Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Verschillen in toezicht en handhaving zijn niet per se onwenselijk’

Bert Bukman
Bert Bukman
Er zijn grote verschillen per gemeente in het aantal overtredingen dat de GGD jaarlijks constateert in de kinderopvang. Kamerlid Senna Maatoug wilde van staatssecretaris Wiersma weten hoe dat zit. 'In sommige gemeenten worden bij inspecties standaard meer voorwaarden beoordeeld dan wat minimaal verplicht getoetst moet worden.'
Senna Maatoug

Het aantal onderzochte overtredingen per gemeente had in 2015 een range van 14%–48% en in 2019 een range van 16%–53% in 2019. Hieruit blijkt volgens Maatoug dat de uniformiteit van het toezicht eerder afneemt dan toeneemt. Haar vragen kwamen er in het kort op neer hoe het komt dat de GGD’en er onvoldoende in slagen om de kwaliteit en de uniformiteit van het toezicht te verbeteren, en wat de staatssecretaris eraan wil doen.

Wiersma’s antwoord luidde dat gemeenten en GGD’en binnen de wettelijke kaders de ruimte hebben om zelfstandig keuzes te maken met betrekking tot de uitvoering van toezicht en handhaving. ‘Als gevolg hiervan kunnen verschillen ontstaan in de uitkomsten van toezicht en handhaving die niet per definitie onwenselijk zijn.’

Verschillende verklaringen

Voor de door Maatoug genoemde verschillen zijn meerdere verklaringen mogelijk, aldus Wiersma. Het kan bijvoorbeeld samenhangen met verschillen in de mate van naleving door de kinderopvanglocaties in verschillende regio’s. ‘Een regio met relatief veel houders die moeite hebben om zich aan de veranderende wet- en regelgeving te houden, zal ook een relatief hoog percentage rapporten met overtreding kennen.’

De verschillen worden ook beïnvloed door afspraken tussen gemeenten en GGD’en over de invulling van het toezicht. ‘Gemeenten kunnen met hun GGD afspraken maken om aandacht te besteden aan een bepaald onderwerp. In sommige gemeenten worden bij inspecties standaard meer voorwaarden beoordeeld dan wat minimaal verplicht getoetst moet worden op het gebied van veiligheid en gezondheid, met extra kans op het constateren van overtredingen tot gevolg.’

Dit past bij een gedecentraliseerd stelsel waarin gemeenten en GGD’en zelfstandig keuzes kunnen maken over toezicht en handhaving. ‘Daarnaast is het mogelijk dat verschillen te verklaren zijn doordat gemeenten en/of GGD’en een bepaald onderdeel van de regelgeving verschillend interpreteren. Deze laatste situatie dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.’

Administratieve lasten

Maatoug informeerde ook of de staatssecretaris het eens was dat de wijze van toezicht en handhaving de reden is waarom in de praktijk de administratieve lasten ‘enorm zijn toegenomen’ en dat de Wet IKK de beloofde administratieve lastenverlichting ‘niet heeft waargemaakt’.

Het antwoord van de staatssecretaris: ‘Dit najaar starten twee onderzoeken waarin onder meer naar de effecten en neveneffecten van toezicht en handhaving zal worden gekeken. Het gaat hierbij om een effectevaluatie van toezicht en handhaving en de evaluatie van de Wet IKK.  Bij de wetsevaluatie zullen ook de branchepartijen in de kinderopvang worden betrokken. Naar verwachting worden beide onderzoeken in het voorjaar afgerond.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.