Blog Peter van Zijl – Onduidelijkheid over IKK

IKK is een feit. Maar welk feit? Als je de doorsnee- kinderopvangmanager vraagt of alle IKK-regels helder zijn, slaakt menigeen een diepe zucht. Nee dus. Toch een merkwaardig fenomeen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De convenantpartijen, ouders, werkgevers en werknemers in de kinderopvang, hebben veelvuldig bij elkaar gezeten om tot een goed pakket nieuwe regels voor de branche te komen. Deze afspraken zijn door het ministerie opgenomen in de Wet IKK, met een concrete uitwerking in een Algemene Maatregel van Bestuur. Ook hier hebben de convenantpartners weer kritisch meegekeken. Dus we zijn het eigenlijk allemaal met elkaar eens en vervolgens snappen we het niet.

Een voorbeeld is de drie-uursregeling. De nieuwe wet zegt: als je tien uur aaneengesloten kinderopvang biedt, mag je drie uur per dag afwijken van de beroepskracht-kindratio. Je moet wel in je pedagogisch beleidsplan vastleggen wanneer je dat doet en het actief communiceren naar je klant.

Brancheorganisatie Kinderopvang wilde dit zorgvuldig uitleggen en maakte een fraai animatiefilmpje met praktische voorbeelden van hoe kinderopvangorganisaties die drie-uursregeling kunnen implementeren. Nog geen dag later kreeg ze al op haar kop van haar convenantpartners, onder andere GGD GHOR, omdat dit niet zou kloppen. Er wordt verschillend gedacht over het van tevoren omschrijven van die drie uren. De brancheorganisatie zegt: geef in je pedagogisch plan aan op welke tijden je nóóit afwijkt van de BKR en in welke tijdvakken je dat eventueel wél doet. Houd het netjes bij en overschrijd nooit de drie uur per dag. Een beetje flexibiliteit om betere kwaliteit te bieden. Als je altijd pauzeert van 12.00 tot 12.30 uur, maar om 12.00 uur beginnen drie baby’s tegelijkertijd te huilen, dan is het wellicht handiger om je boterhammen even uit te stellen. GGD GHOR vindt echter dat je wél precies moet vastleggen wanneer die ‘afwijkuren’ zijn.

Een ander punt waarover de wenkbrauwen alle kanten op vliegen, is het feit dat baby’s voortaan twee vaste gezichten krijgen toegewezen. Er moet dus altijd één van die twee vertrouwde gezichten aanwezig zijn. Maar wat doe je als het tweetal er onverwacht niet is? Eén heeft een vaste vrije dag en de ander meldt zich ziek. Mag je in zo’n situatie afwijken? Of moet je ‘nummer twee’ thuis oproepen en verplichten om te werken?

Omdat er flinke verschillen in interpretatie zijn, vragen managers zich hardop af: hoe controleert de GGD? Wordt het toezicht straks strenger dan de wetgeving eigenlijk vereist? De IKK is een beladen onderwerp. De nieuwe regels worden niet door iedereen juichend ontvangen. Als softwarespecialist ben ik bezorgd. Kinderopvangorganisaties mogen erop vertrouwen dat hun branchespecifieke software de IKK ondersteunt, maar dan moeten we wel weten hoe de regels exact werken. Ik weet het, morgen krijg ook ik e-mails dat ik het niet begrepen heb. Dat nieuwe regels uitleg vergen, is ook helemaal niet gek. Maar je zou als convenantpartijen duidelijkheid moeten geven. Je hebt die regels samen bedacht, geef dan ook samen heldere uitleg. Daarmee voorkom je veel gedoe. En dat gedoe is jammer, want kinderopvangondernemers hebben al genoeg aan hun hoofd.

Peter van Zijl (43) is vader van drie dochters en al jarenlang klant van de kinderopvang. Hij is ook eigenaar van Pelosa (software voor organisaties die actief zijn voor het jonge kind, met name in kinderopvang en onderwijs). Peter gaat graag de dialoog aan: peter@quebble.com


‘Pedagogisch professionals zijn doeners. Praktische mensen die vooral bezig willen zijn met het vak waarvoor ze hebben gekozen: het begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling. Misschien is het wel daarom dat de IKK nu al een wat negatieve reputatie heeft op de werkvloer.’ Lees hier de vorige blog van Peter


 

2 REACTIES

  1. Ben het er zo verschrikkelijk mee eens! Je bedenkt samen wat, legt het vast in regeltjes, wetten, adviezen, richtlijnen of wat dan ook en controleert samen wat er dan op papier is gekomen. En dan komt de invoering en zijn we het, ook onderling, vrijwel nergens meer over eens.

    En dan te bedenken dat Peter van Zijl nog niet eens de financiële kant van deze zaken bespreekt: ook daar hebben de bedenkers, de convenant partijen, de overheid, kortom iedereen die erbij betrokken was ook maar één moment van aarzeling getoond. Ja, toen alles ingevoerd moest gaan worden!

    Zijn we dan toch “slachtoffer” van kortzichtige, ruzie-makende directies en besturen van branche organisaties en andere belanghebbenden die meer oog hadden voor afsplitsen, nieuwe vriendjes op het pluche zetten, eigen-wil-doorzetters met kortzichtige belangen, bestuurders zonder of juist met (eigen) belang?

    Nog steeds nergens enig spoor van sorry-zeggen, aftreden om reden van falen, nog nergens enig gedrag van schaamte. Nee, “we” zijn geweldig en “we” hebben ervoor gezorgd dat het niet-nog-erger-is. Het is allemaal de schuld van de anderen…….

  2. Lees alle reacties
  3. Ja
    We laten ons uitspelen.
    Kantelen met de handel.

    De branche organisatie moet leidraad hervinden
    Luisteren naar Goorhuis en Fukkink.
    Opvoeding en belang van rust ritme en regelmaat erkennen.
    Kinderen leren spelenderwijs. De inrichting van de ruimte waar leidsters en kinderen richten wel welbewust in. Ze leren via haar zintuigen immers de kleintjes.

    De Overheid neemt verantwoordelijkheid voor voorwaardensfeer. Borgt vrijheid voor onderwijs en voor visie voor opvoeding. Einde vrije markt principe. Waar economie leidraad is. .

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.