Karen Jongeneel is expert op het gebied van kindontwikkeling en voorschoolse educatie. Ze ziet steeds vaker professionals worstelen met gedrag dat in eerste instantie lastig lijkt. ‘Denk bijvoorbeeld aan kinderen die torens van andere kinderen omgooien, speelgoed afpakken of gewoonweg wild rondrennen’, vertelt ze. ‘Dat kan natuurlijk heel vervelend zijn. Toch is dat precies het moment waarop ontwikkeling zich laat zien. Het gedrag dat kinderen laten zien is altijd verbonden aan waar ze op dat moment in hun spelontwikkeling zijn. Wie dat perspectief eenmaal ziet, gaat anders naar kinderen kijken en handelt ook anders.’
Herkenbare vormen van spelgedrag
Karen legt uit dat spel niet in leeftijdsfasen verloopt, maar dat kinderen zich ontwikkelen in verschillende spelvormen. ‘In een peutergroep spelen kinderen allemaal in hun eigen vorm van spelontwikkeling. In iedere groep zie je kinderen in een vroege spelfase. Deze kinderen spelen vooral door te voelen, bewegen en onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan zand door hun handen laten glijden, vingers in de lijmpot steken en materialen uitproberen. Deze handelingen worden al snel actiever: scheppen, gieten, duwen, sjouwen en verplaatsen. Veel kinderen laten daarbij bewegingsspel zien zoals rennen, klimmen, rollen en gooien. Ze herhalen bewegingen om het effect te ervaren. Wanneer professionals dit vroege spelgedrag herkennen als onderdeel van de spelontwikkeling, ontstaat er ruimte om de omgeving beter af te stemmen op wat kinderen nodig hebben. Materiaal aanbieden dat past bij de spelvorm waarin het kind zich ontwikkelt.’
Verzamelen
Na het vroege spelgedrag zie je volgens Karen kinderen die hun spel uitbreiden door materialen te manipuleren, ordenen en variëren. ‘Ze verzamelen knuffels, zetten blokken in een rij of maken stapels. Ze onderzoeken oorzaak en gevolg: “als ik dit doe, gebeurt dat.”’
Rollenspel
Vervolgens gaan kinderen volgens Karen situaties uit het dagelijks leven naspelen. ‘Ze imiteren volwassenen: koken, schoonmaken, bellen of een pop in bed leggen. Handelingen krijgen betekenis: kort doen-alsof in herkenbare scènes.
Daarna ontstaat spel vanuit eigen verbeelding: kleine symbolische scènes zoals een pop die huilt en verzorgd wordt. Pas later zie je het rollenspel, waarin kinderen korte verhaaltjes spelen, rollen kiezen en samen spelen met anderen.’
Kinderen ontwikkelen verschillend
Karen benadrukt dat kinderen die de kinderopvang binnenkomen allemaal een andere start hebben. Sommige kinderen hebben thuis weinig speelruimte of stimulans gehad, waardoor ze vooral behoefte hebben aan bewegen, voelen en ontdekken. Andere kinderen hebben juist al veel spelervaring opgedaan. Daardoor kunnen de ontwikkelbehoeften in één groep sterk uiteenlopen. ‘Voor pedagogisch professionals is dat een grote uitdaging’, zegt Karen. ‘Je begeleidt kinderen die veel van elkaar verschillen. Spelvormen zijn niet aan leeftijden gekoppeld. Een bijna vierjarige kan volop rollenspel spelen, terwijl een ander kind van dezelfde leeftijd nog ontdekkend en manipulerend speelt. Het ene kind verzint verhaaltjes in de huishoek, het andere kind onderzoekt daar liever wat er gebeurt als je de pannetjes laat vallen.’
Pas de ruimte en het speelgoed aan
Volgens Karen zou iedere pedagogisch professional moeten weten hoe belangrijk het is dat ruimte en het materiaal aansluit bij het spelgedrag dat een kind laat zien. ‘Wanneer je ontdekt in welke spelvorm een kind zich ontwikkelt, ontstaat er automatisch meer begrip. Je gaat bepaald gedrag opeens niet meer zien als lastig, maar als een signaal: dit kind laat zien wat het nu nodig heeft. En vanuit dat inzicht kun je veel bewuster kiezen. Welk materiaal past bij dit kind? Wat nodigt uit tot de volgende stap in zijn spelontwikkeling?’
Thuis te weinig gespeeld
Karen geeft een voorbeeld: ‘Op een VE-locatie veranderde de groepsdynamiek compleet toen er nieuwe peuters kwamen. Professionals waren de hele dag bezig met kinderen corrigeren. Toen ik onderzocht in welke spelontwikkelingsfasen de kinderen zaten, ontdekte ik dat ze nog volop behoefte hadden aan sensorisch exploreren, manipuleren en bewegen. Dat zie je vaak bij kinderen die thuis weinig speelruimte en beperkte stimulans hebben gehad. Ze laten op de opvang gedrag zien dat voor professionals onverwacht of intens kan zijn, maar dat helemaal past bij waar zij in hun ontwikkeling zitten. Het zijn geen ‘zorgenkinderen’. Ze zijn simpelweg nog niet toe aan rollenspel in de huishoek.’
Ruimte aanpassen = kindontwikkeling mogelijk maken
‘Op deze locatie zagen we dat er nauwelijks materialen waren die aansloten op deze spelvormen’, vertelt Karen. ‘We hebben de ruimte ingericht met een zandtafel, grote klimkussens en pvc-buizen waar ballen doorheen konden rollen. Het effect was direct zichtbaar. ‘De rust keerde terug. Professionals waren eerst sceptisch, maar toen ze zagen hoe positief het uitpakte, konden ze hun oude mindset loslaten.’
Ontwikkelgedrag begrijpen
‘Veel mensen kennen de theorie, maar de praktijk vraagt iets anders’, zegt Karen. ‘Het is lastig om echt te zien wat een kind nodig heeft en spelgedrag te lezen. Maar zodra professionals leren kijken naar spelvormen, ontstaat er ruimte. Dan kun je kinderen de tijd gunnen om hun eigen spelontwikkeling te doorlopen en wordt de belangrijkste taak een omgeving creëren waarin spel kan ontstaan.’




