Blog Kirsten Fröhlich – Ondertussen op de voorschool

Zondagavond om half elf gaat de telefoon. Of ik maandagochtend kan invallen op een VVE peutergroep in de wijk Voorhof in Delft. Als ik informeer of er bijzonderheden zijn, krijg ik alleen te horen dat bijna alle kinderen in de groep een behoorlijke taalachterstand hebben en dat er één meisje in de groep zit van bijna drie, Lina, die nog helemaal niet praat.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
'Geef alle kinderen toegang tot kinderdagverblijven
'Geef alle kinderen toegang tot kinderdagverblijven

Het thema ‘Hatsjoe’ staat op het programma, dus ik neem diezelfde avond het themakatern nog even door en goed voorbereid en gemotiveerd stap ik de volgende ochtend in alle vroegte op de fiets.

En dan is het toch even slikken als je de volgende dag de krant openslaat en dan lees dat de VVE programma’s geen enkel effect hebben op de (taal- en reken) ontwikkeling van kinderen. Dat het effect kleiner was dan gehoopt en verwacht, zal niemand verbazen, maar kennelijk moeten we worden wakker geschud met de conclusie dat het geen enkel effect heeft. Geen enkel! Niks, nada, nul…

Een VVE indicatie wordt afgegeven aan kinderen met een taalachterstand. Deze kinderen bevinden zich doorgaans in de sociaal en economisch zwakkere wijken en hebben tevens een verhoogde kans op gedrags- en hechtingsproblemen. Zet al die kinderen bij elkaar en je krijgt een concentratie van problemen en achterstanden.

‘Veertien donkere peuterogen kijken mij wantrouwend aan. Wie is die mevrouw die vandaag het fruit snijdt?’

Als ik om kwart over acht binnenkom, is er al een aantal kinderen aan het spelen. Een meisje met zwarte vlechtjes en een zoet, roze rokje van tule aan, werpt zich direct als een gekwelde prinses in mijn armen. Ze gilt en wijst naar een klein stevig ventje dat schuldbewust de andere kant op kijkt. In zijn hand een onthoofde barbiepop. Mijn werkdag is begonnen en ik vrees dat ik vandaag meer heb aan mijn basiskennis conflicten oplossen, dan aan mijn Voor- en Vroegschoolse Educatie certificaat.

In twaalf uur per week moeten de peuters worden bijgespijkerd en klaargestoomd voor de basisschool. Vaak gaat het om vier ochtenden van drie uur per dag. In die drie uurtjes moet heel veel. Ik herinner me mijn eigen peuter op de woensdagochtend thuis. Die ene ochtend samen in de week had ik altijd grootse plannen, maar in de praktijk kwamen we nergens toe en als ik al iets gerichts wilde ondernemen, had ze op het moment van vertrek in haar broek geplast, besloten om op de bank in slaap te vallen of een oneindige driftbui.

Op sommige groepen wordt er minder versnipperd gewerkt en blijven de peuters tot half twee. Ook dat is niet voor alle kinderen haalbaar, want kinderen die aan het einde van de ochtend met hun hoofd op de tafel in slaap dreigen te vallen, zijn geen uitzondering.

Na het krappe half uurtje ‘vrij’ spelen staat er fruit eten op het programma en wordt de groep van veertien peuters in tweeën gesplitst. Ik word met de helft van de groep, een mand met peren en bananen en een stapeltje felgekleurde bakjes aan een grote tafel in de aula gezet. Veertien donkere peuterogen kijken mij wantrouwend aan. Wie is die mevrouw die vandaag het fruit snijdt?

‘Heel even is het stil aan tafel. ‘Peeeeer’, zegt Lina dan en ze straalt helemaal.’

Ik houd een banaan omhoog en zeg: ‘Kijk eens wat ik hier heb’. ‘Appel’, roept het jongetje dat recht tegenover me zit. ‘Ja, heel goed. Een appel is ook fruit, maar wie weet hoe dit stuk fruit heet dat ik hier heb?’ ‘Banana’, klinkt een pieperig stemmetje naast me. ‘Heel goed Achmed, een banaan. En Lina, wat zit er nog meer in de fruitmand?’ Lina’s gezicht is verstopt achter een gordijntje van springerige, krullen. Ik pak een peer uit de mand en geeft ‘m aan het meisje. ‘Dit is een peer Lina. Jij hebt de peer in je hand.’ Lina zegt niets, maar voelt en ruikt aan het stuk fruit. ‘Jij ruikt aan de peer. Ruikt de peer lekker?’ vraag ik. Heel even is het stil aan tafel. ‘Peeeeer’, zegt Lina dan en ze straalt helemaal.

Natuurlijk ben ik trots op Lina en trots op mijn werk in de voor- en vroegschoolse educatie. En met al mijn liefde tellen we morgen de appels en bekers weer (rekenprikkels) en vertel ik dat handpop Puk of Pip verkouden is en neem ik alle woorden van het thema nog eens met de groep door. Maar bij veel kinderen heb ik het gevoel dat er iets anders nodig is. Geen segregatie maar integratie

Leren begint met nabootsen. Kinderen doen elkaar na en leren van elkaar. Alleen daarom is het mengen van kinderen met verschillende startposities en achtergronden zo’n goed idee. Verder weten we allemaal dat kinderen een veilige basis nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen en te leren. Als die basis er niet is, heeft vroegschoolse educatie geen kans van slagen.

‘Stop met de segregatie van jonge kinderen’

Investeer daarom niet langer in themakaternen, handpoppen en voorgekauwde activiteiten, maar versterk de samenwerking en belangrijke positie van de kinderopvang in de jeugdketen. De kinderopvang kan het verschil maken en een waardevolle bijdrage leveren aan de zo gewenste doorgaande ontwikkeling van kinderen. Er wordt samengewerkt met ouders en de buurt. Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen die in hun eigen familie- en vriendenkring en van pedagogisch medewerkers die de kinderen goed kennen en aan wie ze gewend zijn. Soms is dat niet voldoende en is extra ondersteuning nodig. Ook daarin speelt de kinderopvang een rol, namelijk die van vroegsignalering, opvoedingsondersteuning en zo nodig doorverwijzing naar gespecialiseerde instellingen. De kinderopvang is een serieuze gesprekspartner. Alleen samen kunnen we het netwerk om kwetsbare kinderen sluitend maken.

Stop met de segregatie van jonge kinderen en hun ouders en geef alle kinderen toegang tot kinderdagverblijven, waar tot nu toe alleen werkende ouders hun kroost kunnen onderbrengen. Zo komen kinderen van werkende ouders in contact met kinderen van niet-werkende ouders en leren we van de verschillen en overeenkomsten, cultuur en geloofsovertuiging of levensbeschouwing.

En tot slot, laten we ook de vluchtelingenkinderen die nu binnenkomen en van wie de ouders straks de Nederlandse taal moeten gaan leren, zo snel mogelijk integreren in lokale kindercentra.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.