Vanaf 2020 is VVE-aanbod van 16 uur verplicht

Het kabinet kondigde in het regeerakkoord aan 170 miljoen extra te investeren in een verruiming van het aanbod van voorschoolse educatie. Dat heeft grote consequenties voor VVE-aanbieders, bijvoorbeeld dat er vanaf 2020 een minimaal aanbod moet worden gerealiseerd van 16 uur per week. In een brief aan de Tweede Kamer legt Arie Slob, minister van Onderwijs, uit hoe hij dit wil organiseren.

Met de extra 170 miljoen euro voor voorschoolse educatie komt het totaalbudget voor gemeenten structureel op 486 miljoen euro. Dit is het bedrag dat vanaf 2020 beschikbaar is, maar ook dit jaar (+40 miljoen euro) en in 2019 (+130 miljoen euro) wordt er naar dit bedrag toegewerkt. Gemeenten zijn vanaf 2020 verplicht om een aanbod van 16 uur per week te hebben.

Wettelijke taak

Op dit moment hebben gemeenten de wettelijke taak om per week tien uur voorschoolse educatie aan te bieden aan peuters met een risico op een onderwijsachterstand. Het kabinet wil dit uitbreiden naar een aanbod van 16 uur per week voor doelgroeppeuters tussen de 2,5 en 4 jaar oud. Deze 16 uur zijn niet bedoeld als opvang. Daarom hanteert het kabinet een maximum van zes uur VVE per dag.

Gemengde groepen

Het uitbreiden van een aanbod van 10 naar 16 uur heeft grote consequenties voor VVE-aanbieders. Dat zegt ook bureau Buitenhek die een speciale nieuwsbrief besteedde aan de herverdeling van de OAB-middelen. ‘Het is onvermijdelijk dat peuteropvang-aanbieders met voorschoolse educatie zich zullen moeten heroriënteren. Een aanbod van minimaal 16 uur per week past immers meestal niet in het huidige aanbod met korte dagdelen van veelal 2,5 of 3 uur per dag. Zelfs als kinderen al 5 dagen per week komen, halen ze daarmee immers niet de gewenste 16 uur per week.’ De lastigheid zit hem volgens Buitenhek vooral bij locaties met gemengde groepen (dus waar ook niet-doelgroeppeuters naartoe gaan). ‘Het is maar zeer de vraag of deze groep ouders bereid is meer te gaan betalen voor een uitgebreider aanbod’. Een andere uitdaging is of de langere openingstijden aansluiten bij de schooltijden. Minister Slob vindt dat gemeenten zelf antwoorden moeten gaan vinden op deze vragen.

Geen basisvoorziening

De door de kinderopvangsector zo gewenste basisvoorziening voor alle peuters, gaat er voorlopig niet komen, blijkt uit de brief van Slob. Volgens de minister ontbreekt het eenduidige bewijs dat een basisvoorziening een meerwaarde heeft voor de ontwikkeling van kinderen. Dat bewijs is er wel (pre0COOL-onderzoek) voor doelgroepkinderen. Als zij op jonge leeftijd voorschoolse educatie volgen, lopen ze een substantieel deel van hun achterstand in voordat ze starten op de basisschool. Dat effect is er alleen bij een substantieel aantal uren voorschoolse educatie en als het aanbod van een goede kwaliteit is.

Meer hbo’ers

De minister wil daarom niet alleen investeren in het aantal uren, maar ook in de kwaliteit van voorschoolse educatie. Dat betekent dat er meer aandacht moet komen voor de pedagogisch medewerkers en het toezicht. De 170 miljoen euro extra moet hier ook voor worden gebruikt. Het kabinet wil meer hbo-geschoolde professionals in de VVE zien. Slob denkt dat hbo’ers en mbo’ers elkaar kunnen versterken vanuit hun eigen expertises. Hoe hier in de praktijk invulling aan gegeven moet worden, wil de minister uitwerken in overleg met de minister van Sociale Zaken en de partners in het veld.

Onderwijs

Omdat doelgroepkinderen ook in het onderwijs extra ondersteund moeten worden, investeert het kabinet naast de 170 miljoen euro nog eens 15 miljoen euro in het primair en voortgezet onderwijs. Met deze middelen wil het kabinet ervoor zorgen dat scholen de kwaliteit van het aanbod voor leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand verbeteren.

Verdeling OAB-middelen

Bij het uitbreiden van het aantal VVE-uren voor doelgroepkinderen hoort ook een andere verdeling van het onderwijsachterstandengeld over gemeenten. Ook hier gaat de minister op in in zijn brief aan de Tweede Kamer. Ook stelt hij een nieuwe systematiek voor, om doelgroepkinderen beter in kaart te brengen.

Download hier de Kamerbrief Investeren in onderwijskansen van minister Slob


Minister van Onderwijs Arie Slob komt met vijf scenario’s voor een andere verdeling van onderwijsachterstandsmiddelen en vraagt de Tweede Kamer mee te denken over wat de beste oplossing is. Bekijk de vijf voorstellen hier



Wie behoren er tot de doelgroepkinderen en wie niet? Een nieuwe indicator, waarin naar meer wordt gekeken dan alleen het opleidingsniveau van ouders, moet hier antwoord op geven. Maar wat houdt dit in? Lees meer in dit artikel


Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.