Staatssecretaris reageert op Kamervragen falend kinderdagverblijf

Gaat een opvanglocatie in de fout, dan kan dat niet automatisch leiden tot maatregelen op andere opvanglocaties van dezelfde aanbieder. Wel kan het gevolgen hebben voor de intensiteit van het toezicht op andere locaties van dezelfde houder.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

Dat zegt staatssecretaris Tamara van Ark in antwoord op kritische vragen van Tweede Kamerlid Gijs van Dijk (Pvda) over de misstanden op kinderdagverblijven van investeerder Vastplan B.V.

Bilthovens kinderdagverblijf sluit deuren

De PvdA had Kamervragen gesteld naar aanleiding van berichtgeving over misstanden bij Kinderopvang Montessori in Bilthoven. Het kinderdagverblijf in Bilthoven werd in april tijdelijk gesloten, nadat de GGD had geconstateerd dat de locatie niet voldeed aan de kwaliteitseisen voor kinderopvang. De locatie kreeg na een sluiting van een week de kans zich te verbeteren, maar heeft inmiddels in een persbericht laten weten dat ze per 1 juni zal sluiten. Niet lang daarna bleek dat twee andere vestigingen van dezelfde kinderopvangorganisatie ook op de vingers zijn getikt.

Vaker in opspraak

De investeerder achter de kinderdagverblijven, Vastplan B.V., is al vaker in opspraak geweest om misstanden. De PvdA wilde van Van Ark weten hoe het kan dat dit bedrijf ‘onveilige, vieze en ongezonde’ kinderdagverblijven kan blijven exploiteren, ondanks de vele tekortkomingen die steeds opnieuw worden geconstateerd. Ook wilde de PvdA weten wat de staatssecretaris gaat doen om de samenwerking tussen GGD en gemeenten bij het toezicht te verbeteren. Eerder riep belangenorganisatie Belangenvereniging voor Ouders in de Kinderopvang op om gemeenten meer handvatten te geven om telkens opnieuw falende kinderdagverblijven uit de markt te halen.

Van Ark lijkt niet van plan iets te wijzigen in de bestaande kaders. Ze verwijst in haar antwoorden op de Kamervragen naar de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die gemeenten en GGD’s hebben bij het toezicht op de kinderopvang. Ze benadrukt ook dat inspecties in de kinderopvang gericht zijn op elke afzonderlijke kinderopvanglocatie. ‘Overtredingen op één opvanglocatie, leiden niet tot maatregelen op één andere opvanglocatie. Wel kunnen uitkomsten van inspecties op een locatie gevolgen hebben voor de intensiteit van het toezicht op andere locaties van dezelfde houder.’

De gemeente De Bilt heeft Van Ark laten weten dat daar in dit geval sprake van is. ‘De gemeente en GGD hebben besloten om – na de geconstateerde overtredingen in combinatie met de inspectiehistorie van het betreffende kinderdagverblijf – alle andere locaties van dezelfde houder in de betreffende regio te inspecteren en het toezicht op deze locaties de komende tijd te intensiveren.’

‘Winstgedreven investeerders weren’

De PvdA had ook scherpe vragen neergelegd over investeerders in de kinderopvang. De partij wilde onder meer weten hoe de staatssecretaris aankijkt tegen ‘investeringsclubs die ten koste van de kwaliteit van kinderdagverblijven en ook de zorg van kinderen, heel veel winst willen maken’. Ook had de PvdA gevraagd of Van Ark bereid is om ‘winstgedreven investeringsclubs uit de kinderopvang te weren’. De antwoorden van Van Ark brengen weinig nieuws onder de zon. Ze zijn volledig in lijn met die van haar antwoord op Kamervragen over de fusie van Partou en KidsFoundation.

‘Investeringen in de kinderopvangsector helpen bij het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en bij het bieden van meer keuzemogelijkheden voor ouders.’ Van Ark verwijst opnieuw naar een studie van het CPB uit 2011 Kinderopvang in Kaart en wijst erop ‘dat daarin wordt geconcludeerd dat de commercialisering van de markt de publieke belangen niet heeft geschaad. Ook heeft commercialisering van de sector niet geleid tot kosteneffectiviteit. De weglek van publieke middelen naar ondernemers is een beeld dat zich niet in de cijfers laat zien.’

De staatssecretaris erkent dat het onderzoek oud is en wijst daarom ook op de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang die in opdracht van het ministerie is uitgevoerd. Ook daarin is volgens de minister geen kwaliteitsdaling te zien.

Ten slotte verwijst de staatssecretaris naar de Wet kinderopvang. Ze antwoordt dat ‘alle organisaties’ zich daaraan moeten houden ‘en daarmee ook alle organisatievormen en financieringsvormen die actief willen zijn in de sector.’

Bekijk het volledige antwoord van Van Ark op de Kamervragen

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.