Van Ark verhoogt maximum uurtarief niet verder

Staatssecretaris Tamara van Ark houdt vast aan de afgesproken 4,9 procent verhoging van het maximum-uurtarief voor de dagopvang in 2019. Uit een verschillenanalyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt volgens haar dat SEO een realistisch kosteneffect heeft geschetst van de nieuwe bkr-regel.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
ANP

Dit meldt de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer. Aanleiding voor de brief is onduidelijkheid over wat het gemiddelde kosteneffect voor kinderopvangorganisaties is van de aangepaste beroepskracht-kindratio voor baby’s. Vanaf komend jaar mag een pedagogisch medewerker niet vier, maar maximaal drie baby’s opvangen. Het idee is dat er zo meer tijd en aandacht is voor baby’s. Maar dat betekent ook dat veel organisaties extra beroepskrachten moeten inzetten om aan de regels te voldoen.

SEO en Buitenhek

Hoe groot de kostenstijging gemiddeld is voor kinderopvangondernemers is onduidelijk. Een door het ministerie georganiseerd onderzoek door SEO in november 2017 liet zien dat de gemiddelde kostenstijging 4,6 procent is. Dat is minder dan de stijging van het vergoede uurtarief voor 2019 (4,9 procent). Een vervolgonderzoek van bureau Buitenhek (op initiatief van de brancheorganisaties en BOinK) liet echter zien dat de gemiddelde kostenstijging veel hoger is: 7,3 procent. In beide onderzoeken kwam naar voren dat de effecten voor kleine organisaties het grootst zijn en ook dat er grote onderlinge verschillen zijn.

Aantal baby’s

Dat er verschillen zijn in de uitkomsten, komt doordat de onderzoeken op verschillende momenten in het jaar plaatsvonden, er sprake is van verschillende onderzoeksmethoden en er andere steekproefgroottes zijn gebruikt. SEO maakte op advies van het ministerie eerst een eigen verschillenanalyse. Daaruit blijkt dat het aantal baby’s in beide steekproeven verschilt. In het SEO-onderzoek was het aandeel baby’s tijdens het meetmoment 14,3 procent (in totaal 71 locaties). Bij Buitenhek was het aandeel baby’s bij hetzelfde aantal locaties 16,5 procent. Dat is een verschil van 2,2 procentpunt. In de totale steekproef van SEO (250 locaties) was het aandeel baby’s 15,5 procent.

Meer baby’s eerste half jaar

Als derde partij is het CBS gevraagd om te kijken wat landelijk het aandeel baby’s in de kinderopvang is. Hiervoor is gekeken naar gegevens van de Belastingdienst. Uit deze analyse kwam een gemiddeld aandeel van 15 procent (in 2017). In de brief staat dat er sprake blijkt te zijn van een opvallend jaarlijks terugkerend patroon: in de eerste helft van het jaar zijn er meer baby’s in de kinderopvang dan in de tweede helft van het jaar. Aangezien Buitenhek in april de locaties heeft onderzocht en SEO in november, zou dat mede verklaren dat de twee onderzoeken verschillende uitkomsten hebben.

Geen aanpassing maximum-uurprijzen

Voor Van Ark vormt deze analyse genoeg reden om te concluderen dat het SEO-onderzoek een representatief beeld geeft. Want op basis van de CBS-cijfers zou er sprake zijn van een gemiddelde kostenstijging van 4,5 procent. Van Ark vindt dat er met een geraamde kostenstijging van 4,9 procent dan ook voldoende rekening wordt gehouden met de verwachte kostenstijging door de aanscherping van de bkr. Zij ziet geen aanleiding om de maximum-uurprijzen verder aan te passen.

Indexatie

De staatssecretaris legt verder uit dat de maximum-uurprijs voor 2019 nog meer stijgt vanwege de indexatie en vanwege de IKK-eis om te gaan werken met pedagogisch coaches/beleidsmedewerkers. In totaal stijgt de maximum-uurprijs in 2019 met ongeveer 7,7 procent, aldus Van Ark. Dat er sprake blijft voor grote verschillen in het kosteneffect, erkent Van Ark. Zij is daarom blij dat het Waarborgfonds ondernemers in de sector kan ondersteunen met het verkrijgen van een overbruggingskrediet. Van Ark sluit de brief af met de belofte dat de ontwikkelingen in de praktijk gemonitord worden, juist omdat de effecten voor kinderopvangorganisaties zo verschillend zijn.

Download hier de Kamerbrief Resultaten en vervolgstappen verschillenanalyse bkr

1 REACTIE

  1. Jammer dat er geen verder onderzoek is gedaan naar de werkelijke effecten op een BSO. Daar wordt het uurtarief verlaagd, terwijl daar ook een HBO coach ingezet dient te worden et cetera. uiteraard wordt de BKR daar “opgerekt” echter grootste aandeel aan BSO kinderen valt in de leeftijd tot 8 jaar. Dan zijn de effecten nauwelijks merkbaar naar mijn mening. Ik verwacht dat organisaties met een BSO de loonkosten en overige stijgingen zullen (moeten) doorbelasten aan ouders. Dit icm verlaging uurtarief leidt tot forse netto kostenstijging van ouders met alle mogelijke gevolgen van dien…
    Ik vind deze ontwikkeling zorgwekkend. Hoor ook graag andere meningen 🙂

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.