Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Druk gedrag in de kinderopvang vraagt specifieke aandacht’

Bert Bukman
Bert Bukman
Druk gedrag van peuters en kleuters hoort bij hun ontwikkeling. Maar soms is er meer aan de hand en zijn deze kinderen over- of juist onderprikkeld. 'Het is van belang om binnen de kinderopvang gericht in te spelen op de behoeften van deze kinderen,' zegt pedagoog Monique Thoonsen.
Fotolia

Monique Thoonsen doet haar uitspraken in een interview met vakblad Vroeg. Als drukke kinderen meer aandacht krijgen, voelen zij zich prettiger en functioneert de hele groep beter, is haar visie.

De meeste kinderen kunnen prima met zintuigprikkels omgaan, aldus Monique Thoonsen. ‘Maar een kind kan ook te weinig of juist te veel op prikkels reageren. In de hersenen zit namelijk een soort ‘prikkelfilter’ dat bepaalt of en hoe sterk zintuigprikkels doorgegeven worden naar de hersenschors.’

Filter in de hersenen

Het komt regelmatig voor dat het filter in de hersenen van een kind te weinig en te zwakke prikkels doorgeeft. ‘Dat noemen we ‘onderprikkeld’ en dit merk je onder meer aan het gedrag in de kinderopvang,’ aldus Thoonsen. ‘Onderprikkelde kinderen kunnen slaperig en sloom overkomen. Ook zijn ze moeilijk te bereiken, omdat veel prikkels aan hen voorbij gaan.’

Opmerkelijk voor veel mensen is dat onderprikkelde kinderen ook heel druk en uitbundig kunnen zijn. ‘Zij gaan dan op zoek naar extra en sterkere zintuigprikkels, omdat zij die nodig hebben om zich fijn te voelen en mee te kunnen doen. Deze kinderen zijn enthousiast, zij zoeken en creëren prikkels en kunnen daar moeilijk mee stoppen. Het is dus een misverstand dat drukke kinderen allemaal overprikkeld zijn. Veel van hen komen juist prikkels tekort!’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.