Blog Betsy van de Grift – Onze grote broer komt voor ons op?

Op donderdag 28 augustus, ’s avonds in de NRC, had je het kunnen lezen. Dat de PO-raad bepleit dat de kinderopvang niet langer blootgesteld zou moeten worden aan de ‘grillen van de markt’. Rinda den Besten, de voorzitter van de PO-raad - de raad voor het primair onderwijs - heeft het opiniërende stuk geschreven. Ze zegt, even in het kort, dat de kinderopvang belangrijk is, maar dat de sector te lijden heeft onder de huidige wetgeving en, met name, de private markt waarin moet worden geopereerd. Kinderopvang is daardoor minder stabiel dan nodig is om echt kwalitatief voldoende en maatschappelijk waardevol te opereren.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Blog Betsy van de Grift - Onze grote broer komt voor ons op?

Wat moeten we daar nou van vinden? Is het primair onderwijs de grote broer die voor het jongere zusje, de kinderopvang en VVE, opkomt?

De PO-raad heeft de laatste jaren al vaker laten merken dat ze een grote belangstelling heeft voor het voorschoolse aanbod en de kinderopvang. En dan bleek dat ze er helemaal gerust op was, op die kinderopvang. ‘Voeg die kinderopvang en het VVE-aanbod nou gewoon maar toe aan onderwijs, dat is ook beter voor de kwaliteit.’

Zo voelde het soms een beetje, die bemoeienis van de PO-raad met de kinderopvang. Er zijn twee redenen voor waakzaamheid.


‘Onze grote broer, het primair onderwijs, is zonder meer een lid van de familie waar de kinderopvang ook bij hoort’

Ten eerste is de onderliggende aanname, ook nu weer, dat kinderopvang kwalitatief tekort schiet en dat dit komt door ‘de grillen van de markt’. Daar is weinig evidentie voor. Zeker, ook internationaal, is er zorg over de ‘proceskwaliteit’ van de kinderopvang. Maar daar moet bij worden genoteerd dat de professie nog èrg jong is, de wetenschappelijke onderzoeken vaak ‘ondiep’ en dat er nog veel ‘definitie-dingetjes’ spelen. Tegelijk zie je dat de overheidsbemoeienis, zeker binnen de EU-landen groeit en er hard gewerkt wordt aan theorievorming en beleidsontwikkeling. Early Childhood Care and Education wint aan importantie en evidentie.

De tweede reden voor waakzaamheid is gelegen in het ‘zelfvertrouwen’ waarvan het primair onderwijs soms getuigt als het gaat om kwaliteitsproblemen. En inderdaad, want anders dan in de kinderopvang, is de onderwijskunde echt veel rijper. Er is, ook internationaal, een traditie van theorievorming en wetenschap. Van ‘meten is weten’. Maar er is ook kritiek op de kwaliteit en daar kun je in de inspectieverslagen ook kennis van nemen.

Onze grote broer, het primair onderwijs, is zonder meer een lid van de familie waar de kinderopvang ook bij hoort: de familie van de professionele opvoeding en onderwijs aan kinderen. Dan kom je voor elkaar op. Dat hoort zo, dat is goed. Maar daar horen ook familieruzies bij.

Toch?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.