Blog Marion Duisterhof – Nieuwe Wet IKK

De overheid heeft in samenwerking met de brancheverenigingen en Boink (een vereniging die de belangen van ouders vertegenwoordigt) een nieuwe wet samengesteld die in gaat op 01-01-2018 en een deel in 2019. Deze wet zou innovatie en kwaliteit met zich mee moeten brengen. Helaas geldt dat niet voor alle maatregelen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Deze wet bestaat uit 20 maatregelen en komt nogal slecht getimed, de meeste ondernemers in de kinderopvang hebben zich namelijk net uit de crisis geworsteld en nog geen vet op de botten. Deze maatregelen gaan uiteraard veel geld kosten. Kosten die grotendeels niet doorberekend kunnen worden naar de ouders, omdat de subsidie van de overheid achterblijft. Kinderopvang ondernemers zijn bang dat de kinderopvang daardoor niet meer betaalbaar blijft voor ouders. Een ontwikkeling die we zes jaar geleden ook hebben moeten meemaken. Onze overheid ziet kinderopvang nog steeds niet als een basisvoorziening.

Die basisvoorziening is belangrijk, zodat de kwaliteit in de kinderopvang zich nog meer kan gaan ontwikkelen en omdat het ouders de mogelijkheid biedt te blijven werken. Dat laatste is natuurlijk weer van groot belang voor onze economie.

Tijdens een bijeenkomst op woensdag 29 november jl, waarbij kleine en middelgrote KDV-en zich verenigden, bleek dat vele ondernemers zich niet kunnen vinden in deze nieuwe wet. Dat komt, omdat sommige maatregelen de kwaliteit juist niet verbeteren. Ook zijn er ondernemers die door deze nieuwe ontwikkelingen niet meer kunnen bestaan. Terwijl juist deze kleine ondernemingen een hoge kwaliteit realiseren. Vele ouders kiezen juist bewust voor een kleine organisatie. Daarnaast zie je, dat veel kleine kinderdagverblijven worden overgenomen door “grote” organisaties. Het zou zonde zijn als juist die kleine dagverblijven zouden verdwijnen. Ongeveer de helft van de kinderopvang in Nederland bestaat uit kleine organisaties.

‘Kinderen laten geen planning maken voor de rest van de dag. Dat weet iedereen die in de kinderopvang werkt.’

Neem nu b.v. de 3-uurs regeling. Door deze wet in te voeren wordt het voor de GGD makkelijker te controleren of de BKR (beroepskracht-kindratio) wel klopt. Laat dit nu voor de kinderen op zo’n groep geen kwaliteitsverbetering zijn. Pm’ers zijn gewend te gaan pauzeren op tijden dat het rustig is op de groep. Dat kan elke dag anders zijn en daarop passen de medewerkers zich aan. Die tijd is voorbij. Vanaf 1 januari moet er door de houder van een KDV per dag worden vastgelegd wanneer er wordt gepauzeerd. Dit moet worden opgenomen in het pedagogisch beleidsplan. Dit blijkt onmogelijk, als je tenminste het belang van het kind voorop wilt stellen.

Om een voorbeeld te geven: een van de pm’ers wil gaan pauzeren om 10.00 uur. Op dat moment wordt er een kindje wakker (eerder dan normaal) en heeft de pm’er de keus tussen of het kind uit bed halen om vervolgens een flesje te geven of te gaan pauzeren. Kiest de pm’er voor het kind, dan kan ze de pauze van dat moment vergeten. Als ze geluk heeft kan ze haar volgende pauze wel nemen, tenzij er weer iets onverwachts gebeurt. En dat is de realiteit. Kinderen laten geen planning maken voor de rest van de dag. Dat weet iedereen die in de kinderopvang werkt.

Zo’n wet komt tot stand doordat de overheid de lat eerst heel erg hoog legt en vervolgens in “onderhandeling” gaat met Brancheverenigingen en Boink. Laten deze laatste twee nu ook financieel in stand worden gehouden door diezelfde overheid.


Marion Duisterhof blogs veel over wat de Wet IKK doet voor haar (kleine) organisatie en voor kinderopvangorganisaties in het algemeen. Lees ook haar vorige blog over dit onderwerp Bijeenkomst IKK voor kleine kinderopvangorganisaties


 

1 REACTIE

  1. Als docent van de opleiding Pedagogisch werk vind ik de IKK wet zeer positief.

    Ik bekijk de IKK niet alleen vanuit de pedagogische theorie over doorlopende begeleidingslijnen, maar ook vanuit het beroepsperspectief voor mijn studenten. De afgelopen jaren zag ik veel talentvolle studenten na hun zoveelste nulurencontract hun ambitie bijstellen om in de kinderopvang te willen werken. Zij gaven aan, dat er voor hen te weinig mogelijkheden bestonden voor verdieping in de kinderopvang als vak. Doordat ze van de ene naar de andere locatie schoven en nauwelijks kinderen en collega’s leerden kennen. Soms bestond een mogelijkheid voor een jaarcontract, maar die werden doorgaans evenmin verlengd, hoe goed de medewerker het ook deed. Daarom hebben talentvolle Pedagogisch medewerkers dit vak de rug toegekeerd en zijn een kaaswinkel, een tandtechnisch laboratorium begonnen of een andere studie gaan doen. Mijn minder talentvolle studenten streven geen carriere switch na en komen soms in aanmerking voor omscholing doordat ze op die manier uit hun werkeloze situatie komen. Een nogal uitzichtloze situatie die ik niemand toewens.

    Ik denk dat het profileren van het kinderopvangvak, tot stevig beroep een buitengewoon goede ontwikkeling is. Pas dan ontstaan immers voor kinderen leer- en leefomgevingen die echte ontwikkelingsmogelijkheden bieden bij hun persoonlijke competenties. Want die pedagogisch medewerkers bezitten de juiste inactievaardigheden om te stimuleren, te motiveren en te signaleren, maar ook om op tijd bij te sturen in nauwe samenwerking met ouders.

    Korte termijndenken “wat zal ik dit jaar” verdienen kan dus ook wel eens in een ander perspectief gezien worden. Ontwikkel een visie waar de organisatie over 5 jaar wil staan. Of je nu klein of groot ben in deze branche lijkt mij op zich niet relevant, die visie wel. Want zo ontstaan kansrijke innovaties die belangrijk zijn wil de kinderopvang toekomstbestendig worden.

    Hartelijke groet Francien Miedema

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.