Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

SER-voorzitter Hamer hoopt op volgend kabinet

Marianne Velsink
Marianne Velsink
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken liet onlangs weten het SER-advies om meer te investeren in kinderopvang te waarderen, maar niet uit te kunnen voeren. SER-voorzitter Marriëtte Hamer heeft haar hoop nu gevestigd op een volgend kabinet.
Marriette Hamer ANP.jpg
'We hopen dat politici van links tot rechts hiermee de verkiezingen ingaan

Dit zegt zij in het SERmagazine. Afgelopen maand kwam de SER (Sociaal Economische Raad) met het advies aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om meer te investeren in voorzieningen voor jonge kinderen. Dat is niet alleen goed voor de kinderen zelf, maar ook voor de arbeidsparticipatie van vrouwen en cognitieve resultaten van kinderen op de langere termijn. Aanleiding voor het SER-advies was een vraag van het ministerie: Kunnen de huidige voorzieningen voor kinderopvang de ontwikkeling van jonge kinderen ondersteunen? En is daarvoor bewijsmateriaal te vinden?

Samen spelen en leren

De SER was zeer beslist in de antwoorden op deze vragen. ‘Op beide vragen van de minister zeggen wij volmondig “ja”.  Hoe eerder kinderen leren dat leren leuk is en bij het leven hoort, hoe weerbaarder ze later zijn op de arbeidsmarkt. Het gaat in eerste instantie vooral om spelend leren. Door samen te spelen, leren kinderen van elkaar. Dat is voor alle kinderen belangrijk’, aldus Hamer. Concreet stelde de SER voor om een standaard aanbod te creëren van zestien uur opvang voor peuters van twee tot vier jaar oud. Kort na dit advies kwam minister Asscher al met een reactie die erop neerkwam dat hij het advies wel ter harte wilde nemen, maar dan voor de langere termijn. Volgens de minister had hij namelijk met de huidige 8 uur opvang voor peuters in Nederland al goud in handen.

Als het aan de SER ligt, wordt er de komende periode meer geïnvesteerd in voorzieningen voor jonge kinderen. Allereerst in stimuleringsprogramma’s zoals VVE, maar ook in een betere toegankelijkheid van de voorzieningen, een aanbod voor alle kinderen, minder versnippering van het aanbod, betere beroepsopleiding en continue professionalisering van beroepskrachten. Lees meer

Volgend kabinet: links én rechts

Het advies van de SER gaat echter verder dan alleen dit jaar. Marriëtte Hamer vestigt haar hoop daarom ook op een volgend kabinet. ‘We hopen dat politici van links tot rechts hiermee de verkiezingen ingaan, zodat een volgend kabinet serieus gaat investeren in voorzieningen voor het jonge kind.’ Als bijkomende actualiteit noemt ze de toenemende vluchtelingenstroom in Nederland. Ook daar moet aandacht zijn voor de positie en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen. Volgens Hamer mag ook dit op de politieke agenda staan.

Passie en flexibiliteit

In het SERmagazine spreekt Hamer haar waardering uit voor de kinderopvangbranche. ‘In Nederland is de opvang voor kinderen lange tijd ‘een beetje’ geregeld. Er zijn wel steeds verbeteringen aangebracht, maar het stelsel is nooit structureel verbeterd. Opvallend is dat instellingen ondanks de versnippering en de vele wijzigingen er toch met passie en flexibiliteit in zijn geslaagd kwaliteit neer te zetten. Ze verdienen onze steun.’

Onzekerheid ouders

Het jojobeleid in de kinderopvang is de SER-voorzitter een doorn in het oog. Hamer ziet dat ouders niet meer weten waar ze aan toe zijn en ze wil dat hier een einde aan komt. Het is wat haar betreft tijd voor een solide financiering van de kinderopvangsector. Ze wijst op buurlanden zoals Duitsland die al wel bewust hebben gekozen voor een investering in voorzieningen voor jonge kinderen. ‘‘Duitsland liep sterk achter op Nederland, maar heeft een giga-inhaalslag gemaakt. De kinderopvang is daar tot speerpunt gemaakt en er is veel geld ingestoken. Voorzieningen voor kinderen worden als een belangrijk middel gezien om de kenniseconomie te stimuleren.’

Lage inkomens

Tot slot vraag Hamer aandacht voor een laagdrempelige kinderopvang. Nu is het zo dat kinderen van ouders met een lager inkomen minder uren naar de opvang gaan dan kinderen uit hoge inkomensgezinnen. Vanaf twee jaar zijn er al behoorlijke verschillen op het gebied van taal- en leerfuncties tussen kinderen uit verschillende sociaaleconomische groepen. Dat gaat om taal, maar ook om allerlei sociale vaardigheden. Die achterstanden kun je niet vroeg genoeg aanpakken. Kinderen zetten in de periode tussen twee en vier jaar belangrijke stappen in hun ontwikkeling.’

Lees het complete interview met Marriëtte Hamer terug op de website van de SER >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.