Kabinet kan wel kleine stappen zetten richting kindcentra’

Kinderopvang als basisrecht en een ontwikkel- en leercentrum vastleggen bij wet; het is duidelijk dat dit kabinet niet zo ver wil gaan. Toch zijn er kleinere stappen te zetten om de samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs te vereenvoudigen. Kindcentra 2020 doet zes concrete aanbevelingen aan het kabinet.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

De maatregelen staan in een brief die is verstuurd aan de minister, de staatssecretaris en leden van de vaste commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Donderdag 13 december vindt er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over kinderopvang plaats. De adviezen van de Taskforce samenwerking Onderwijs-Kinderopvang staan ook op de agenda van dit overleg (bekijk alle agendapunten hier).

Rondetafelbijeenkomst

Het kabinet reageerde afgelopen zomer voor het eerst officieel op de dertien adviezen van de Taskforce om de samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs te stimuleren. Onlangs vond een rondetafelbijeenkomst plaats met genodigden (waar een vertegenwoordiging vanuit de kinderopvang overigens ontbrak). Daar werd onder andere gesproken over de doorgaande leerlijn, juridische knelpunten in de samenwerking maar ook de terugloop in het bereik van doelgroeppeuters in sommige gemeenten.

Zes maatregelen

Kindcentra 2020 laat weten blij te zijn met de toonzetting van de reactie van het kabinet op de adviezen van de Taskforce, maar maakt zich ook zorgen over risico’s die nu in de praktijk aan het ontstaan zijn. Volgens Gijs van Rozendaal, voorzitter van de regiegroep Kindcentra 2020 zijn de volgende zes maatregelen op korte termijn te nemen:

  • dat het kabinet een taskforce in het leven roept, gedragen door vertegenwoordigers uit het primair onderwijs en de kinderopvang, die analoog aan de werkwijze van curriculum.nu de uitwerking op zich neemt van een curriculum 0-6;
  • artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang uit te breiden met ouders die een kind op de voorschool hebben en een inkomen tot een door het college vast te stellen grens;
  • te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om gemeenten middelen te laten ontschotten en te bundelen;
  • een werkgroep in het leven te roepen om alternatieve benaderingen voor gezamenlijke huisvesting van onderwijs en kinderopvang te ontwikkelen en organisaties uit het werkveld daarbij te betrekken;
  • om de ontwikkeling van een kennisagenda kindcentra te faciliteren en daartoe in overleg te treden met veldpartijen;
  • samen met de onderwijsinspectie en de GGD te kijken hoe de kaders te bundelen tot één toezichtkader voor locaties waar intensief wordt samengewerkt.

Onbetaalbare babyopvang

De risico’s waar Van Rozendaal in zijn brief op doelt gaan vooral over het ontstaan van segregatie in de samenleving. In sommige gemeenten wordt peuteropvang en vve niet in de kinderopvang geïntegreerd, Het affect is dat scholen de peuterdoelgroep “erbij pakken”. In sommige gemeenten besloten scholen om zelf kinderopvang te starten of zij overwegen dit. Het risico is dat de kinderopvang hierdoor verschoolst en ook dat de babyopvang op deze manier onbetaalbaar wordt. De enige reden dat organisaties baby’s kunnen opvangen, is omdat ze de kosten kunnen compenseren met de goedkopere peuteropvang. Kindcentra 2020 is bang dat de breuk die nu bestaat met 4 jaar, terugloopt naar 2 jaar. Verder ziet Kindcentra 2020 dat de harmonisatie segregatie op sommige plekken bevordert terwijl het tegenovergestelde effect was beoogd. Dat het kabinet geen richtinggevend beleid heeft als het gaat om de samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en zorg. Kindcentra adviseert het kabinet de ontwikkelingen in de praktijk nauwlettend te blijven volgen.

Curriculum kinderopvang

Van Rozendaal gaat in zijn brief expliciet in op de zes maatregelen die hij doet. Zo vindt hij het idee om het curriculum kinderopvang waar mogelijk te laten aansluiten op het curriculum in het onderwijs niet ver genoeg gaan. Liever zou hij deze curricula samen ontwikkelen (met een nadruk op 0-6 jaar). Een belangrijk advies is om de Wet Kinderopvang uit te breiden zodat ouders met een kind op de voorschool financieel gecompenseerd kunnen worden door de gemeente. Het College kan vaststellen tot welk inkomen dit kan gebeuren. De gemeente Amsterdam zou interesse hebben in een dergelijke oplossing om te voorkomen dat juist doelgroepkinderen uitvallen. Maar de wet biedt voor deze oplossing nu nog geen ruimte.

16 uur VVE

Een belangrijke stap voor gemeenten zou het ontschotten van financiële middelen zijn. Hoewel er nu al gemeenten zijn die zelf regie en initiatief pakken op dit punt, is er nog geen wettelijke ruimte om dit te doen. Het gevolg is dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn. De inzet van vve-middelen zijn een nieuw punt van zorg voor Kindcentra 2020. Hoewel van Rozendaal verheugd is over de uitbreiding van 10 naar 16 uur vve per week, kan ook deze maatregel segregatie bevorderen. Terwijl het zo belangrijk is dat ‘doelgroeppeuters’, ‘Asscherpeuters’ en kinderen van werkende ouders samenwerken.

Eén toezichtkader

De twee praktische maatregelen over het ontwikkelen van een kennisagenda kindcentra en het instellen van een werkgroep huisvesting spreken voor zich. De laatste wens is om tot één toezichtkader te komen voor locaties waar intensief wordt samengewerkt. Dat zou volgens Kindcentra 2020 niet alleen voor organisaties van meerwaarde zijn, maar ook voor de toezichthouders die nu soms voor een lastige opgave staan.

Maatschappelijk draagvlak

Van Rozendaal sluit zijn brief kritisch af en benoemt nogmaals de noodzaak van een wettelijke verankering van kindcentra. Terwijl het wettelijke toegangsrecht voor kinderen niet komt, groeit wat hem betreft het maatschappelijke draagvlak wel. Dat zou ook blijken uit de brief die het Platform kindcentra stuurde voorafgaand aan het rondetafelgesprek. Daarin pleiten werkgevers-, werknemers en ouderorganisaties, net als organisaties van aangrenzende professionals (sport en cultuur) voor toegankelijke kindcentra. Dat het toegangsrecht nog steeds niet geregeld is, noemt van Rozendaal ‘beschamend’.

Het advies van de Taskforce verscheen op 13 maart 2018 en bestond uit dertien adviezen aan het onderwijs, de kinderopvang, het toezicht en de overheid (landelijk en lokaal). Onder de dertien adviezen vielen nog eens 23 deeladviezen. Staatssecretaris Van Ark en minister Van Engelshoven reageerde afgelopen zomer inhoudelijk op de adviezen. Lees meer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.