Toeschouwer of Regelaar: Welke rol speel jij vandaag?

Ontwikkelingspsycholoog Elly Singer is één van de vier topsprekers tijdens het congres Topsprekers in de kinderopvang op 12 oktober. Ze vertelt daar hoe je als pedagogisch medewerker of gastouder kunt bijdragen aan een zo hoog mogelijke spelbetrokkenheid van kinderen. In dit interview gaat ze nader in op het belang van groepssensitiviteit.
Inge van Rijin

Groepssensitiviteit, wat is dat? En waarom is het belangrijk?

‘In een groep zitten kinderen met verschillende achtergronden. De een is gewend thuis alle aandacht te krijgen, de ander heeft een druk leven met verschillende opvangadressen. Deze kinderen moeten in een groep verschillende dingen leren. Als je alle kinderen steeds een-op-een sensitiviteit wilt bieden, heb je al snel ’t gevoel dat je ogen, oren en handen te kort komt. Andere kinderen reageren ook op jouw interacties met een kind. Zo blijven alle kinderen gericht op de pedagogisch medewerker en vragen haar aandacht. Je moet het dus anders organiseren in een groep.’

Hoe dan?

‘Allereerst door te investeren in de groep: zorg voor een omgeving waar kinderen worden uitgedaagd om te gaan spelen in de veilige nabijheid van de pedagogisch medewerker. Kinderen zijn van jongs af aan geïnteresseerd in hun omgeving en in andere kinderen, dus zorg voor plekken waar ze samen kunnen spelen met uitdagend materiaal. Rituelen, liedjes zingen, verhalen vertellen, grapjes maken en werken in kleine groepjes maken de groep tot een gezellige plek waar kinderen veel plezier aan elkaar kunnen beleven.’

Als de kinderen samen spelen, kan je ze dan niet beter met rust laten?

‘Tot op zekere hoogte: ja! Laat ze zelf spelen, maar blijf in de buurt, zodat kinderen je kunnen vinden. Ga bij een groepje zitten en kijk wat ze aan het doen zijn. Die rustige aandacht van de pedagogisch medewerker – even oogcontact is vaak al genoeg- helpt kinderen om zich in het spel te verdiepen.’

Als je erbij gaat zitten, verstoor je hun spel dan niet?

‘Kinderen kijken naar je, komen naar je toe, geven je een ‘kopje thee’ … allemaal prima zolang jij de kinderen zelf het werk laat doen. Neem de rol van speelmaatje aan, maar laat de regie bij de kinderen.’

Maar als ze ruziemaken of uitgespeeld zijn?

‘Als je ziet dat het spel stokt of dat ze zich gaan vervelen, kan je een andere rol aannemen. Je zegt bijvoorbeeld: “Zullen we nog een pan en een pollepel pakken? Dan kunnen jullie samen koken.” Ik noem dit de rol van de toneelmeester of ‘regelaar’, die de boel overziet en dingen aanreikt.’

Als pedagogisch medewerker speel je dus verschillende rollen. Welke rollen zijn er en wanneer moet je welke rol aannemen?

‘Toeschouwer ben je altijd: je observeert de kinderen de hele dag. Toneelmeester ook, je bent verantwoordelijk voor de structuur in de groep. Speelmaatje is de moeilijkste rol: op je handen zitten en kinderen zelf ontdekkingen laten doen. We willen kinderen zo graag van alles leren. Daar is natuurlijk niks op tegen, kinderen willen graag dingen van ons leren. Als je een activiteit doet, bijvoorbeeld samen koken, zeg je tegen de kinderen wat zij mogen doen. Jij doet dingen voor en zij leren door jou te imiteren.

Maar bij het vrij spelen kunnen we meer aan de kinderen overlaten. Van ‘zelf doen’ leren ze zoveel en het geeft ze zelfvertrouwen. Onze rol is vooral het scheppen van goede voorwaarden voor hun spel: veiligheid, tijd en materiaal.’

Tijdens het congres Topsprekers in de kinderopvang vertelt Elly Singer meer over dit onderwerp. Aan de hand van drie V’s legt Singer uit hoe je de spelbetrokkenheid van kinderen kunt verhogen: verkennen, verbinden en verrijken. Ze gaat in op hoe je door meer nabijheid en beschikbaarheid ook de kwaliteit van het spel van kinderen kunt verhogen. Lees het volledige programma

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.