Vermoed je kindermishandeling?

Deze week is de Week tegen Kindermishandeling. Daarom de hele week aandacht voor dit onderwerp. Vandaag: Stel, je maakt je zorgen om een kind uit jouw groep. De meldcode kindermishandeling helpt jou als pedagogisch medewerker om zorgvuldig te handelen. Ken je alle stappen?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Iedereen die met kinderen en volwassenen werkt, moet bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld de vijf stappen van de meldcode doorlopen:

Stap 1 – In kaart brengen van signalen

De meldcode start als je een niet-pluisgevoel hebt: je ziet of hoort iets waarover je vragen hebt of waar je je zorgen over maakt. In stap 1 breng je alle signalen in kaart. Je legt de zorgen bij voorkeur direct voor aan de ouders. Misschien kunnen zij de zorgen wegnemen omdat er een goede verklaring voor is. Leg alle signalen die een vermoeden van kindermishandeling bevestigen of juist ontkrachten vast in het kinddossier. Leg ook in het dossier vast hoe ouders reageerden op je zorgen.

Stap 2 – Advies vragen aan een deskundige collega of Veilig Thuis

Een belangrijke boodschap van de meldcode is: doe het niet alleen! Als pedagogisch medewerker bespreek je je signalen met de aandachtsfunctionaris. Dit is de medewerker binnen jouw organisatie die specifieke deskundigheid heeft over kindermishandeling. Zorg dat je weet wie dat is. Weet dat je altijd advies mag vragen aan Veilig Thuis (gratis 24/7, 0800-2000). Daarbij noem je de naam van het kind niet. Lees meer over de rol van de aandachtsfunctionaris >>

Stap 3 – Gesprek met de ouder (en indien mogelijk met het kind)

Vervolgens bespreek je de zorgen met de ouders en als dat mogelijk is met het kind. Meestal doet de aandachtsfunctionaris dat, het liefst samen met jou als pedagogisch medewerker. Zeker als jij die signalen hebt opgevangen en de ouders daar al naar gevraagd hebt.

Het doel van dit gesprek is het bespreken van de zorgen, samen zoeken naar oplossingen en afspraken maken over het vervolg. Maak na afloop een verslag met de gemaakte afspraken. Om dit gesprek voor te bereiden kun je ook Veilig Thuis om advies vragen.

Stap 4 – Wegen van het geweld

De aandachtsfunctionaris weegt in samenspraak met de pedagogisch medewerker alle verzamelde informatie. Als de zorgen zijn weggenomen, sluit je de meldcode af en leg je dat ook vast in het dossier. Als de zorgen blijven bestaan, ga je na of er sprake is van acute of structurele onveiligheid. Acute onveiligheid is bijvoorbeeld geweld met een wapen of tijdens de zwangerschap. We spreken over structurele onveiligheid als een kind bijvoorbeeld opgroeit bij ouders met ernstige verslavings- of psychische problemen.

Stap 5 – Beslissen: is melden noodzakelijk? Is hulp ook mogelijk?

In stap 5 stel je twee vragen. Ten eerste: Is melden noodzakelijk? En daarna: Is zelf passende en toereikende hulp bieden of organiseren mogelijk? Als het antwoord op de eerste vraag ‘ja’ is, bespreek je samen met Veilig Thuis of de kinderopvang passende hulp kan bieden of organiseren. Als het antwoord op de vraag of melden nodig is ‘nee’ is, maak je die afweging zelfstandig. Om te beoordelen of passende hulp mogelijk is, stel je jezelf de volgende drie vragen:

  1. Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of te organiseren?
  2. Werken betrokken gezinsleden mee?
  3. Leidt de hulp tot veiligheid en een verbeterde situatie voor alle gezinsleden?

Als je een van de vragen met ‘nee’ beantwoordt, dan doe je alsnog een melding bij Veilig Thuis.

Veilig Thuis beoordeelt na een melding de veiligheid in een gezin, kan een onderzoek starten en organiseert hulp als dat nodig is. Veilig Thuis houdt de kinderopvang op de hoogte van de uitkomsten van het onderzoek en van de acties die zij neemt.

Ondersteunen en beschermen

Maar jouw rol stopt niet na een melding bij Veilig Thuis en/of als er hulpverlening is ingeschakeld. Jij kunt als pedagogisch medewerker het kind een fijne en veilige plek bieden op de groep. Daarnaast is het belangrijk dat je bij nieuwe signalen of blijvende zorgen opnieuw de stappen van de meldcode doorloopt. Alleen dan kan mishandeling en verwaarlozing blijvend stoppen.

Een casus

Pedagogisch medewerker Lisa vertelt dat de moeder van Daan (3) vaak bij het brengen met een mobiele telefoon aan haar oor binnenkomt. Ze duwt haar zoon bijna naar binnen en snauwt tegen hem als hij zijn jas en tas in haar ogen niet snel genoeg ophangt. Als Daan zijn moeder wil uitzwaaien kijkt ze bijna nooit achterom, ze rent alweer naar de auto. Ook komt ze Daan vaak net na sluitingstijd ophalen. Lisa heeft haar daar een paar keer op aangesproken, maar zij wimpelt dat af met excuses over uitgelopen vergaderingen en files. Daan heeft wel nieuwe kleren, maar ziet er verder vaak onverzorgd uit: ongekamde haren, chocoladepasta nog om zijn mond, kruimels in zijn haren. Daan is erg aanhankelijk naar Lisa, maar verder zijn er geen bijzonderheden in zijn gedrag.

Lisa start de meldcode en brengt de signalen in kaart (stap 1). Ze bespreekt de signalen uit het gedrag van de moeder en het uiterlijk van Daan met aandachtsfunctionaris Josette (stap 2). Josette vindt de signalen ook zorgelijk en stelt voor om samen met Lisa beide ouders uit te nodigen voor een gesprek (stap 3).

De vader en moeder van Daan komen een week later op het afgesproken tijdstip. Lisa vertelt wat haar opvalt aan de manier waarop de moeder Daan bij de opvang achterlaat en aan het uiterlijk van Daan. Ze vertelt daarbij dat zij zich daar zorgen over maakt: ze heeft het gevoel dat Daan meer aandacht nodig heeft, in ieder geval bij het halen en brengen. De moeder probeert de zorgen weer weg te wuiven, maar de vader zegt het te snappen: zijn vrouw heeft net promotie gemaakt en probeert zo goed haar best te doen dat Daan daar de dupe van lijkt te worden. De vader geeft aan dat ze samen een andere oplossing moeten verzinnen voor het brengen en halen van Daan.

Altijd de stappen van de meldcode bij de hand hebben? Download de app Meldcode Kindermishandeling bij Google Play of de App Store.

De moeder sputtert nog wat tegen, maar geeft dan toe: zo kan het niet en ze kunnen vast iets regelen om ervoor te zorgen dat Daan met meer aandacht gebracht en gehaald wordt door één van beide ouders. Al pratend komen ze tot de conclusie dat het in de werkschema’s van de ouders het best past als de vader Daan ’s ochtends brengt en de moeder hem ’s avonds weer ophaalt. Ze spreken af dat een maand te proberen en samen te kijken of dat ook voor Daan een goede oplossing is.

In stap 4 wegen Josette en Lisa het geweld. De vraag ‘Zijn de zorgen weggenomen?’ kunnen ze nog niet volmondig beantwoorden, omdat ze nog niet weten of de oplossing ook werkt. Vervolgens vragen ze zich af of ze acute of structurele onveiligheid vermoeden. Daarvan lijkt geen sprake te zijn. In stap 5 beslissen zij daarom dat het niet noodzakelijk is om een melding te doen.

En het lijkt erop dat zij in staat zijn om zelf de passende hulp te bieden: namelijk het gezamenlijk zoeken van een oplossing voor het met aandacht halen en brengen van Daan. Als dat in dit gesprek niet gelukt was of als Lisa en Josette eraan twijfelden dat de ouders dit goed samen konden bespreken, hadden zij de ouders geadviseerd om contact op te nemen met het Centrum voor Jeugd en Gezin om met hen mee te denken.

Na een maand volgt een vervolggesprek. Het nieuwe haal- en brengschema is goed haalbaar en bevalt alle partijen. Ook Daan vindt het fijn dat zowel mama als papa op de opvang komen. Josette en Lisa sluiten nu de meldcode af.

Bron: Augeo Magazine. Geschreven door Edith Geurts.

Online magazine kindermishandeling

Augeo Foundation heeft ter gelegenheid van de Week tegen Kindermishandeling een online magazine uitgebracht, speciaal voor de kinderopvang. Bovenstaand artikel komt uit dit magazine. Lees hier het complete magazine >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.