Vervolg op Positionpaper GGD-inspectie

De vijf kinderopvangorganisaties die via hun Positionpaper de alarmklok luidden over de tekortkomingen in de GGD-inspectie, zijn uitgenodigd voor een gesprek bij GGD GHOR. Zij gaan dan relevante praktijkvoorbeelden delen met de landelijke koepelorganisatie. 

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan de orde waarmee de kinderopvang worstelt. Het gaat bijvoorbeeld om eenduidigheid in het toezicht, maar ook dat regelgeving overal op dezelfde manier zou moeten worden uitgelegd zodat er geen interpretatieverschillen meer zijn.

Inspectierapporten

De kinderopvangorganisaties pleiten er ook voor dat inspectierapporten en handhavingsadviezen worden opengesteld voor bezwaar. Nu is het rapport plus advies onaantastbaar en kan er alleen via bestuursrechtelijke weg bezwaar gemaakt worden tegen handhavingsbesluiten van de gemeenten.

Landelijke commissie

Zolang deze punten niet adequaat zijn geregeld stellen deze organisaties voor om een landelijke commissie in te stellen, waaraan interpretatieverschillen en bezwaren kunnen worden voorgelegd en beoordeeld. Deze commissie zou moeten bestaan uit een onafhankelijke voorzitter en 4 leden (1 GGD GHOR, 1 VNG en 2 Kinderopvang). De houder heeft de keuze voor deze commissie of het bestuursrechtelijk traject.

Kennis 

De kinderopvangorganisaties zetten verder hun vraagtekens bij de kennis die inspecteurs hebben van wet en regelgeving, beginselen van behoorlijk bestuur en pedagogiek. Dat zou moeten verbeteren. Ook twijfelen de organisaties of de ongeplande bezoeken van de inspecteurs wel bijdragen aan ‘samen werken aan kwaliteit’.  De ongeplande bezoeken komen namelijk voort uit de gedachte dat ondernemers er op uit zijn om de regels te overtreden en de pakkans te minimaliseren. De vraag is of je de GGD-inspecties moet baseren op dit wantrouwen.

In-één-oogopslag 

Een ander pijnpunt voor de branche is het In-eén-oogopslag in het Landelijk Register Kinderopvang. Dit systeem zou ouders op een makkelijke manier inzicht geven in de kwaliteit van een kindercentrum. Dat kan alleen worden waargemaakt als inspecteurs nooit fouten maken en nooit onjuiste handhavingsadviezen geven. Dat is echter niet realistisch, zoals de praktijk ook uitwijst. Ouders krijgen daardoor niet of niet vanzelfsprekend de beloofde kwaliteitsvergelijking en kinderopvangorganisaties worden evident geschaad in geval van een ten onrechte handhavingsadvies, aldus de kinderopvangorganisaties.

Bekijk de brief van de kinderopvangorganisaties aan GGD GHOR, waarin zij uitnodigen tot gesprek en de gespreksonderwerpen toelichten >>

Uitspraak van de Raad van State 

De kinderopvangorganisaties willen ook gesprek met GGD GHOR over de recente uitspraak van de Raad van State (6 november). Deze uitspraak gaat over enkele aspecten van de werkwijze van het toezicht en de gemeente. De Raad van State oordeelde dat “de toezichthouder wel rekening zou kunnen houden met een zienswijze voordat deze een rapport vaststelt. De zienswijze zou in dat geval kunnen leiden tot een aanpassing van het conceptrapport, ook wanneer die aanpassing verder gaat dan herstel van feitelijke onjuistheden. De Afdeling ziet voor een dergelijke werkwijze steun in de Beleidsregel.”. 

Eigen verantwoordelijkheid

De toezichthouder is geen onafhankelijk adviseur van de gemeente, aldus de RvS, maar heeft een eigen professionele verantwoordelijkheid: doen van zorgvuldig onderzoek, in overleg met de houder en zo nodig door het rapport bij te stellen of het doen van nieuw/nader onderzoek. De zienswijze moet daarin worden betrokken, zowel door de toezichthouder als door de gemeente in een eventuele heroverweging van het handhavingsadvies of t.b.v. het handhavingsbesluit.

Genoemd overleg blijkt echter allerminst standaard bij inspecties en vindt hooguit plaats als een opvangorganisatie zich daarop nadrukkelijk beroept. En de zienswijze is nu slechts een ‘sluitpost’ voor de houder, omdat de toezichthouder er verder niets mee doet en ook de gemeente zich veelal primair richt op wat de inspecteur schrijft in het rapport.

Afspraak

Deze uitspraak van de Raad van State is erg belangrijk en daarom willen de vijf kinderopvangorganisaties van gedachte wisselen welke acties GGD GHOR gaat ondernemen om de werkwijze van inspecteurs aan te passen conform de uitspraak van de Raad van State. De afspraak zal in januari plaatsvinden. De betrokken kinderopvangorganisaties zijn Kibeo, Mikz, Skippy Pepijn, Pedagogische kinderopvang Dikkedeur en KID.

Hoe meer onterechte overtredingen, waarschuwingen en handhavingsbesluiten op jouw naam, hoe moeilijker je het krijgt bij het starten van een nieuw kindercentrum. Want naleving van de regels is in de ‘strenge selectie aan de poort’ een belangrijk criterium. Het verzwaart ook je risicoprofielen, waarin je overigens niet zomaar inzage krijgt. Lees de Positionpaper van de kinderopvangorganisaties >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.