IKK alleen is geen geldig argument voor hogere uurtarieven’

De tijd van het jaar is weer aangebroken dat de uurtarieven voor 2019 worden bepaald en gedeeld met oudercommissies. Net als vorig jaar brengt belangenvereniging BOinK ook dit jaar weer een brochure uit om aan te geven hoe oudercommissie (oc’s) zich over deze adviesvraag kunnen buigen. Dit jaar beïnvloeden IKK-maatregelen, en de aangepaste maximum-uurtarieven van de overheid, de uurtarieven voor 2019.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

De Rijksoverheid gaat vooralsnog uit van een gemiddelde kostenstijging van 4,9 procent voor organisaties met babyopvang. Dit wordt veroorzaakt door de verhoogde beroepskracht-kindratio voor baby’s. Om die reden wordt het maximum te vergoeden uurtarief vanuit de overheid verhoogd met 27 cent. Voor bso’s geldt precies het tegenovergestelde. Daar wordt de beroepskracht-kindratio voor kinderen van 7 jaar en ouder verlaagd. Het maximum uurtarief voor kinderopvangtoeslag wordt voor de bso daarom verlaagd met 34 cent.

Grote verschillen

BOinK verwacht dat kinderopvangorganisaties vanwege deze wijzigingen andere uurtarieven gaan hanteren in 2019: hogere voor de dagopvang, lagere voor de bso. Maar hier valt in z’n algemeen niet veel over te zeggen omdat de maatregelen voor organisaties heel verschillend uit gaan pakken. Wel adviseert BOinK ouders geen genoegen te nemen met enkel het argument ‘IKK’. Houders moeten wel beargumenteren waarom deze wijzigingen effect hebben op de uurtarieven.

Kostenprognose

Veel kinderopvangondernemers baseren hun uurtarieven op de prognose van de Brancheorganisatie, aldus BOinK. Maar dit jaar wordt dat lastig omdat de prognose niet volledig is. Ayit Consultancy, die de prognose elk jaar verzorgt, durfde een verantwoorde kostenraming niet te geven omdat de effecten van de nieuwe bkr voor kinderopvangorganisaties zo uiteenlopend zijn. Overigens vindt BOinK het vermelden van deze prognose als argument om tarieven aan te passen onvoldoende onderbouwd.

Kostenstijging

Andere reden voor kostenstijgingen zijn:

  • Andere maximum-uurtarieven – Het argument dat ouders toch een toeslag ontvangen van de overheid zodat organisaties hun uurprijzen automatisch mee laten stijgen, is geen rechtvaardiging, vindt BOinK. Tegenover de uurtariefstijging moet altijd een kwaliteitsverbetering of exploitatiekostenstijging staan. Een verhoging als gevolg van de kwaliteitsmaatregelen van de Wet IKK is wel uit te leggen.
  • Stijging loonkosten – In 2019 wordt het salaris van kinderopvangpersoneel met 3 procent verhoogd. Dit kan, zegt BOinK, wel een reden zijn voor een prijsstijging, maar ze adviseert ouders wel om door te vragen omdat een loonstijging halverwege 2019 niet voor het totale kalenderjaar doorberekend hoeft te worden. Overigens verwachten kinderopvangorganisaties niet alleen vanwege de cao-afspraken een loonstijging, maar zijn organisaties ook meer personeelskosten kwijt vanwege de nieuwe beroepskracht-kindratio en de verplichte inzet van de pedagogisch coach.
  • Flexibele uren – Als een kinderopvang flexiber gaat werken, is het niet vreemd dat er een hoger tarief wordt berekend. BOinK legt in de brochure uit dat een organisatie namelijk toch kosten moet maken voor een heel jaar, ook al vindt de kinderopvang in een kleiner pakket plaats. BOinK vindt wel dat een houder dit moet uitleggen aan ouders en dat er goede afspraken over gemaakt moeten worden.
  • Eisen aan (brand)veiligheid en Arbo – BoinK vindt dat ouders kritisch moeten zijn wanneer houders deze argumenten aandragen voor prijsstijgingen. Het kan een argument zijn als ervoor is gekozen om investeringen binnen een jaar af te schrijven. Maar in de volgende jaren vallen die kosten weer weg en dan zou het kunnen betekenen dan ouders meer betalen voor de kinderopvang dan noodzakelijk is.
  • Aanbod van extra kwaliteit en uitbreiding diensten – Op zich is dit een prima reden om de prijs te laten stijgen, maar BOinK raadt ouders aan wel kritisch te kijken naar of een verandering ook echt een verbetering betreft. Wordt er bijvoorbeeld gekozen voor ruimere openingstijden en gaat daarom de prijs omhoog, dan is het zonde als een klein handjevol ouders daar maar gebruik van maakt. Over dergelijke veranderingen heeft de oudercommissie altijd adviesrecht.
  • Toename van de vraag naar kinderopvang – BOinK wijst ouders erop dat ze zich bij een toenemende vraag naar kinderopvang in een kwetsbare positie bevinden. Ouders brengen hun kind, in het geval van een prijsverhoging, immers niet zomaar naar een andere opvang. Een kind is gehecht op een plek aan leeftijdgenootjes en pm’ers. De prijs-kwaliteitverhouding moet dan ook altijd scherp in de gaten gehouden worden.

Kosten gastouderbureau

In de brochure schetst BOinK ook de financiële samenwerking tussen gastouderbureau en vraagouder en de daadwerkelijke kosten van een gastouder. Hoeveel ouders betalen voor het gastouderbureau, verschilt aanzienlijk. Er wordt in ieder geval betaald voor de bemiddeling tussen vraag- en gastouder. Daarnaast wordt er via het gastouderbureau betaald voor de gastouderopvang. BOinK wijst ouders erop dat gastouderbureaus een transparant beeld horen te geven van de kostenstructuur. Ouders moeten weten voor welke diensten zij precies betalen en welk deel van de betaling naar de gastouder gaat.

Bemiddelingskosten

Er zijn gastouderbureaus die kortingen hanteren voor tweede of volgende kinderen uit een gezin. BOinK vraagt zich af hoe logisch dat is. Een gastouder moet immers net zoveel luiers gebruiken en dat wordt niet goedkoper omdat kinderen uit hetzelfde gezin komen. Als je verder kijkt waaruit de kosten zijn opgebouwd, heeft BOinK ook twijfels over het blijven doorberekenen van bemiddelingskosten als de match al een jaar geleden gemaakt is. En hoe zit het voor kinderen uit hetzelfde gezin: moeten daar ook nog bemiddelingskosten voor worden betaald? BOinK raadt ouders aan om hier kritisch naar te kijken.

Achtervang

Tot slot raadt BOinK klanten van gastouderopvang aan om kritisch te kijken naar het betalen voor het zorgen van achtervang in het geval van ziekte. In de praktijk blijken ouders de opvang in dit geval namelijk liever zelf te regelen. Een oudercommissie van een gastouderbureau zou kunnen kijken of het zinnig is dat het gastouderbureau verschillende pakketten biedt tegen verschillende tarieven. Zo kunnen ouders zelf bepalen of ze extra willen betalen voor een gegarandeerde achtervangregeling.

Download hier de brochure Prijzen in de kinderopvang 2018

Het ziet er niet naar uit dat de overheid water bij de wijn gaat doen voor de uurtarieven in 2019. Het ministerie blijft vasthouden aan de tariefstijging van 4,9 procent van de dagopvang (voor de bso krijgen ouders volgend jaar minder kinderopvangtoeslag terug). Waarom besluit staatssecretaris Tamara van Ark namens Sociale Zaken hiertoe? Lees meer in dit artikel

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.