliteit en meer veiligheidsrisico’s herken ik vooral uit verhalen van grotere organisaties waar de cultuur gericht is op “maximaal eruit halen”. Daar worden BBL’ers soms te snel ingezet als oplossing voor bezettingsproblemen. Dan ontstaat er inderdaad druk en onrust.
Maar dat is niet de enige werkelijkheid.
Wij werken met de certificatenroute: 25%, 50% en pas 100% inzetbaarheid na het behalen van de juiste certificaten. Dat werkt veilig en verantwoord. Mijn medewerkers werkten liever met onze BBL’er dan met een invalkracht, omdat hij de kinderen, de routines en onze visie kende. Dat brengt juist rust.
De sector verliest geen mensen door BBL’ers.
De sector verliest mensen door cultuur, werkdruk en gebrek aan professionele ruimte. Het artikel noemt dat 40% van de medewerkers overweegt te vertrekken , maar dat zegt vooral iets over organisaties waar de basis al onder druk staat.
Medewerkers blijven wanneer er stabiliteit is, wanneer BBL’ers goed worden begeleid, wanneer kwaliteit boven productie gaat en wanneer teams invloed hebben op hun werk. Dat is precies wat in kleinschalige organisaties vaak wél lukt.
Ik begrijp de zorgen van PPINK, FNV, CNV en BOinK, zeker gezien de eerdere grens van 33% die door de Commissie Gunning werd geadviseerd . Veiligheid staat altijd voorop. Maar ik pleit voor beleid dat ruimte laat voor maatwerk. De sector is te divers voor één harde norm.
Laten we daarom niet alleen kijken naar waar het misgaat, maar ook naar waar het wél goed gaat — en waarom.
Beste Harmke,
Bedankt voor je inhoudelijke reactie. Ondanks de meer dan 1000 reacties claimen wij als partijen niet dat dit een wetenschappelijk onderzoek is. Maar wie bijvoorbeeld kijkt naar het LKK-onderzoek (Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang), waar de sector zich graag op mag beroepen, ziet dat het daar maar om enkele tientallen onderzochte groepen gaat. Waarbij bovendien ook een behoorlijk deel van de gevraagde organisaties weigert aan het onderzoek mee te doen.
We zijn het echter met elkaar op hoofdlijnen eens, een verantwoorde inzet met alleen BBL’ers waarbij er ook nog sprake is van een opbouw waar het gaat om inzetbaarheid is zoals wij dat ook graag zien. Maar de inzet van leerlingen van de inmiddels 350 kwalificerende opleidingen waarvan sommige pretenderen binnen enkele maanden op te leiden tot pedagogisch professional is iets heel anders.
Dat dit alleen bij grote organisaties voorkomt wordt tegengesproken door GGD-en die dit ook bij kleine organisaties zien. 33% betekent volgens ons dat er meer dan voldoende ruimte bestaat voor maatwerk en ja het is heel belangrijk dat leerlingen in praktijk het vak leren. Het kan echter niet de bedoeling zijn dat 25% van de zogenaamde BIO’s met negatieve verhalen over hun “stageperiode” terugkomt bij ROC’s. Dit zou zomaar de verklaring kunnen zijn waarom een niet onaanzienlijk deel na de opleiding te hebben voltooid ervoor kiest om niet in de kinderopvang te gaan werken.
De uitstroom van ervaren medewerkers is minstens zo verontrustend. Dus los van de zeer bedenkelijke effecten op de pedagogische kwaliteit, werkt de maatregel helemaal niet waar het gaat om het terugdringen van het personeelstekort. We snappen heel goed dat goede kinderopvang niet over één kam geschoren wil worden met organisaties die hier niet verantwoord mee omgaan. We kunnen als werknemers en ouders echter niet wegkijken, er zijn namelijk te veel signalen over een onverantwoorde inzet van BIO’s met als gevolg meer incidenten, hogere werkdruk en meer uitstroom.
Gjalt Jellesma voorzitter BOinK.