GGD geeft helderheid over clusteren in de kinderopvang

Locatie-overstijgend opvangen, ofwel ‘clusteren’ in de kinderopvang kan per 1 januari 2020 niet meer zonder contract. Dat leidde tot ophef, ook bij de brancheorganisaties. GGD GHOR Nederland licht in een brief aan de sector toe waarom zij daarvoor kiest en hoe dat er in de praktijk uitziet.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

Het enkel nog onder contract mogen clusteren in de kinderopvang, leidde tot onrust bij de sector en brancheorganisaties BK, BMK en BOinK. Het samenvoegen van bso-locaties in vakanties, op margedagen en op rustige dagen zou per 1 februari 2019 niet meer toegestaan zijn, als het aan GGD lag. Wordt er geclusterd met een andere locatie, dan zou er een tweede contract moeten worden opgesteld tussen de locatie en de ouders van de kinderen.

Reactie GGD

De brancheorganisaties stuurden gezamenlijk een brief naar staatssecretaris Tamara van Ark om op korte termijn te komen tot een werkbare oplossing voor alle partijen – kinderen, ouders en houders. GGD GHOR reageert in een brief aan de brancheorganisaties en aan alle GGD-regio’s, waarin helderheid wordt gegeven over het toezicht op het clusteren in de kinderopvang.

‘Clusteren’

De GGD verstaat onder locatie-overstijgend opvangen (‘clusteren’) dat kinderen op andere geregistreerde voorzieningen van dezelfde houder worden opgevangen, dan waar zij normaal gesproken worden opgevangen. Vooral op de buitenschoolse opvang wordt hier in vakanties en op rustige- of margedagen gebruik van gemaakt.

Samenvatting

Bij opvang van kinderen op verschillende locaties heeft een houder de volgende twee opties om aan de eisen te voldoen:

  1. Contracten

Als sprake is van locatie-overstijgende opvang moet er in een contract tussen de ouder en de houder van het kindercentrum zijn opgenomen in welke situatie en/of wanneer het kind waar wordt opgevangen. Er zijn houders die hun contracten inmiddels aangepast hebben en voldoen aan de deze eis. Houders die dat nog niet gedaan hebben, krijgen een overgangstermijn en moeten de contracten voor 1 januari 2020 in orde hebben.

  1. Beschrijving activiteiten in pedagogisch beleidsplan

Als kinderen alleen in het kader van een activiteit naar andere locaties van de houder gaan dan moet dat in het pedagogisch beleidsplan van de betreffende locaties voldoende zijn beschreven en in de praktijk ook zo uitgevoerd worden.

Contract

Clusteren is mogelijk, mits er in een contract tussen de ouder en de houder van het kindercentrum is opgenomen in welke situatie en/of wanneer het kind waar wordt opgevangen. Houders hoeven wat betreft het clusteren niet voor elke voorziening een geheel nieuw contract met ouders af te sluiten. Dit kan ook in een bestaand contract geregeld worden. In de praktijk gebeurt dat ook al. Zo kan in een contract bepaald worden dat in geval van studiedagen het kind wordt opgevangen op locatie X in plaats van locatie Y. Dit geldt zowel voor opvang op verschillende locaties tijdens vakanties, rustige dagen, margedagen als voor andere gevallen wanneer voorzienbaar op een andere locatie wordt opvangen.

Wat mag niet?

Opvangen op een andere locatie mag niet in situaties waarbij ad hoc of kort van tevoren wordt besloten de kinderen op een andere locatie van de houder op te vangen, dan de locatie die in het contract is genoemd. De GGD is van mening dat voorkomen moet worden dat ad hoc, vanuit pragmatisch en/of financieel oogpunt, locatie- overstijgend wordt opvangen. Bij opvang op een andere locatie zonder contractuele basis zijn niet alleen de verantwoordelijkheidstoedeling en de stabiliteit onvoldoende gewaarborgd, ook hebben ouders vooraf geen mogelijkheid om weloverwogen akkoord te gaan met de opvang op een andere locatie. Gelet op deze wettelijke uitgangspunten hanteert GGD GHOR Nederland de uitleg dat er voor opvang op elk van die voorzieningen een contractuele basis moet zijn.

Activiteiten

Wanneer er geclusterd wordt tijdens activiteiten, gelden er andere regels. Tijdens een activiteit kunnen kinderen, zonder dat dat in een contract is opgenomen, op een andere locatie van de houder aanwezig zijn. De reguliere kinderopvanglocatie houdt de verantwoordelijkheid over het kind, en er is geen sprake van locatie-overstijgend opvangen. GGD GHOR schrijft wel dat het aan de toezichthouder is om te bepalen of er sprake is van een activiteit en geen verkapte andere werkwijze van de kinderopvangorganisatie.

De toezichthouder neemt daarin mee:

  • of de activiteit zoals beschreven in het pedagogisch beleidsplan wel een activiteit is of eigenlijk een werkwijze en geen specifiek leer- of bezigheidsmoment;
  • of de beschrijving in het beleidsplan voldoende concreet is;
  • of de activiteit in de praktijk plaatsvindt volgens de beschrijving in het pedagogische beleidsplan.

Kinderopvangtoeslag

Het ministerie van SZW laat desgevraagd weten dat de Belastingdienst aangeeft dat het voor de toekenning van de kinderopvangtoeslag geen probleem is wanneer kinderen incidenteel op een andere locatie worden opgevangen dan die waar ze hoofdzakelijk geplaatst zijn, mits deze andere locatie dan wel geregistreerd is in het LRK én de factuur via het oorspronkelijke LRK nummer loopt. Dit hoeven ouders in een dergelijke situatie niet apart door te geven.

Toezicht

GGD GHOR Nederland adviseert GGD’en om tot 1 januari 2020 het item over de schriftelijke overeenkomst bij clusteren niet mee te nemen in de inspecties. ‘Vanaf 1 januari 2020 adviseren we alle GGD’en dringend om conform de geadviseerde lijn toe te zien op situaties waarin de houder kinderen locatie-overstijgend opvangt.’

Bekijk de brief van GGD GHOR Nederland hier >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.