Minderheid kinderopvangorganisaties blijft financieel kwetsbaar

Aan het einde van 2016 stond de kinderopvang er iets beter voor dan in 2015. Maar zorgen zijn er nog over een vaste groep organisaties die moeite heeft om te voldoen aan kort- en langlopende verplichtingen. Deze groep blijft kwetsbaar. Verder valt op dat ondanks investeringsdrang in 2016, amper geïnvesteerd werd in duurzaamheid. Dit blijkt uit het Sectorrapport Kinderopvang.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: iStock

Ook dit jaar konden kinderopvangorganisaties de benchmark kinderopvang invullen. Door de balans en resultatenrekening over het jaar 2016 aan te leveren en enkele vragen te beantwoorden, konden ondernemers een beeld geven over hun financiële positie op 31 december 2016. De resultaten zijn door Waarborgfonds Kinderopvang samengevat in het Sectorrapport Kinderopvang. Het is nu ook mogelijk voor ondernemers om hun eigen financiële status te vergelijken met andere organisaties.

Deelnemers

Met het sectorrapport geven we kinderopvangondernemers, de politiek, financiers, ouders en overige maatschappelijke stakeholders inzage in feiten, cijfers en ontwikkelingen uit de sector. In totaal deden 208 organisaties aan de benchmark mee. De onderzoeksgroep omvat 34,6 procent van het totale aantal kindplaatsen in Nederland. Vergeleken met de vorige editie van het sectorrapport nam het aantal deelnemers met 29 procent toe. De financiële positie wordt getoond aan de hand van de balans en de resultatenrekening over 2016.

Solvabiliteit

De solvabiliteit geeft aan in hoeverre een organisatie aan haar langlopende verplichtingen kan voldoen om eventuele toekomstige verliezen op te vangen. Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter. Uit het sectorrapport lijkt in eerste instantie dat het veel beter gaat met de solvabiliteit in de kinderopvang, maar het Waarborgfonds tempert dit optimisme omdat de groep deelnemers aan de benchmark verschilt van de onderzochte groep over het jaar 2015. Uit een representatieve herberekening blijkt dat een redelijke groep organisaties (17,8 procent) nog altijd een negatieve solvabiliteit heeft. Het waarborgfonds hanteert als ondergrens van solvabiliteit 10 procent . Een kwart van de kinderopvangorganisaties zit onder deze waarde. Daarbij valt op dat stichtingen erop dit punt beter voorstaan dan eenmanszaken en VOF (vennootschap onder firma).

Rentabiliteit

Het tweede onderdeel is de rentabiliteit. Dit laat zien in hoeverre een organisatie in staat is om haar kosten zodanig te beheersen dat er een optimaal resultaat vanuit de gegenereerde omzet resteert. Ruim driekwart (77,4 procent) van de deelnemers heeft een positieve rentabiliteit. Het Waarborgfonds Kinderopvang hanteert 3 procent als een waarde van gezonde rentabiliteit, 42,3 procent van de deelnemers voldoet hieraan. Hierbij valt op dat de gemiddelde rentabiliteit van eenmanszaken en VOF hoger is dan van BV’s en stichtingen.

Liquiditeit

De liquiditeit geeft aan in welke mate een organisatie aan haar kortlopende verplichtingen kan voldoen. Met andere woorden: heeft de organisatie voldoende werkkapitaal? Hieruit blijkt dat de sector toch nog wel kwetsbaar was in 2016. Van de deelnemersgroep had 43,2 procent een uitkomst lager dan 1. Dat is voor het Waarborgfonds de ondergrens. Hoewel deze groep kleiner is dan in 2015 (toen had 52 procent nog een uitkomst lager dan 1) stemt dit nog niet tot rust.

Aflossen

Andere zaken die iets zeggen over de financiële positie van kinderopvangorganisaties zijn het debiteurenbeheer en de aflossingscapaciteit. Bij het debiteurenbeheer wordt gekeken naar hoe lang een organisatie moet wachten op een betalen van de klant. In 2016 voldeed 82 procent aan een verantwoorde betalingstermijn van maximaal 14 dagen. Organisaties met een aflossingsverplichting hadden in 17 procent van de gevallen onvoldoende ruimte om aan deze verplichting te voldoen.

Leningen

Banken hanteren nog altijd een normering van 20 procent solvabiliteit en 10 procent rentabiliteit voor het afgeven van een lening. Dat betekent dat in 2016 slechts 8,2 procent van de organisaties aan deze normen voldeed. 60 procent voldeed aan één van de beide criteria. Hoewel dit een erg laag percentage is, is het nog altijd beter dan in 2015. Toen voldeed slechts 5 procent aan beide normen. Leningen aangaan bij banken is sinds de crisis veranderd. Er zijn nu andere wegen om financierign aan te vragen. Denk aan crowdfunding platforms of financiers zoals Qredits die een andere rol hebben dan de bank.

Personeel en huisvesting

Personeelslasten zijn veruit de grootste kostenpost voor kinderopvangorganisaties. Gemiddeld genomen bedraagt dit 68,9 procent van de lasten. Dit is ruim 2 procent hoger dan in 2015. Het Waarborgfonds kan niet verklaren hoe het kan dat de personeelslasten voor stichtingen met 72 procent zo veel hoger liggen dan voor BV’s (66 procent) en eenmanszaken/VOF (67 procent). Huisvestingslasten

waren in 20116 gemiddeld 3,1 procent. Daarmee zijn de lasten vergeleken met 2015 0,8 procent gedaald. In totaal hebben deelnemers aan deze benchmark 3718 vestigingen. Daarbij valt op hoe hoog het percentage huur is: ruim 90 procent.

Investeringen

In de benchmark werd ook gevraagd naar investeringen die organisaties in 2016 hebben gedaan. 83 procent van de ondernemers gaf aan geïnvesteerd te hebben voor in totaal 40,2 miljoen euro. Investeringen in duurzaamheid zijn (nog) niet populair in de sector. Het Waarborg

fonds besteedde hier met het oog op actuele ontwikkelingen aandacht aan.Maar van de 208 deelnemers, gaven slechts 9 aan in duurzaamheid te hebben geïnvesteerd.

Wilt u benchmarken (oftewel uw eigen financiële situatie vergelijken met andere organisaties)? Dat kan hier


De omzet in de kinderopvang zal in 2018 met zo’n 7 procent groeien. Dit voorspelden analisten van de ING bank onlangs. Lees wat zij nog meer voorspellen voor 2018

 


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.