De rol van oudercommissies

Een handjevol ouders is komen opdagen op de door de oudercommissie georganiseerde thema-avond. Een bekend beeld. Oudercommissieleden maken het zelden mee dat ze door ouders worden aangesproken op hun rol. Daarom vertegenwoordigen ze de ouders ‘meer op gevoel en vanuit hun eigen ervaringen’. Dit beeld komt naar voren in het SCP-onderzoek naar de rol van oudercommissies.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
De rol van oudercommissies

Uit een telefonische enquête onder voorzitters van oudercommissies van 25 kindercentra komt een wat moeizaam beeld naar voren. Verkiezingen voor nieuwe commissieleden komen niet voor. De voorzitters zijn al blij als ouders zitting willen nemen. De oudercommissies moeten veel moeite doen om ouders te interesseren en dat levert nooit meer gegadigden op dan er plaatsen zijn. Het merendeel van de oudercommissies is dan ook niet ‘op sterkte’, en in drie kindercentra was wegens gebrek aan belangstelling zelfs helemaal geen oudercommissie meer.

Namens de ouders?

De oudercommissie vertegenwoordigt de ouders. Ze dient hen op de hoogte te houden van haar werkzaamheden en op de hoogte te blijven van wat er onder de ouders speelt. Dat blijkt geen sinecure. De meeste oudercommissies krijgen weinig tot geen spontane input van ouders. Om hun taak toch zo goed mogelijk waar te maken, zijn sommige oudercommissies zelf heel actief. Ze proberen de ouders te betrekken bij hun werk, onder andere door hen aan te spreken in de wandelgangen. Bij de meerderheid van de oudercommissies echter komt dat er niet vaak van, meestal door tijdgebrek . Naast de wat spaarzame contacten met individuele ouders krijgen sommige oudercommissies via pedagogisch medewerkers of leidinggevenden informatie over wensen en klachten van ouders. Verder heeft een op de drie oudercommissies houvast aan een oudertevredenheidsonderzoek. Sommige oudercommissies zetten ook wel eens zelf een vraag uit onder de ouders, of organiseren thema-avonden. De resultaten van deze inspanningen zijn vaak niet overweldigend.

Een minderheid van de voorzitters heeft het gevoel door gebrek aan input van ouders eigenlijk niet te weten wat er onder hen leeft en of ze tevreden zijn. Maar de meesten weten, of veronderstellen, dat de ouders tevreden tot heel tevreden zijn. Soms is dit oordeel gebaseerd op de uitslagen van tevredenheidsonderzoeken. Vaker is het afgeleid van terloopse contacten met ouders, het feit dat de oudercommissie weinig klachten krijgt, of de ervaringen van de commissieleden zelf met de opvang van hun eigen kind. Slechts enkele voorzitters schetsen een wat gemengd beeld, bijvoorbeeld dat ouders wel tevreden zijn over de leidsters, maar niet zo over de accommodatie.

Goede relatie

Volgens alle voorzitters is een goede relatie met de manager essentieel voor de rol van de oudercommissie: ‘We hebben nu een locatiemanager die de oudercommissie veel erbij betrekt, advies vraagt en serieus neemt en informatie toespeelt. De vorige deed dat veel minder en dan kun je als oudercommissie ook veel minder.’

De meerderheid van de voorzitters heeft het gevoel dat de relatie met de leiding van het kindercentrum goed is en dat hun inbreng gewaardeerd en serieus genomen wordt. De manager voorziet hen van de nodige informatie (dat is overigens wettelijk verplicht), staat open voor de mening van de oudercommissie en neemt die mee in de besluitvorming. Niet dat hun adviezen altijd integraal worden overgenomen, maar ze zijn tevreden met het compromis of de uitleg waarom het advies niet wordt overgenomen. Een minderheid heeft wisselende of slechte ervaringen. Die commissies voelen zich soms ronduit tegengewerkt, moeten veel moeite doen om de benodigde informatie te krijgen en merken niet dat er iets gebeurt met hun inbreng.

Meer dan de helft van de oudercommissies brengt zelden of nooit een officieel schriftelijk advies uit. Afspraken worden tijdens de vergaderingen gemaakt en soms per mail bevestigd. De leiding van het kindercentrum is verplicht om op adviezen van de oudercommissie schriftelijk te reageren en aan te geven wat zij gaat doen met het advies, of met redenen omkleed aan te geven waarom het niet wordt overgenomen. Deze officiële reactie ontbreekt bij mondelinge adviezen en afspraken die alleen zijn vastgelegd in de notulen.

Volgens sommige voorzitters zijn schriftelijke adviezen ook niet nodig, omdat de relatie met de leidinggevende goed is. Blijkbaar zien ze het schriftelijk advies vooral als een middel waarnaar gegrepen moet worden als de oudercommissie en de leiding er niet samen uitkomen. Toch zijn de voorzitters die een minder soepele samenwerkingsrelatie met het management hebben ook terughoudend met schriftelijk advies, juist om de toch al gespannen relatie niet verder te belasten.

Overkoepelende oudercommissie

Veel voorzitters voelen zich dus gehoord binnen het kindercentrum, maar maken daarbij een uitzondering voor zaken die de koepel betreffen. Dan blijken de oudercommissies behoorlijk machteloos. Zij zijn bijvoorbeeld jaarlijks veel tijd kwijt aan hun wettelijke plicht om op herziening van de tarieven te reageren, om vervolgens te horen dat dit koepelbeleid betreft waar het centrum zelf ook geen invloed op heeft. Enkele oudercommissies pleiten voor of hebben een overkoepelende oudercommissie voor zaken die hun eigen kindercentrum overstijgen.

Een op de drie voorzitters heeft meegemaakt dat oudercommissie en management er samen niet uitkwamen. Dan is volgens hen de rol van de oudercommissie uitgespeeld en rest haar weinig anders dan zich er (voorlopig) bij neer te leggen. Geen van hen heeft ooit een geschil voorgelegd aan de klachtenkamer of geschillencommissie. Ook bij de drie kindercentra waar management en oudercommissie duidelijk tegenover elkaar staan, denken de voorzitters dat de gang naar de klachtencommissie niet zou helpen, omdat het de toch al slechte relatie nog verder zou verstoren. Bovendien kost het aanvechten van een besluit van het kindercentrum veel tijd en is de uitspraak niet bindend. Het voorstel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een advies bindend te maken zou dit laatste argument wegnemen, maar ook dan is het de vraag of oudercommissies daar, in verband met het goed houden van de relaties, veel gebruik van zullen maken.

Dikke modder

Oudercommissies bevinden zich in een moeilijke positie. Het ontbreekt hun aan een sterk mandaat en een sterke positie ten opzichte van het management. Het goed uitoefenen van hun rol vergt tact en tijd. Het reilen en zeilen in het kindercentrum wordt door een voorzitter ervaren als ‘dikke modder’ waar je met wat goedbedoelende ouders niet echt iets aan kunt veranderen. Hun gebrek aan macht maakt hen afhankelijk van de welwillendheid van kindercentra. Dit beperkt de ruimte om zich al te kritisch op te stellen en maakt hen terughoudend met schriftelijke adviezen. Oudercommissies worden verder in hun rol beperkt doordat veel beleid niet gemaakt wordt in de locatie zelf, maar in hun koepel. Nu de kinderopvang een markt is van private partijen met winstoogmerk, is het vrijwel onmogelijk voor oudercommissies om zelfs maar inzicht te krijgen in de boeken. Tegen deze achtergrond lijkt het voorstel om het adviesrecht voor het prijsbeleid af te schaffen begrijpelijk. Voor de oudercommissies, en daarmee de ouders, vervalt dan wel een manier om invloed uit te oefenen op de kosten van de opvang. In ruil daarvoor wordt het adviesrecht van oudercommissies op het gebied van kwaliteit vergroot, maar nog onduidelijk is hoe.

Foto: Nationale Beeldbank

Rechten en plichten

De wettelijk verplichte oudercommissies moeten vooral de kwaliteit van de opvang bewaken en bevorderen. Oudercommissies hebben het recht om mee te denken over de kwaliteit van de opvang en over het prijsbeleid. Zij kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen. Aanbieders kunnen hier alleen van afwijken als zij schriftelijk en gemotiveerd aangeven dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet. Oudercommissies kunnen een geschil voorleggen aan een klachtenkamer.

Wil Portegijs en Maroesjka Versantvoort werken bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit onderzoek maakt deel uit van een breder onderzoek over de toegenomen eigen verantwoordelijkheid van burgers, onder andere in de kinderopvang (SCP-rapport Een beroep op de burger). Zie http://bit.ly/WxD46y.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.