Prijsstijging moet goed beargumenteerd worden’

Oudercommissies hebben adviesrecht als het gaat om prijswijzigingen in de kinderopvang. BOinK geeft ook dit jaar tips welke argumenten redelijk zijn om tarieven te verhogen en welke niet. Een eventuele kostenstijging in verband met de Wet IKK is wat BOinK betreft "an sich" geen reden om tarieven te verhogen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Tarieven-2018-iStock.jpg
'De grootste wijzigingen die samenhangen met IKK gaan pas per 2019 in.' - Foto: iStock

Dit is te lezen in de brochure ‘Prijzen in de kinderopvang 2018’. Net als vorig jaar geeft BOinK oudercommissies advies over hoe de kosten voor kinderopvang zijn opgebouwd, wat goede en minder goede argumenten zijn om de tarieven te verhogen. Om te beginnen stelt BOinK in de brochure dat goede kinderopvang een behoorlijke prijs kent. Deze prijs wordt onder andere bepaald door personeelskosten, huisvestingskosten, de bezittingsgraad, kwaliteitskosten, organisatiekosten en activiteiten- en verzorgingskosten.

Kostenopbouw bso

In de brochure besteedt BOinK aandacht aan de kostenopbouw in de bso omdat dit volgens hen nogal onduidelijk is voor ouders. ‘Er is geen vast model en elke organisatie heeft zijn eigen systeem.’ Er zou volgens BOinK met enige regelmaat sprake zijn van twijfelachtige constructies, bijvoorbeeld doordat ondernemers korte en lange middagen middelen waardoor ouders niet betalen voor het daadwerkelijk aantal uren dat ze gebruiken, maar voor een gemiddeld aantal uren. Ook wordt er vaak voorbereidingstijd berekend. BOinK benadrukt dat het recht op kinderopvangtoeslag pas ingaat vanaf het moment dat kinderen van de vroegst sluitende school op de bso-locatie worden opgevangen. ‘Wij adviseren om goed in beeld te krijgen hoe de kosten voor kinderopvang worden berekend, ook om te kunnen bepalen welke uren in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.’

Directe financiering

Vooralsnog ontvangen ouders ook in 2018 nog gewoon de kinderopvangtoeslag op hun eigen rekening via de Belastingdienst. Vanaf januari 2019 gaat dit systeem van kinderopvangtoeslag veranderen en zal er sprake zijn van zogenaamde directe financiering. ‘Ouders betalen de ouderbijdrage dan middels een digitale portemonnee aan de kinderopvangorganisatie. Het deel van de kosten dat nu in de vorm van toeslag aan ouders wordt uitbetaald, wordt dan door de Dienst Uitvoering Onderwijs rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie betaald.’ Is te lezen in de brochure.

Adviesrecht

Oudersommissies hebben het recht om advies uit te brengen over de nieuwe tarieven. In het modelreglement dat BOinK samen met Brancheorganisatie Kinderopvang en Sociaal Werk Nederland heeft opgesteld staat een adviestermijn van vier weken. Deze adviestermijn gaat pas lopen op het moment dat de oudercommissie voldoende informatie van de organisatie heeft ontvangen om op basis daarvan haar advies te kunnen formuleren. Opvallend is dat BOinK oudercommissies aanraadt goed af te wegen of de tijd en energie die wordt gestoken in een dergelijk traject opweegt tegen het te verwachten resultaat. ‘Soms kan het beter zijn om zich actief te richten op de verbetering van de pedagogische kwaliteit. ‘

Argumenten

Welke argumenten dragen kinderopvangorganisaties aan om prijzen te verhogen en zijn dit redelijke argumenten volgens BOinK?

Prognose – Vaak noemen kinderopvanghouders ‘de prognose kostenstijging’ van de Brancheorganisatie Kinderopvang als argument. In dit document staat wat de verwachting van de kostenstijging is die ondernemers tegemoet kunnen zien. BOinK vindt deze motivatie onvoldoende en te weinig specifiek voor een individuele organisatie. ‘Wij adviseren oudercommissies om specifieke argumenten en toelichting voor de prijswijziging te vragen.’

Stijging kinderopvangtoeslag – Als het maximaal te vergoeden tarief voor kinderopvangtoeslag vanuit overheidswege stijgt, is dit voor sommige kinderopvangorganisaties een reden om ook de uurtarieven automatisch te laten stijgen. Dit is volgens BOinK een oneigenlijk argument wanneer daar geen exploitatiekostenstijging of een kwaliteitsverbetering tegenover staat.

Loonkosten – Stijgen de loonkosten, bijvoorbeeld door hogere pensioenpremies, door loonstijging in de cao of door periodieke verhogingen, dan kan dat volgens BOinK wel een goede reden zijn om de uurtarieven te laten stijgen. Maar BOinK raadt ouders aan om door te vragen. ‘Een percentuele stijging van het loon per 1 mei geldt bijvoorbeeld niet voor het hele kalenderjaar (maar voor 8 maanden).’

Inflatie en flexibiliteit – Inflatie kan volgens BOinK een goede reden zijn om prijzen te verhogen. Net als meer flexibiliteit. ’Het is niet vreemd dat bij flexibele opvang een hoger uurtarief wordt gerekend, de organisatie maakt immers kosten gedurende het hele jaar en niet enkel tijdens de weken die in een kleiner pakket vallen.’ Maar BOinK benadrukt wel dat hierover goed moet worden overlegd met de oudercommissie

Regels ratio – Ondernemers die de regelgeving omtrent de beroepskracht-kindratio aanhalen als argument, vindt BOinK niet sterk. Allereerst is de regelgeving op dit gebied de laatste tijd niet echt veranderd. Bovendien betalen ouders gewoon door als bijvoorbeeld hun kind ziek is en verandert dat ook niet altijd meteen iets aan het aantal pm’ers op de groep.

Veiligheid en Arbo – Als een ondernemer ervoor kiest om extra kosten die het kwijt is aan veiligheid, brandveiligheid of Arbowetgeving door te voeren in het uurtarief, dan kan dat voor dat jaar een argument zijn. ‘Maar’, zegt BOinK, ‘In de daarop volgende jaren vallen deze kosten echter weer weg en levert dit natuurlijk, nog los van het cumulatieve effect door de eventuele volgende prijsstijging, een prettige besparing op.’

Extra diensten – Breidt een kinderopvangorganisatie haar diensten dusdanig uit waardoor het uurtarief omhoog moet, dan kan dat volgens BOinK een goede reden zijn. Denk aan extra pedagogen om de pm’ers te ondersteunen, het inhuren van een muziekdocent, uitbreiding van de buitenruimte of extra uitstapjes. BOinK geeft ouders mee dat het belangrijk is om na te gaan of dit aanbod daadwerkelijk een verbetering is en of het een prijsstijging rechtvaardigt. Ook moet de oudercommissie altijd advies worden gevraagd bij het uitbreiden van diensten. Dat is hun recht.

Toename/afname vraag – De prijs verhogen omdat de vraag naar kinderopvang afneemt, noemt BOinK ‘heel opmerkelijk’. ‘Wanneer een lagere bezetting voor een prijsstijging zorgt, geeft de sector daarmee aan dat de kinderopvang geen marktsector is.’ Ook een toename van de vraag naar kinderopvang is volgens BOinK geen goed argument voor prijsverhoging.

Argument IKK

BOinK staat speciaal nog even stil bij het argument ‘IKK en de bijkomende kosten’. Hoewel ondernemers door de nieuwe kwaliteitseisen hun tarieven wellicht moeten verhogen, moeten dit wel beargumenteren. Het argument ‘IKK’ op zich is hiervoor niet voldoende, vindt BOinK. ‘Voor de eisen aan het volgen van de ontwikkeling van kinderen en enkele scholingseisen heeft de overheid in 2018 het maximum te vergoeden uurtarief verhoogd (met 7 cent voor dagopvang en 8 cent voor bso). De grootste wijzigingen die samenhangen met IKK, vooral de verscherping van de BKR in de dagopvang, waarvoor ondernemers hoogstwaarschijnlijk hogere kosten gaan doorberekenen aan ouders gaan echter pas per 2019 in. In dat jaar zal de overheid ook meer geld beschikbaar stellen aan ouders middels de kinderopvangtoeslag, omdat een hoger uurtarief voor kinderopvang ook dan verwacht wordt als gevolg van geldende wetgeving. Voor de prijs in 2018 is dit echter geen argument.’

Download de brochure ‘Prijzen in de kinderopvang 2018’ hier

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.