Zorgen om kennis en kunde van leidinggevenden “risicolocaties”

Gemeenten krijgen vaker een handhavingsadvies over kleine houders, met een of twee kinderopvanglocaties, dan grote houders met meer dan tien locaties. De tekortkomingen gaan meer over het beleidsplan dan over het werk in de praktijk. De GGD-en en gemeenten maken zich zorgen over de kennis en kunde bij leidinggevenden van deze locaties.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Dat blijkt uit onderzoek door de Onderwijsinspectie, samen met GGD GHOR en de VNG. Aanleiding van dit onderzoek is het rapport ‘Toezicht en Handhaving Kinderopvang, Landelijke Rapportage 2015’. Deelnemende gemeenten kregen voor zo’n 20 procent van de kinderopvanglocaties twee of drie jaar achtereen een handhavingsadvies van de GGD-toezichthouder. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg de Onderwijsinspectie om, samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en GGD GHOR Nederland, onderzoek te doen naar deze locaties.

Oorzaak

In totaal werden 231 locaties in 83 gemeenten meegenomen in het onderzoek. Wat is de oorzaak van de herhaalde handhavingsadviezen en wat kunnen gemeenten en de toezichthouders doen zodat deze voorzieningen de kwaliteitseisen beter naleven?

Belangrijke bevindingen zijn:

  • Het gaat vaker om kleinere (2 locaties of minder) dan om grotere houders (>10 locaties)
  • Tekortkomingen hebben vaker betrekking op het beleid (pedagogisch en ten aanzien van veiligheid en gezondheid) van de houder, dan op het werk in de praktijk
  • GGD’en en gemeenten maken zich zorgen over de kennis en kunde bij leidinggevenden van de locaties die een herhaald handhavingsadvies krijgen
  • Locaties met een herhaald handhavingsadvies kennen relatief meer personeelswisselingen
  • De betreffende locaties werken vaak niet met een systeem voor kwaliteitsborging
  • Houders en leidinggevenden hebben vaak behoefte aan toelichting en dialoog over de geconstateerde tekortkomingen

Onkunde

‘Wat we zien is dat binnen de groep voorzieningen met herhaalde handhavingsadviezen vaker sprake is van onkunde dan van onwil om de kwaliteit te verbeteren. In veel gevallen kent of begrijpt men wet- en regelgeving onvoldoende om de regels goed toe te passen’, meldt GGD GHOR.

GGD GHOR noemt drie manieren hoe zij daarop inzet:

  1. Vanuit toezicht willen wij eraan bijdragen dat deze groep zo klein mogelijk is. Dat kan, omdat we goed in beeld hebben om wat voor locaties het gaat. We gaan kijken hoe we communicatie en informatierichting deze groep kunnen verbeteren. Doorlopend, maar ook bij de start van nieuwe voorzieningen
  2. Daarnaast werken we sinds 2017 met de werkwijze ‘Streng aan de Poort. GGD GHOR Nederland en de VNG hebben deze ingevoerd om beter te kunnen waarborgen dat alleen kwalitatief goede opvangvoorzieningen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) komen. Voor de houder betekent ‘Streng aan de Poort’ dat hij aan de kwaliteitseisen voldoet vanaf het moment dat de gemeente hem toestemming geeft tot exploitatie en het kindercentrum is geregistreerd in het LRK.
  3. Tot slot heeft de toezichthouder per 1 jan 2019, de mogelijkheid om gedurende het onderzoek een herstelaanbodte doen. Daarbij wordt de houder in staat gesteld makkelijk op te lossen tekortkomingen te herstellen. Voor deze, makkelijk te herstellen tekortkomingen hoeft dan geen handhavingsadvies te worden afgegeven.

Aanbevelingen

In het onderzoek staan de volgende aanbevelingen voor gemeenten:

  • Hou in het risicomodel rekening met de grootte van de houder van de voorziening
  • Voorzie in de behoefte van houders. Hoe beter de houder wordt geïnformeerd, hoe kleiner het risico op overtreding van kwaliteitseisen
  • Stimuleer een interne kwaliteitsborging op de voorziening. Vanaf januari 2018 vereist de wet dat de beleidsplannen van kinderopvangvoorzieningen op het gebied van het veiligheids- en gezondheidsbeleid, concrete beschrijvingen bevatten van de wijze waarop de houder en de beroepskrachten zorg dragen voor een continu proces van beleidsvorming, implementatie, evaluatie en actualisatie. Bij de inspectiebezoeken controleren de toezichthouders hierop
  • Voorkom dat onkundige houders starten, ofwel: ‘streng aan de poort’
  • Meer maatwerk bij gemeentelijke handhaving: neem in gemeentelijk beleid de mogelijkheid op om zwaardere instrumenten in te zetten wanneer er herhaaldelijk tekortkomingen worden geconstateerd. We bevelen gemeenten aan om de strategie bij voorzieningen waar verbetering van de naleving van de regels noodzakelijk is, goed af te stemmen op de specifieke situatie. Goede communicatie met de houder, inclusief informatievoorziening, in combinatie met passende handhavingsinstrumenten helpt dan om de naleving van alle wettelijke eisen structureel te verbeteren.

Bekijk hier het Themaonderzoek Herhaalde handhavingsadviezen >>


In het Landelijk Rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 2017 blijkt dat het goed gaat met het toezicht en handhaving in de kinderopvang, maar er zijn aandachtspunten. Het toezicht op de kinderopvang moet minder voorspelbaar worden gemaakt en nieuwe wetgeving moet altijd gewaarborgd zijn. Lees meer


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.