Lagere beroepskracht-kindratio voor de bso’

Brancheorganisatie Kinderopvang, MOgroep, BOinK, FNV en CNV hebben een tegenvoorstel gedaan voor de herijking van kwaliteitseisen in de kinderopvang. Voor de groepsstabiliteit doen de vijf partijen suggesties zoals ruimere stabiliteitseisen voor oudere kinderen en een mentor voor alle kinderen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Net als minister Asscher willen de organisaties dat ieder kind een mentor toegewezen krijgt. Dit geldt zowel voor kinderen op de dagopvang als de bso.
Net als minister Asscher willen de organisaties dat ieder kind een mentor toegewezen krijgt. Dit geldt zowel voor kinderen op de dagopvang als de bso. - Foto: iStock

Groepsstabiliteit is voor jonge kinderen van groter belang dan voor kinderen op de bso. Dit vindt niet alleen minister Asscher van Sociale Zaken. Hij wordt hierin gesteund door de vijf partijen die zijn voorstellen voor nieuwe kwaliteitseisen voor de kinderopvang hebben bekeken en een tegenvoorstel hebben gedaan.

Bso: maximaal 24 kinderen

Brancheorganisatie Kinderopvang, BOinK, MOgroep, CNV en FNV willen de stamgroepen in zowel de dagopvang als de bso behouden. De groep mag voor kinderen op de bso echter niet belemmerend werken om zelfstandig door de buitenschoolse opvang te bewegen. De beroepskracht-kindratio (bkr) gaat voor kinderen vanaf 7 jaar omlaag naar 0,083 pm’ers per kind. Voor kinderen van 4-7 jaar is dit 0,1 pm’er per kind. De maximale groepsgrootte voor de bso wordt verhoogd naar 24 kinderen. Dit zijn er nu nog 20.

Minister Asscher van Sociale Zaken deed afgelopen zomer suggesties voor het aanpassen van regels voor de groepsstabiliteit en de beroepskracht-kindratio. Bekijk hier wat hij met deze regels wil >>

Groepsoverstijgende activiteiten

Net als de minister vinden de partijen dat de groepsstabiliteitseisen voor kinderen op de bso veel ruimer mogen zijn dan voor de dagopvang. Voor de dagopvang blijft, als het aan de vijf organisaties ligt, de huidige bkr in stand, net als het vaste gezichtencriterium. Kinderopvangmedewerkers mogen kinderen buiten de groep mee laten doen aan groepsoverstijgende activiteiten als zij daar om pedagogische redenen aan toe zijn. Als de bkr vanwege deze activiteit niet langer klopt, mag dat geen obstakel zijn. Op groepsniveau mag dan van de bkr worden afgeweken, zolang deze op locatieniveau nog wel klopt en de situatie van beperkte duur is.

Mentor

Net als minister Asscher willen de organisaties dat ieder kind een mentor toegewezen krijgt. Dit geldt zowel voor kinderen op de dagopvang als de bso. Voor kinderen in de dagopvang is de mentor altijd één van de beroepskrachten van de groep van het kind. Voor de bso is dit niet verplicht. Wel moet de mentor een kind goed kennen. Bij ouders en het kind moet bekend zijn wie de mentor is.

Afwijken bkr

Dan is er nog de huidige regel waarin kinderopvangorganisaties aan de randen van de dag mogen afwijken van de bkr. Minister Asscher wil van deze regel af omdat juist de haal- en brengmomenten belangrijke contactmomenten voor ouders zijn. Hij stelde voor dat er alleen tijdens pauzes, als de kinderen slapen, mag worden afgeweken van de bkr. De vijf organisaties hebben een ander voorstel.

BOinK, Brancheorganisatie Kinderopvang, MOgroep, FNV en CNV Zorg & Welzijn zijn met een tegenvoorstel gekomen voor een nieuw kwaliteitskader voor de kinderopvang. Lees hier hun plannen in het kort >>

Blokken van 9 uur

Alle kindercentra die 10 uur of meer per dag open zijn, moeten daarvan in een blok van 9 uur voldoen aan de beroepskrachtkindratio. De houder bepaalt zelf wanneer dit blok van 9 uur begint en eindigt en communiceert dit met ouders zodat zij weten wanneer er minder pm’ers op de groep staan. Als er van de bkr wordt afgeweken, mag dit niet voor meer dan drie uur per dag. De organisaties denken dat deze regel simpeler te begrijpen is voor iedereen en de regeldruk vermindert.

Flexibele opvang

Locaties waar maar één pm’ers aanwezig is omdat dit voldoende is voor de bkr, moeten altijd een achterwacht tot hun beschikking hebben. Deze persoon dient bereikbaar en binnen 15 minuten op de locatie te zijn. Ouders moeten weten wie deze persoon is. Voor flexibele kinderopvang, dus incidentele, onregelmatige en onvoorspelbare opvang, gelden aanvullende kwaliteitsregels. Dit kind wordt aan maximaal drie pm’ers gekoppeld en het kind blijft in zijn/haar eigen stamgroepruimte.

Lees meer over groepsstabiliteit in het voorstel herijking kwaliteitseisen kinderopvang, vanaf pagina 9.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.