Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Blog Betsy van de Grift – Hoezo, gelijke kansen voor alle kinderen…

Na een carrière in de zorg vervulde Betsy van de Grift drie bestuursfuncties in de kinderopvang. Ook was zij enkele jaren directeur van de stichting BKK. Vanuit haar eigen onderneming publiceert zij inmiddels 10 jaar boeken en artikelen met een neurowetenschappelijke benadering van vraagstukken in kinderopvang en kleuteronderwijs. Ook is zij mede-eigenaar en bestuurder van een kinderopvangonderneming.
In november werd het rapport ‘preCOOL tot en met groep 8’ gepubliceerd, geschreven door Leseman en Veen. Het moet de vraag beantwoorden of VVE werkt. Het antwoord is nog niet zo simpel.
blog-betsy-van-de-grift-hoezo-gelijke-kansen-voor-alle-kinderen
Betsy van de Grift

Samengevat mijn indrukken van dit rapport:

  • Korte versie: voorschoolse educatie werkt, pluim voor de kinderopvang!
  • Maar ook: de helft van de doelgroepkinderen die voorschoolse educatie kreeg, krijgt geen vervolgaanbod in de kleutergroepen 1 en 2 en de inhaalslag neemt tussen 6 en 12 jaar af.
  • Dus hoezo: ‘doorgaande leerlijn’ of ‘kansen voor alle kinderen’?

Er is in Nederland grote belangstelling voor het beperken of verkleinen van leerachterstanden in het onderwijs door middel van voorschoolse educatie. Daarom wordt er veel geïnvesteerd in het bereik van de doelgroep en het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod. Gelijke kansen voor alle kinderen, is het motto.  Zelfs het stelsel kinderopvang moet er voor worden, zeggen sommigen.

Tegen die achtergrond heb ik me uitgebreid verdiept in het laatste preCOOL-rapport. Het bijzondere van dit preCOOL-onderzoek is immers, dat het de metingen betreft van tweejarigen tot een met diezelfde kinderen in groep 8 van de basisschool. We mogen dus verwachten dat het een uitspraak doet over de effectiviteit van voorschoolse educatie over de hele basisschoolloopbaan bij ‘doelgroepkinderen’.

Het rapport telt 204 pagina’s en de hoofdvraag is: ‘Werkt voor- en vroegschoolse educatie?’ Ik zie in het rapport 3 deelvragen: 1. Zijn er verschillen in de schoolloopbaan van doelgroepkinderen in vergelijking met andere kinderen? 2. Worden door voorschoolse voorzieningen de verschillen minder? Welke verschillen worden dan minder en bij welke kinderen? En 3. Aan welke kenmerken moet zo’n voorschoolse voorziening voldoen om de verschillen ook minder te laten worden? Lees even goed mee.

Ja, kinderen met een doelgroepachtergrond hebben vaak op tweejarige leeftijd al een achterstand. Normaal gesproken lopen ze een flink deel van die achterstand in op de basisschool, maar nog altijd is er een groot verschil tussen doelgroepkinderen en andere kinderen als ze de school verlaten.

Ja, de voorschoolse educatie zoals de kinderopvang die aanbiedt werkt al vanaf het begin, vooral jonge kinderen maken een inhaalslag. Verderop in de basisschool nemen de inhaaleffecten wel af, maar nog altijd worden de verschillen minder dan ze zonder voorschoolse educatie zou zijn geweest.

De kwaliteit van de voorschoolse educatie is doorslaggevend voor de effectiviteit, maar ook de achtergrond van het kind speelt een rol. Opvallend is dat volgens het criterium ‘kind van een laagopgeleide moeder’ juist deze doelgroepkinderen weinig tot niet profiteren van voorschoolse educatie. Ook opvallend is dat naast de kwaliteit het doorlopende aanbod in de vroegschoolse educatie belangrijk is. Maar het onderzoek toont aan dat de helft van de doelgroepkinderen na de voorschoolse educatie naar een gewone kleutergroep gaat en dus helemaal geen vroegschoolse educatie krijgt.

‘Er is duidelijk werk aan de winkel voor basisscholen, waar als kinderopvang hebben we een eigen opgave’

Dat laatste, daar blijven mijn gedachten omheen cirkelen; daar kan ik met mijn pet niet bij.

Nou is de verleiding groot om het onderwijs nog eens flink op z’n vestje te spugen als het gaat om de vroegschoolse educatie en de doorgaande leerlijn. Er is duidelijk werk aan de winkel voor basisscholen. Maar als kinderopvang hebben we een eigen opgave. Als we de conclusies uit het rapport serieus willen nemen, moeten we ons blijvend inzetten voor ‘de goede dingen goed doen’, met regie over onze eigen professionalisering van de voorschoolse educatie.

Alle kinderen die dat nodig hebben, moeten we zien en ondersteunen zodat we met hen en hun families inhaaleffecten kunnen realiseren. Ja samen, want daar ligt de kracht van de kinderopvang. En bij de gemeentes en onderwijspartners moeten we benadrukken dat zíj́ nu aan zet zijn als het gaat om het bereiken van kleuters met goede vroegschoolse educatie en daarmee de winst en de effectiviteit van voorschoolse educatie borgen.

Kansen voor alle kinderen? De kinderopvang is goed op weg!

Het OAB, Onderwijs Achterstanden Beleid, berust bij het ministerie van OCW. Daar begint het mee. De ‘gewone’ kinderopvang valt onder SZW. Ondanks de ‘wet Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelwerk’ (2017), is die wettelijke weeffout niet verholpen en dat breekt ons op bij de Voorschoolse Educatie (VE). Lees deze blog van Betsy

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.