Akkoord directe financiering getekend

Het debiteurenrisico voor kinderopvangorganisaties is een twistpunt gebleken bij onderhandelingen over de directe financiering van de kinderopvang. Nu zijn de branchepartijen en andere belangenpartijen in de kinderopvang er dan toch uitgekomen met het kabinet.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Debiteurenrisico.jpg
Kinderopvangorganisasties mogen

Brancheorganisatie Kinderopvang en de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) reageerden de afgelopen maanden verschillend op de inhoud van het wetsvoorstel Directe Financiering. Brancheorganisatie Kinderopvang hamerde op  een goed debiteurenbeleid waarin kinderopvangondernemers geen extra financiële risico’s lopen als ouders hun rekening niet betalen. De BMK vond dit ook belangrijk, maar zag in de nieuwe systematiek geen andere risico’s dan er nu zijn met de huidige financiering.

Achterstallige betalingen

Met de directe financiering gaat de kinderopvangtoeslag vanaf 2020 niet meer direct naar de ouders. Dit geld gaat via DUO naar kinderopvangorganisaties. Ouders hoeven dan alleen nog maar de eigen bijdrage te betalen. Ook dit kunnen zij regelen via een digitale portemonnee in een DUO-omgeving. Wat als ouders herhaaldelijk niet betalen? Wie draagt dan het debiteurenrisico? In onderlinge afspraken tussen Brancheorganisatie Kinderopvang, Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland, BOinK, Stichting Voor Werkende Ouders, VGOB, SZW en DUO is afgesproken dat dit risico bij kinderopvangorganisaties blijft liggen. Precies zoals het nu is.

Doorfinanciering

De twee brancheorganisaties hadden graag gezien dat DUO een soort van ‘doorfinanciering’ kon regelen, bijvoorbeeld van drie maanden, als een ouder tijdelijk problemen had om de netto ouderbijdrage te voldoen. Hiermee had de kinderopvangorganisatie kunnen rekenen op een constante kasstroom. Maar het ministerie wilde hier niet aan meewerken. Wel wil het ministerie meewerken aan inzage in de eigen bijdrage van ouders als kinderopvangorganisaties hiernaar vragen. Dit mag pas worden opgevraagd als de herhaalincasso niet tot betaling heeft geleid en er geen betalingsregeling met de ouder is afgesproken.

Meer weten over de directe financiering in de kinderopvang? Lees alle relevante artikelen over dit onderwerp in een speciaal dossier.

Privacy ouders

DUO informeert een ouder vooraf over het delen van deze privacygevoelige gegevens. DUO dient rekening te houden met de privacywetgeving en andere voorwaarden. Voor kinderopvangorganisaties kan de hoogte van het openstaande bedrag relevant zijn om daar vervolgens zelf actie op te ondernemen. Ook DUO heeft zich beloofd in te spannen om openstaande vorderingen van de kinderopvangorganisatie op de ouder zoveel mogelijk te beperken. DUO bekijkt verder of alle communicatie over de facturering en de afhandeling via de site van DUO kan verlopen.

Uitstel is afstel?

BMK laat weten het van belang te vinden dat de Directe Financiering als basisprincipe nu is veilig gesteld. ‘Het brengt de kinderopvang als sector meer in het publieke domein. Bovendien geeft het meer zekerheid aan ouders en schetst het een reëler beeld over de kosten van de opvang. De BMK hoopt dat dit akkoord op korte termijn kan worden aangenomen door de Tweede Kamer. Langdurig uitstel kan altijd tot afstel leiden, en dat willen we niet riskeren. ‘

Aanpassing kindtabel

Andere afspraken die in het akkoord zijn gemaakt, gaan over het vastgestelde inkomen (t-2) waarop de hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt gebaseerd. Als het werkelijke inkomen van ouders op het moment van de aanvraag lager is dan het inkomen in de periode t-2, komen ouders in aanmerking voor een vangnetregeling. Een andere aanpassing is dat de betekenis van het 1e en 2e kind in de kindtabel verandert. Het ‘1e kind’ is op dit moment het kind met de meeste opvanguren. Bij de directe financiering betekent het ‘1e kind’ het ‘jongste kind’. Dit is vooral afgesproken om verwarring bij ouders te voorkomen.

Geleidelijke invoering

De directe financiering gaat vanaf 1 januari 2020 voor iedereen gelden. Er is voor gekomen om een geleidelijke invoering te regelen vanaf 1 januari 2019. In dit akkoord is besloten op welke groep kinderen de geleidelijke invoer betrekking heeft. Het gaat om een ‘geleidelijke invoering voor oudste kinderen geboren in het overgangsjaar’. Dat betekent dat kinderen die geboren worden na 31 december 2018 in een huishouden zonder anderen kinderen vanaf 1 januari 2019 met de directe financiering worden berekend. Kinderen die al oudere broertjes en/of zusjes hebben, vallen dan nog onder het oude systeem.

2 REACTIES

  1. Volgens mij moet u het zo lezen: in het overgangsjaar 2019 wordt alleen de groep kinderen die na 31 december 2018 geboren worden in het nieuwe systeem meegenomen (alleen als zij de eerstgeborenen zijn in een gezin). Vanaf 1 januari 2020 gaat iedereen over, ook kinderen die naar de bso gaan.

  2. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.