Monika Katinger – Meedenkgroepje Landelijk Curriculum Kinderopvang

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Er wordt hard gewerkt aan het Landelijk Curriculum Kinderopvang, een theoretisch kader die zichtbaar maakt wat pedagogisch handelen met jonge kinderen in kinderdagverblijven allemaal inhoudt. Het curriculum is toegespitst op de opvoeding van 0-4-jarigen in groepsverband. De uitvoerders van het project zijn de pedagogen Elly Singer en Loes Kleerekoper. Elke geïnteresseerde leidster kan op de website van het curriculum discussiëren over de onderwerpen die haar aanspreken.

En wie nog verder betrokken wilde worden bij de totstandkoming van het curriculum, kon zich opgeven voor “het meedenkgroepje”. Op zo’n manier kan jij je stem, je mening en ervaring daadwerkelijk laten meewegen bij het schrijven van het tweede deel. In het tweede deel komt vooral de planning van speelactiviteiten en verzorging aan bod.

Omdat ik het fantastisch vind dat er een eigentijds, vanuit de nieuwste inzichten uitgaand curriculum geschreven wordt en omdat meedenken en mee te kunnen praten echt “mijn ding” is, heb ik me ook opgegeven voor een meedenkgroepje. Ik ben er ook trots op dat onze “eigen” pedagoge Loes, de pedagoge van SKN, één van de auteurs is.

Mijn groepje is afgelopen vrijdag bij elkaar gekomen, onder leiding van Djuna Denkers, schrijfster van het hoofdstuk: geluid en muziek, dans en beweging. Al voordat wij bij elkaar kwamen konden we onze opmerkingen of aanvullingen aan Djuna mailen. Ze is er serieus op ingegaan en heeft ons alle ruimte gegeven om te discussiëren over de inhoud. Het beschrijven van de muzikale, motorische en zintuiglijke ontwikkeling van baby’s en peuters kunnen een houvast aan leidsters bieden om daarna uit het activiteitenoverzicht een geschikte activiteit voor de kinderen in haar groep te kiezen. Het gedeelte Bewustwording en Kwaliteit komt voort uit de jarenlange ervaring van Djuna als muziekjuf en coach van beginnende leidsters en docenten. En met de hulp van denkvragen kan een leidster de vertaalslag maken naar haar eigen praktijk.

Onderscheid tussen leidster- en kindgeïnitieerde activiteiten, afwisseling tussen grote en kleine groepsactiviteiten, wat ga je doen, wanneer ga je het doen en hoe lang mag het duren. Allemaal zaken die in overweging genomen zouden moeten worden.
Maar het belangrijkst vind ik de boodschap (volgens mij duidelijk aanwezig) dat je als leidster bij de begrippen dans en muziek niet alleen moet denken aan de van tevoren bedachte activiteiten. Dat je vooral zelf enthousiast en nieuwsgierig moet zijn, zelf moet durven experimenteren. Dat je attent zou moeten zijn op de signalen van kinderen en er op zou moeten ingaan. Dat je eigenlijk de hele dag op een speelse manier bezig zou kunnen zijn met geluiden en bewegen.

Het feit dat er bij het schrijven van deel twee zo nauw contact wordt gehouden met de mensen uit de praktijk geeft een extra dimensie aan dit curriculum. Je voelt je gehoord, gewaardeerd, je telt echt mee. Het zal mij een prettig gevoel geven als ik uiteindelijk de definitieve versie in mijn handen zal hebben, even zal doorbladeren en bij het hoofdstuk dans en muziek voldaan zou kunnen denken: hierover kon ook ik mijn mening kwijt. Ik denk dat ik dan spontaan een vrolijk geluid zal produceren en misschien zelfs één of andere beweging zal maken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.