‘Pm’ers in achterstandswijken hebben extra bagage nodig’

Pedagogisch medewerkers in achterstandswijken krijgen te maken met gezinnen waar vaak zware problemen spelen. Zij hebben daarom meer bagage nodig dan alleen pedagogische kwaliteiten. ‘Er wordt veel van mij gevraagd op andere gebieden.’ Dat blijkt uit onderzoek door vier hbo-studenten.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: AdobeStock

Werken in achterstandswijken brengt vaak veel verantwoording met zich mee. Dat ondervinden ook de geïnterviewde pm’ers die meewerkten aan een onderzoek van studenten Isabelle de Beere, Nina Smaling, Floor Links en Ezrah van Terwisga van Hogeschool Utrecht in opdracht van Sociaal Werk Nederland. Honderd pedagogisch medewerkers vulden een online enquête in, daarnaast interviewden de studenten acht pm’ers persoonlijk, waarvan een in Utrecht, een in Amsterdam, twee in Rotterdam, twee in Den Haag en twee in Leiden.

Achterstandswijken

De geïnterviewde pm’ers, die werken in peuterspeelzalen in achterstandswijken in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Leiden en Den Haag, vervullen dagelijks verschillende taken waarvoor ze eigenlijk niet zijn opgeleid. Ze krijgen te maken met zware problematiek, als armoede, criminaliteit, relatie- en verslavingsproblemen en werkloosheid. ‘Er wordt veel van mij gevraagd op andere gebieden’, stelt een van de geïnterviewden. ‘Gesprekken met ouders, contact leggen met jeugdprofessionals, bellen, mailen, contact zoeken, navragen, bij gezinnen thuis langsgaan, zorgdocumenten bijhouden. Dat komt er allemaal bij als je in deze wijk werkt.’

Problemen

65 procent van de respondenten geeft aan problemen tegen te komen bij het begeleiden van sociaal kwetsbare kinderen en hun ouders. Bij het begeleiden van kinderen stuit 10 procent van de pm’ers dagelijks op problemen, 22 procent wekelijks. Bij het begeleiden van ouders liggen deze percentages nog hoger: 15 procent heeft dagelijks problemen, 24 procent wekelijks.

Ouders

Om überhaupt te kunnen communiceren met de ouders moeten pm’ers vaak een tolk inschakelen of een collega die de taal van de ouder spreekt. ‘Heel veel ouders nemen je in vertrouwen; ze zien je echt als een soort maatschappelijk werker. Ze komen bijvoorbeeld met brieven van de school van een ander kind, zo van “wil je mij even helpen?”. En dan zeggen mensen tegen me “je moet ook je grenzen bewaken”, maar soms kan dat niet’, zegt een van de geïnterviewden.

Gedragsproblemen

Pm’ers ondervinden problemen met de taalachterstand van de kinderen, het moeilijk verbaal uiten en gedragsproblemen. Het begeleiden van deze peuters vraagt om meer tijd en aandacht, en het is vaak maatwerk. De pm’ers geven aan dat ze te weinig tijd hebben voor alle taken die er op hen af komen, er is behoefte aan extra handen op de groep. Een geïnterviewde legt uit: ‘Met z’n tweeën heb je zestien peuters, dus dat moet te doen zijn, zou je denken. Maar als er vijf tussen zitten die extra aandacht vragen en extra begeleiding, dan is het een ander verhaal. En dan heb je ook kinderen uit gezinnen waar het veel beter gaat, die moet je weer uitdaging kunnen bieden. Dus ben je continu aan het zoeken en aan het verdelen van “hoe kunnen we iedereen bieden wat die nodig heeft?”’


Bekijk een samenvatting van de onderzoeksresultaten in deze infographic >>


 

Samenwerking

Ook de samenwerking met andere organisaties verloopt moeizaam, er zijn geen korte lijnen en er is weinig overleg. De helft van de respondenten geeft aan dat zij beter kunnen werken als ze meer ondersteuning zouden krijgen. De geïnterviewde pm’ers zijn het er over eens dat ze eigenlijk meer en specifieke kennis en vaardigheden nodig hebben in deze wijken. Ze voeren deels taken uit waarvoor ze eigenlijk niet zijn opgeleid. ‘Het contact leggen met ouders die de Nederlandse taal niet spreken en geen netwerk hebben, kennis over de ontwikkeling van deze kinderen, hoe je externe contacten kunt leggen; al die competenties zijn ontzettend belangrijk. Dat komt iedere dag terug en dan is het wel belangrijk dat je goed weet wat je moet doen en wat er van je verwacht wordt.’ Bijna veertig procent geeft aan dat de ondersteuning bij het begeleiden van kwetsbare kinderen en hun ouders vanuit de organisatie beter kan.

Helder signaal

Stephanie Gross van Sociaal Werk Nederland: ‘De uitkomsten van het onderzoek zijn in overeenstemming met de signalen uit het werkveld. Het laat zien dat pedagogische medewerkers in deze wijken echt van alle markten thuis moeten zijn, en dat ze dagelijks meer doen dan alleen het pedagogische werk. Ze moeten ook weten waar ouders terecht kunnen voor schuldhulpverlening, rechtsbijstand, opvoedondersteuning. Daarvoor hebben pm’ers extra competenties nodig, maar ook extra taakuren. En het laat zien dat de peuterspeelzalen een belangrijke sociale basisvoorziening in deze wijken zijn.’

Verkennend onderzoek

‘Dit was een verkennend onderzoek’, vertelt Ernst Radius, ook van Sociaal Werk Nederland. ‘Dit is voor ons aanleiding om verder te kijken wat de functie van pedagogisch medewerkers in deze wijken precies inhoudt en met welke competenties zij nog toegerust moeten worden. Ze vervullen daar ook deels de rol van maatschappelijk werker. De vraag is nu: Wat hebben zij nodig naast hun opleiding tot pedagogisch medewerker? En hoe kun je als werkgever of organisatie werknemers daarin ondersteunen?’

Klik hier voor een samenvatting van het onderzoek >>

Bron: sociaalwerknederland.nl

5 REACTIES

  1. Het zu organisaties als Radius sieren als ze naast de PM-er zouden gaan staan, in plaats van hun werk af te schuiven op mensen die daar niet voor in dienst zijn. Een PM-er draagt zorg vor de kinderen, niet voor de sociaal-maatschappelijke ondersteuning van het gezin.
    Het is een schande dat de overheid kinderdagverblijven in dit soort wijken niet beter ondersteunt. En daarmee dus vooral de gezinnen ondersteunt die het betreft.

  2. Lees alle reacties
  3. Pedagogisch Medewerkers deze extra zorg en taken toebedelen is niet dé oplossing. Het kan, maar heeft duidelijke keerzijden:

    Grensbewaking, gezondheid.
    Zoals benoemd in het onderzoek; pm’ers voelen zich maatschappelijk werker, er wordt beroep op hen gedaan op vlakken waar ze nog nooit eerder mee in aanraking zijn gekomen, opleiding en/of dagelijks leven. Uit de goedheid van hun hart willen ze kind en ouder waarmee ze een band hebben zo goed mogelijk helpen, maar vergeten zichzelf en de eigen grens. Geen ongewone eigenschap onder mensen die kiezen voor een sociaal beroep.

    Echter waar stopt het? Welke zorgvraag zullen ze afslaan of doorverwijzen?
    De pm’er heeft dagelijkse taken en uren, is al een duizendpoot met constant alerte voelsprieten. Gaat dit ten koste van aandacht naar de rest van de groep? Of ten koste van het privéleven en gezondheid van de pm’er?

    Pm’ers die hier een passie voelen en zich hiertoe verder willen inzetten en opleiden, super! Pm’ers staan begrijpelijk dichtbij ouders met zorgvragen, je bent een fijne eerste lijn. Maak echter duidelijk wie in de groep aanspreekpunt is voor vragen X, Y en Z. Deze collega krijgt daar tijd en ruimte voor, dan wordt een team niet overvraagd en blijft de kwaliteit intact, maar ook persoonlijk welzijn en gezondheid.

    Een andere oplossing kan zijn een maatschappelijk werker (of anderzijds geschikte hulpverlener) binnen de groep of als contactpersoon aanstellen. Deze nieuwe collega heeft gerichte kennis en ervaring voor deze specifieke zorgvragen, wat als voordeel met zich meebrengt dat deze de pm’ers wegwijs kan maken in het herkennen en erkennen van de bijzondere vraagstukken. Tegelijkertijd wordt de maatschappelijk werker wegwijs in het Kinderopvangwerk, waardoor contact maken met kind en ouder bevordert; het signaleren van vraagstukken en risico’s, en kind en ouder voelen zich sneller vertrouwd bij de maatschappelijk werker.

    Dit laatste wordt vaak onderschat; vraagverlegenheid. Vrij vertaald betekent het dat mensen te ‘verlegen’ zijn om te ‘vragen’. Een bepaalde angst of schaamte weerhoudt mensen om hulp te zoeken en te accepteren. De pm’er is wellicht de eerste of enige persoon waar de ouder bij durft aan te kloppen. De kracht van de pm’er is de band die zij/hij met kind en ouder opbouwt.

    Deze kracht moet worden benut, maar niet ten koste van de pm’er.

  4. Toen sociaal cultureel werkers nog mooi werden op geleid. Die generatie bedenkt nu sociale wijkteams.
    Die praten.
    En laten mensen wachten.
    De opleiding van hulpverleners nu leert hen niets meer van doen, naast elkaar staan samen met ouders gaan staan.
    Dr digitale opgeleide sesamstraat generatie leidt ze op.
    Deze hulpverleners sociaal cultureel werkers deze generaties ontberen empathisch vermogen of creativiteit. Omdat een beeldscherm als leeromgeving niet het tegenover is van een mens..een kind..

    Signaal dat nieuwe kleuters af geven kunnen we zien als gebaar van wanhoop.

  5. Stop Vve methodes in die achterstandswijken.

    Investeeer in
    Vrije creativiteit voor pedagogisch medewerkers.

    Rolmodellen waar kinderen blij en inventief onderzoekend mogen zijn.
    Stop de Vve keurslijven. Ze spekken de liquiditeit van brede scholen.

    Keukentafel gesprekken met ouders. Ouders de moeder wil allen maar dat haar kind het goed gaat in een schoolcarriere. Tijd maken. Aandacht.
    Leren van ervaringen van anderen.
    Spelen. Mooie opgewekte rolmodellen als pmers. Ervarend leren cultiveren brengt het volk op de been.

    Weg met de kweekvijver voor VVE die de aandachtswijken lijken te zíjn. Voor kinderen niet gezond voor pmers p gezond . Onvrij.
    Als rolmodel die doet wat de baas wil ..is zij bewuste en onbewuste overdracht .
    Kinderen willen graag presteren. Maar we moeten ze met rust laten.zelf laten komen. Klaar staan met ruimte mooie stem en spraak.gezonde speelleefomgeving.

    Aandacht is nodig. Niet een methode.

  6. In Den Bosch waren een aantal peuterspeelzalen in achterstandswijken vroeger onderdeel van het sociaal cultureel werk.Dit was zo gek nog niet omdat je als P.M.er onderdeel was van een organisatie die was ingebed in de wijk met onder andere opbouwwerkers kinder- en jongerenwerkers. En er waren korte lijnen met bijvoorbeeld het maatschappelijk werk. Zo kon je samen de uitdagingen aan. Misschien een idee om meer samen te werken. En meer niet kindgebonden uren als je in zulke wijken werkt. Er wordt, weet ik uit ervaring, echt veel meer van je gevraagd. En juist als P.M.er sta je dicht bij het gezin en kan je het verschil maken.
    Anne

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.